De ziel vervult haar taak zonder verzet, als de liefde in haar aanwezig is. En omdat het gebied van de zielenzorg zo eindeloos omvangrijk is, nemen de geestelijke krachten elke gelegenheid waar om op de gedachten van de mens in te werken en hem gewillig te maken om gevolg te geven aan hun influisteringen.
Maar nu elke ziel haar wilsvrijheid heeft, mag deze niet worden aangetast. Er moet veel eerder met het oog hierop worden gewerkt, zodat deze wilsvrijheid aan haar overgelaten blijft, wat voor de geestelijke wezens in het hiernamaals buitengewoon moeilijk is, omdat deze de kennis hebben en de drang in hen aanwezig is om elk aards wezen naar de juiste weg te leiden. Dit zou heel gemakkelijk voor hen zijn, wanneer ze de wil van de mens niet zouden hoeven te respecteren, maar dan zou ook het aardse doel niet bereikt worden. Want hoewel de mens via de gedachten op het goede gewezen mag worden, moet hij toch al het overige zelf doen om deze gedachten ook tot uitvoering te brengen om nu pas als vrij wezen de volmaakte toestand te bereiken.
Als nu de liefde de menselijke ziel tot leven brengt, dan is deze als het ware de werkzaam geworden wil van de mens. Een tot liefde geworden hart zal geen tegenstand bieden aan de inspanningen van krachten in het hiernamaals, maar met volledige wil gevolg geven aan hun influisteringen. En dat is het, waar de geestelijke krachten naar streven. Ze verzorgen de aardse wezens met voortdurende zorg en dit op verschillende manieren. Ze zijn de boden van God en zijn gedienstige hulpkrachten, die overal helpend ingrijpen, waar de aardse wezens dreigen ten onder te gaan in de strijd tegen de duisternis. Ze spannen zich onophoudelijk voor het winnen van dwalende zielen in en proberen hun gedachten die richting te geven, die succesvol is voor tijd en eeuwigheid.
Ze zijn zelf liefde geworden lichtwezens, die de nood van de duisternis kunnen overzien en alle nog op aarde verblijvende zielen uit de macht van de van God afgewende machten zouden willen redden. En hun liefde en geduld laat hen zich steeds weer opnieuw bekommeren om degenen, die dwalen. Ze brengen verbindingen onder de mensen tot stand, die in geestelijk opzicht zegenrijk zijn. Ze leiden de mensen en maken hen opmerkzaam op zaken, die hen het werkzaam zijn van de eeuwige Godheid voor ogen moet brengen. Ze ondersteunen of begunstigen aardse werkzaamheid in zoverre het voor de mens nuttig is voor de bevordering van de ziel en grijpen overal in, waar de mens in gevaar verkeert te verdwalen.
En de liefde overwint dit alles. Ze probeert liefde op te wekken en daardoor de weerstand te verminderen en zo de ziel ontvankelijk te maken voor alle inwerkingen van boven.
Amen
VertalerL’anima esegue il suo compito senza contraddizione, se in lei dimora l’amore. E dato che il campo della cura per le anime è così infinitamente ampio, le Forze spirituali colgono ogni occasione per agire sui pensieri dell’uomo e renderlo volenteroso di seguire i loro sussurri.
Ora ogni anima ha però la libertà della sua volontà, questa non dev’essere toccata. Bisogna piuttosto mirare affinché questa rimanga lasciata, cosa che è straordinariamente difficile per gli esseri spirituali dell’aldilà, dato che costoro stanno nella conoscenza ed in loro dimora la spinta di condurre ogni essere terreno sulla retta via. Questo sarebbe per loro molto facile se non dovessero rispettare la volontà dell’uomo, ma allora verrebbe a mancare anche lo scopo finale, perché benché all’uomo possa essere indicato il giusto, tutto il resto lo deve fare lui stesso, cioè eseguire anche questi pensieri, per raggiungere appunto come essere libero nello stato della perfezione.
Se ora l’amore vivifica l’anima umana, allora questo è pure la volontà dell’uomo diventata attiva. Un cuore diventato amore non opporrà mai nessuna resistenza alle fatiche delle Forze dell’aldilà, me seguiranno con tutta la volontà i loro sussurri. E questo a cui aspirano le Forze spirituali. Assistono gli esseri terreni in sempre continua cura, e questo in modo molteplice. Loro sono i messaggeri di Dio e le Sue Forze d’Aiuto sempre volenterose a servire, che intervengono aiutando ovunque gli esseri terreni minacciano di soccombere nella lotta contro l’oscurità. Si sforzano senza sosta per la conquista di anime erranti e cercano di dare ai loro pensieri quella direzione, che è di successo per il tempo e per l’Eternità. Loro stessi sono esseri di Luce diventati amore, che possono misurare la miseria dell’oscurità e vorrebbero salvare tutte le anime che dimorano ancora sulla Terra, dal potere delle potenze distolte da Dio, ed il loro amore e pazienza li induce sempre di nuovo a prendersi cura degli smarriti.
Stabiliscono il collegamento fra gli uomini che sono benefici nel senso spirituale, guidano gli uomini e fanno loro notare delle cose, che devono guidare davanti ai loro occhi l’Agire dell’eterna Divinità, sostengono o favoriscono l’attività terrena, per quanto questo sia sopportabile per gli uomini per la promozione dell’anima ed intervengono aiutando ovunque l’uomo è in pericolo di perdersi. E tutto questo lo ottiene l’amore, cerca di risvegliare amore e con ciò di diminuire la resistenza e render così l’anima ricettiva per ogni agire dall’Alto.
Amen
Vertaler