Vergelijk Kundgabe met vertaling

Meer vertalingen:

Een geestelijk werkzaam zijn – Met elkaar verband houdende kennis – Niet ten dele waar

De kennis van een door de geest van God onderwezen mens is zo omvangrijk, dat daaruit al een buitengewoon werkzaam zijn van God geconcludeerd moet worden. De mens wordt in de meest verschillende gebieden binnengeleid, maar die weer in het nauwste verband met elkaar staan en het is van bijzonder belang dat de mens dat verband kent, omdat zijn kennis anders slechts ten dele waar is. Want het geestelijk werkzaam zijn is hieraan te herkennen, dat een met elkaar verband houdende kennis aangeboden wordt, die voor de menselijke wijsheid onbereikbaar is.

Maar de mens kan door onderzoek noch de tijd van voor zijn belichaming als mens, noch van zijn sterven op aarde doorgronden. Maar als hem hierover opheldering gegeven moet worden, moet hij door geestelijke krachten onderwezen worden, wier aanwezig zijn weer niet door onderzoek bewezen kan worden. En hij moet krachten op zich in laten werken, die zich op geen enkele manier verstandsmatig laten verklaren, dus door wereldse kennis vastgesteld kunnen worden. De verbinding met deze krachten via de gedachten moet eraan voorafgaan, zodat deze werkzaam kunnen worden om nu als mens door een kennis vervuld te worden, die de menselijke kennis ver overtreft.

En de ernstige onderzoeker zal moeten beseffen, dat hij de wijsheden, die hem nu samenhangend aangeboden worden, niet kan verwerven, want alleen deze wijsheden geven hem opheldering over de zin en het doel van het aardse leven, over de zin en het doel van de schepping, over het begin en het doel van dat, wat zijn ogen zien. En hij wordt deze wijsheden niet gewaar als vermoedens, maar als onweerlegbare waarheid en zodoende kan zijn kennis voortdurend toenemen, omdat hij het niet als vergissing hoeft te verwerpen of in voortdurende twijfel geraakt. Want zodra de mens deze kennis eenmaal in ontvangst genomen heeft, is hij ook van de waarheid ervan overtuigd, omdat het vermogen van het inzicht hem tegelijkertijd met de waarheid toegestuurd wordt.

De geest uit God werkt alleen maar daar, waar aan de voorwaarde voldaan is, dat de mens in staat is om de waarheid te aanvaarden. Dat wil zeggen dat hij ervoor waardig bevonden wordt en dan zal hij al hetgeen hem aangeboden wordt, als waarheid herkennen. Aardse kennis zal nooit de grenzen van dat overschrijden, wat voor aards onderzoek toegankelijk is en ook dan nog aangevallen kunnen worden, omdat menselijk onderzoeken verschillende resultaten opleveren. Enkel de geest van God is in staat om de juiste opheldering te geven over zaken, die buiten het aardse bereik liggen, maar voor de volledigheid van de kennis ook opgehelderd moeten worden, want pas dan kan de mens zich wetend noemen.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Peter Schelling

Working of the spirit - coherent knowledge.... no piecemeal work....

The knowledge of a person taught by the spirit of God is so extensive that one would have to conclude that God is working in an extraordinary way. The human being is introduced to the most diverse fields which, however, are all closely related to each other, and it is of particular importance that the human being is aware of the connection, otherwise his knowledge is only piecemeal. But the working of the spirit can be recognized by the fact that a coherent knowledge is offered which is beyond the reach of human wisdom. For research-wise the human being can neither fathom the time before his embodiment as a human being nor after his death on earth, but if he is to be given information about it he has to be instructed by spiritual forces whose existence cannot be proven research-wise. And he must allow forces to work on him which cannot be explained intellectually in any way, i.e. which cannot be ascertained through world knowledge. The mental connection with these forces must precede that they can be effective in order to be filled as a human being with a knowledge that far surpasses human knowledge. And the serious examiner will have to recognize that he cannot acquire the wisdoms which are now offered to him coherently, for they alone give him information about the meaning and purpose of earthly life, about the meaning and purpose of creation, about the beginning and the goal of what his eye sees. And he does not perceive this wisdom as conjecture but as irrefutable truth, and thus his knowledge can constantly increase because he need not reject it as error or fall into perpetual doubt. For once the human being has received this knowledge he is also convinced of its truth because the power of realization comes to him at the same time as the truth. The spirit from God only works where the prerequisite is given that the human being is capable of receiving the truth, i.e. is worthy, and then he will also recognize everything offered to him as truth. Earthly knowledge will never exceed the limits of what is accessible to earthly research and can still be attacked because human research produces different results. Only the spirit of God is able to give real enlightenment about things which lie outside the earthly realm but which must also be clarified in order for knowledge to be complete, for only then can a person call himself knowledgeable....

Amen

Vertaler
Vertaald door: Doris Boekers