8812 Waar is God (Ongeval in Keulen en vraag)

15. Jun. 1964: Boek 93

Ik wil u zelf het antwoord geven op de vraag, waarom Ik het heb toegelaten dat u zo getroffen werd door kommer en leed, door zorgen en noden, waarin ook u door dit gebeuren werd geplaatst: u bent niet in staat mijn liefde daarin te herkennen en toch beweegt overgrote liefde voor u mensen Mij, hoewel Ik het werkzaam zijn van een mens niet heb verhinderd die in opdracht van mijn tegenstander een daad verrichtte die diepste leed over de mensen bracht. Maar u allen waardeert het leven op aarde aards te hoog. U allen weet niet dat dit aardse leven u alleen gegeven is tot beproeving van uw wil, dat het als het ware een laatste pleisterplaats is van een eindeloos lange weg over de aarde die u zult moeten afleggen en dat na beëindiging ervan, u volledig vrij van elke materiële boei het geestelijke rijk binnen zult kunnen gaan. Maar voor u is dit aardse leven het voornaamste. U leeft het alleen ter wille van het aardse bestaan zelf. U denkt er niet aan of u uw wil juist beproeft, of u de verplichtingen nakomt die Ik aan u stel, vooral wanneer u uiterlijke gebruiken uitoefent die voor mijn ogen geen waarde hebben. Daarom verhinderde Ik niet de daad van diegene die in opdracht van mijn tegenstander handelde, van het effect bewust dat de aandacht van veel mensen erop gericht zou worden, wat al uit de vraag is op te maken: "Hoe kon Ik dit toelaten?"

U zult levend moeten worden in het geloof, aan een dood geloof beleef Ik geen genoegen. Maar u leeft gedachteloos voort, u zoekt niet naar de waarheid die u alleen vrij kan maken. Maar nu is het moeilijk u duidelijk te maken in hoeverre een mens zich door ongewone nood kan zuiveren en hoe weinig tijd u allen nog rest om deze reiniging van uw ziel te bereiken. Er kan u mensen, die nog helemaal niets weten over de reden van uw menszijn op deze aarde, ook niet duidelijk worden gemaakt welke grote schuld u eens op u had geladen en dat u daarom ook de weg naar Jezus Christus zult moeten vinden om van deze schuld vrij te worden. Dat u echter, zoals u nu voortleeft, geen weten over Diens verlossingswerk bezit, dat u wel aanneemt wat er van u gevraagd wordt te geloven, maar dat dit geen levend geloof is, een geloof waarvan Ik zelf heb gezegd dat u dan niet meer zult kunnen sterven, dat u door Hem zelf verlost zult worden omdat Hij alle schuld op zich heeft genomen, omdat Ik zelf in Hem mens ben geworden en de schuld dus voor u tenietdeed.

Ik moet u allen toeroepen door zulke gebeurtenissen. Maar geloof het, die daardoor getroffen zijn lijden niet in die mate zoals de medemensen het aannemen. Voor hen is mijn genade zeker, want ze zijn alleen het slachtoffer van verblind denken. Maar Ik spreek de mensen allen aan dat ze hun standpunt moeten innemen tegenover dat wat hun tot nu toe als waarheid werd voorgehouden. En die overleden zijn hebben hun leven gegeven en ze zullen ook hun loon ontvangen. Maar u die vraagt, waarom heeft God zo’n gebeuren toegelaten, houdt u zelf met de gedachten bezig en ontkent het bestaan van Mij niet, want al herkent u Mij ook niet als een God van liefde, zo weet u toch van een Macht boven u Die uw lot stuurt en uw levenseinde bepaalt. Maar geloof het, dat mijn liefde eindeloos is, dat ze alles omvat en geen van mijn schepselen vergeet en ook allen naar de eeuwige gelukzaligheid wil leiden. Maar welke middelen Ik ook gebruik, al komt het u nog zo wreed voor: Ik bereik het doel dat de ziel zich geheel zuivert en dat ze Mij daar eens dankbaar voor zal zijn in de eeuwigheid.

Zodra u uw aards bestaan als een doorgangsstation leert beschouwen en niet als doel op zichzelf, zult u ook mijn heersen en werkzaam zijn eerder begrijpen. U zult ook serieus in een voortleven van de ziel moeten geloven. En waar is dit geloof in waarheid nog aan te treffen? Voor u betekent het aards bestaan alles, u leeft het steeds met het oog op aardse successen. U leeft het leven niet ten volle doordat u voor uw ziel zorgt. En wat u ter wille van haar doet, zijn gebruiken en uiterlijkheden die geen enkel nut voor u hebben, want de innerlijke band met Mij ontbreekt. Maar wie deze heeft, zal ook niet vragen, maar zich berustend schikken in zijn lot. Hij zal innig tot Mij bidden om mijn hulp en zijn gebed zal luiden: "Vader, Uw wil geschiede".

Amen

Deze openbaring is opgenomen in het volgende themaboekje:

Themaboekje Titel Downloaden
123 Waarom laat God dat toe?  ePub Kindle


Downloads

Download-aanbod voor boek 93

 ePub
 Kindle
Meer downloads

Deze openbaring

Luisteren

 als MP3 downloaden

Afdrukvoorbeeld
Kladschriften