Vergelijk Kundgabe met vertaling

Meer vertalingen:

Goddelijke wijsheid – Wereldse kennis

De mens schenkt geen aandacht aan de goddelijke wijsheid, als deze hem aangeboden wordt. Daarentegen accepteert hij de wereldse kennis zonder twijfel en hij verraadt daardoor, dat hij dichter bij de wereld staat, dan bij God. Want voor een mens, die God werkelijk liefheeft, die met alle zinnen de eeuwige Godheid nastreeft, is de kennis die de wereld hem biedt, niet voldoende. Deze kennis laat voor deze mens de grote vragen, die hem vervullen en die alleen maar die Ene beantwoorden kan, onopgelost. Degene, voor Wie niets onbekend is. Vragen over de verhouding van de mens ten opzichte van God, over het doel en de zin van de schepping, over het begin en het doel van alle schepselen.

Deze vragen kunnen weliswaar ook door mensen beantwoord worden. Door wereldwijzen, maar nooit zullen ze hun meningen kunnen staven. Ze zullen alleen maar gissen en conclusies trekken, die echter altijd vanuit een zuiver werelds denken ontspringen en erg van de zuivere waarheid afwijken. En noch degene die vraagt, noch degene die antwoord geeft, zullen ervan overtuigd zijn dat ze in de volle waarheid staan. Maar als de mens ver van God afstaat, wordt hij door het antwoord van een wereldwijze tevredengesteld, want dit antwoord bevalt hem en is acceptabeler voor hem dan de goddelijke wijsheid.

En zo zullen enkel deze mensen zich voor dat laatste uitspreken, die in de nauwste verbinding met God staan. Die door een werkzaam zijn in liefde de eeuwige Godheid al naderbij gekomen zijn en die daarom ook herkennen, wat van goddelijke of van menselijke oorsprong is. Deze mensen zijn wetend, want ze hebben de volste overtuiging in de waarheid te staan en hun kennis is niet ten dele waar, maar volledig samenhangend en compleet.

Maar wereldse kennis zal zich staande houden, omdat het door de meerderheid als toonaangevend beschouwd wordt, terwijl de geestelijke kennis weinig instemming vindt en het de ongelovige, ver van God verwijderde mens het aan beoordelingsvermogen ontbreekt. Hij kan bijgevolg niet positief tegenover iets staan, wat hij niet begrijpt.

Maar de wetende moet rekening houden met deze onbekwame toestand. Hij moet de zuivere waarheid geduldig proberen door te geven. Hij moet voor haar opkomen en zich niet van de wijs laten brengen als het succes niet direct te bespeuren valt. Want Gods liefde geeft de mens veel mogelijkheden om tot kennis te komen en die kennis kan dan plotseling komen, zodat hij dan heel goed de waarheid als zodanig gewaarwordt en hij zich nu niet meer verzet om deze kennis aan te nemen.

Want wat de wereldwijzen hem ook bieden, het zal altijd enkel maar gebrekkig en ten dele waar zijn en een ernstig denkend mens niet voortdurend tevreden kunnen stellen. Want enkel de zuivere waarheid laat de mensen ophouden met zoeken en zodra hij deze gevonden heeft, blijft hij hierbij, omdat hij nu weet dat hij in de waarheid staat.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Peter Schelling

Göttliche Weisheit.... Weltwissen....

Die göttliche Weisheit beachtet der Mensch nicht, so sie ihm geboten wird, das Weltwissen dagegen nimmt er ungezweifelt an, und er verrät dadurch, daß er mehr zur Welt steht als zu Gott. Denn ein Mensch, der Gott wahrhaft liebt, der mit allen Sinnen die ewige Gottheit anstrebt, dem genügt nicht das Wissen, das die Welt ihm bietet. Es läßt ihm dieses die großen Fragen ungelöst, die ihn erfüllen und die ihm nur der Eine beantworten kann, Dem nichts fremd ist.... über das Verhältnis des Menschen zu Gott, über Zweck und Sinn der Schöpfung, über Anfang und Ziel aller Geschöpfe.... Diese Fragen können zwar auch von Menschen beantwortet werden, von Weltweisen, doch niemals werden sie ihre Ansichten begründen können, sie werden nur mutmaßen und Schlüsse ziehen, die aber immer rein weltlichem Denken entspringen und von der reinen Wahrheit sehr abweichen. Und weder der Fragende noch der Antwortende werden davon überzeugt sein, in vollster Wahrheit zu stehen.... Steht der Mensch aber Gott fern, so ist er von der Antwort eines Weltweisen zufriedengestellt, denn diese sagt ihm zu und ist ihm annehmbarer als göttliche Weisheit. Und so werden nur jene Menschen sich zu letzterer bekennen, die mit Gott in engem Verband stehen, denen durch Liebeswirken schon die ewige Gottheit näher gekommen ist und die deshalb auch erkennen, was göttlichen oder menschlichen Ursprungs ist. Diese Menschen sind wissend, denn sie sind in der vollsten Überzeugung, in der Wahrheit zu stehen, und ihr Wissen ist nicht Stückwerk, sondern völlig zusammenhängend und sich-ergänzend. Weltwissen aber wird sich behaupten, weil es von der Mehrzahl als maßgebend betrachtet wird, während das geistige Wissen wenig Anklang findet und dem ungläubigen, Gott-fernen Menschen die Beurteilungsgabe mangelt, er also folglich nichts bejahen kann, was er nicht versteht. Der Wissende aber soll diesem unfähigen Zustand Rechnung tragen, er soll in Geduld die reine Wahrheit weiterzuleiten versuchen, er soll sie vertreten und sich nicht beirren lassen, so der Erfolg nicht gleich zu spüren ist. Denn Gottes Liebe gibt dem Menschen viele Möglichkeiten, zum Erkennen zu kommen, und plötzlich kann ihm diese Erkenntnis kommen, daß er dann sehr wohl die Wahrheit als solche empfindet und er sich nun nicht mehr sträubt, diese anzunehmen.... Denn was auch die Weltweisen ihm bieten, das wird immer nur mangelhaftes Stückwerk sein und einen ernstlich Denkenden nicht dauernd befriedigen können. Denn nur die reine Wahrheit läßt den Menschen im Suchen innehalten, und sowie er sie gefunden hat, beharrt er bei derselben, weil er nun weiß, daß er in der Wahrheit steht....

Amen

Vertaler
This is an original publication by Bertha Dudde