Vergelijk Kundgabe met vertaling

Meer vertalingen:

Het werkzaam zijn van de goddelijke GEEST

Alles wat weer naar GOD wijst, verraadt het werkzaam zijn van de goddelijke GEEST en dus zal alles wat goed is en naar het goede streeft, in verbinding kunnen worden gebracht met het werkzaam zijn van de goddelijke GEEST. Demonische werkzaamheid trekt naar beneden, hij verandert liefde in haat, hij ontkent het goede en edele en streeft het vergroten van de verwijdering van GOD na, terwijl het werkzaam zijn van de goddelijke GEEST opvoedt tot liefde, de mens edeler maakt en hem het nabijzijn bij GOD laat nastreven. En daarom zal de mens heel makkelijk kunnen onderscheiden welke krachten hem beheersen.

De mens kan niet goed handelen en denken zodra hij door slechte, demonische krachten wordt beïnvloed, zodra dezen macht over hem hebben. Zijn denken en handelen zal steeds in overeenstemming zijn met de macht die hem beheerst. Is het de mens erom te doen zo te leven als het GOD welgevallig is, dan beheersen hem ook goede geestelijke krachten, dus wezens waar goddelijke Kracht doorheen stroomt. Hij staat dan onder de inwerking van de goddelijke GEEST, de Krachtstroom uit GOD, DIE al het wezenlijke dat HIJ doorstraalt, weer naar GOD terug voert.

Het is dus het werkzaam zijn van de goddelijke GEEST als de gedachten van de mens zich met GOD bezighouden, d.w.z. wanneer hem, als hij zijn gedachten bij GOD laat verwijlen, d.m.v. gedachten antwoord gegeven wordt op zijn vragen die zijn wil graag zou willen hebben beantwoord. Verder is er het werkzaam zijn van de goddelijke GEEST, wanneer het verlangen van de mens naar geestelijk voedsel gestild wordt door het overbrengen van het goddelijke Woord. Het is het werkzaam zijn van de goddelijke GEEST als de mens de gave verkrijgt, het goddelijke Woord te begrijpen zoals GOD wil dat het begrepen wordt.

Nooit zal men tot 'n demonische activiteit kunnen besluiten, waar de Wil van GOD verkondigd wordt, waar liefde wordt bijgebracht en ook verlangd wordt, waar wijsheid wordt overgedragen in 'n overvloed, die nooit mensenwerk kan zijn. Het werkzaam zijn van de goddelijke GEEST zal alleen daarom door die mensen niet worden herkend die zich niet afsluiten voor demonische aktiviteiten, die ze niet voldoende tegenstand bieden en daarom geen duidelijk besef hebben van GOD en de Kracht van Zijn GEEST.

En om deze toevloed in zich op te kunnen nemen, moet de mens zich openen, d.w.z. er positief tegenover staan en dat kan alleen een mens die een verlangen naar GOD heeft. Maar over deze hebben demonische krachten geen macht, bijgevolg herkent hij GOD waar HIJ Zich uit, waar Zijn GEEST duidelijk werkzaam is.

Wie echter niet naar GOD verlangt, aan die dringt zich de aan GOD vijandige macht op, waarvan de invloed op hem sterk is en hem hindert in het herkennen. Bijgevolg zal hij het werkzaam zijn van de goddelijke GEEST niet herkennen of het als werkzaam zijn aanzien van diegene onder wie hij zich plaatst door zijn wil. Want dat is het werkzaam zijn van de laatste, dat hij het denken van de mens vertroebelt en in verwarring brengt en die mens aan het twijfelen brengt wiens geloof niet sterk en onwankelbaar is.

Amen

Vertaler
Vertaald door: Gerard F. Kotte

Göttliches Geisteswirken....

Alles verrät das Wirken des göttlichen Geistes, was wieder zu Gott hinweist, und deshalb wird alles, was gut ist und Gutes anstrebt, in Verbindung gebracht werden können mit dem Wirken des göttlichen Geistes. Dämonisches Wirken zieht herab, es verkehrt Liebe in Haß, es verneint das Gute und Edle, es strebt die Vergrößerung der Entfernung von Gott an, während göttliches Geisteswirken zur Liebe erzieht, den Menschen veredelt und ihn die Nähe Gottes anstreben läßt. Und daher wird der Mensch sehr leicht unterscheiden können, welche Kräfte ihn beherrschen. Es kann der Mensch nicht gut handeln und denken, sowie er von schlechten, dämonischen Kräften beeinflußt wird, sowie diese Macht über ihn haben. Sein Denken und Handeln wird immer entsprechend der Macht sein, die ihn beherrscht. Ist der Mensch bemüht, so zu leben, wie es Gott wohlgefällt, so beherrschen ihn auch gute Geisteskräfte, also Wesen, die von göttlicher Kraft durchflutet sind. Er steht dann unter der Einwirkung des göttlichen Geistes, des Kraftstromes aus Gott, der alles Wesenhafte, das er durchstrahlt, wieder zu Gott zurückleitet. Göttliches Geisteswirken also ist es, wenn des Menschen Gedanken sich mit Gott befassen, d.h., wenn ihm, so er seine Gedanken bei Gott verweilen läßt, gedanklich Antwort zugeht auf Fragen, die sein Wille beantwortet haben möchte. Göttliches Geisteswirken ist ferner, wenn sein Verlangen nach geistiger Nahrung gestillt wird durch Übermittlung des göttlichen Wortes. Göttliches Geisteswirken ist es, wenn der Mensch die Fähigkeit erlangt, das göttliche Wort zu verstehen, wie es Gott verstanden haben will.... Niemals wird man auf dämonisches Wirken schließen können, wo der Wille Gottes verkündet wird, wo Liebe gelehrt und Liebe verlangt wird, wo Weisheit vermittelt wird in einer Fülle, die niemals Menschenwerk sein kann. Göttliches Geisteswirken wird darum nur von den Menschen nicht erkannt werden, die sich dämonischem Wirken nicht verschließen, die ihm nicht genügenden Widerstand entgegensetzen und darum keine klare Erkenntnis haben von Gott und Seiner Geisteskraft. Und um diesen Zustrom in sich aufnehmen zu können, muß der Mensch sich öffnen, d.h. ihm bejahend gegenüberstehen, und das kann nur ein Mensch, der im Gottverlangen steht. Über diesen aber haben dämonische Kräfte keine Gewalt, folglich erkennt er Gott, wo Er Sich äußert, wo Sein Geist sichtlich wirkt. Wer aber nicht nach Gott verlangt, an den drängt sich die Gott-gegnerische Macht, deren Einfluß auf ihn stark ist und ihn am Erkennen hindert. Folglich wird er das göttliche Geisteswirken nicht erkennen oder es als Wirken dessen ansehen, dem er sich durch seinen Willen unterstellt. Denn das ist das Wirken des letzteren, daß er das Denken des Menschen trübt und verwirrt und den Menschen in Zweifel stürzt, dessen Glaube nicht stark und unerschütterlich ist....

Amen

Vertaler
This is an original publication by Bertha Dudde