B.D.-Nr. 2791
Zonder te aarzelen, moet u het geschenk van God aannemen en op u in laten werken, want dit is het levende water, dat onophoudelijk uit de goddelijke bron stroomt en die u verkwikken en versterken moet. Want u zult deze kracht in de komende tijd werkelijk nodig hebben. God Zelf heeft in Zijn liefde de bron voor u geopend, want Hij kent uw nood en Hij weet wat u ontbreekt. En u hoeft waarlijk geen gebrek te lijden, zolang Zijn vaderliefde naar u, als Zijn kind, toegekeerd is. En Hij verzorgt u met lichamelijk en geestelijk voedsel, als u maar naar dat laatste verlangt en uw hart opent als Hij u Zijn geschenk aanbiedt.
Zijn genadegeschenk, het levende water, is op Zijn vaderlijke zorg, Zijn woord, gebaseerd. En omdat het nu in liefde aan de mensen aangeboden wordt, moet het ook de liefde in de mensen doen ontvlammen en deze tot een heldere vlam op doen laaien. Dat wil zeggen tot een voortdurende werkzaamheid aansporen. Deze bron zal ook nooit opdrogen, want Gods liefde en wijsheid zijn onuitputtelijk.
Maar wiens hart niet naar verkwikking en versterking verlangt, die vindt de bron niet. Deze blijft voor hem verborgen en zo gaan ongekende krachten voor hem verloren. De mens wordt er wel steeds weer kennis van gegeven, dat de goddelijke liefde dit genadegeschenk voor hem klaargemaakt heeft. Hij wordt steeds weer in de nabijheid van de bron geleid, waaruit het levende water stroomt.
Maar nooit wordt hij gedwongen om dat aan te nemen, wat hem als goddelijk genadegeschenk aangeboden wordt. Het is zijn volledig vrije wil of en hoe hij de krachtstroom gebruikt. En hij kan er alleen maar door medemensen op gewezen worden om zich de goddelijke liefde en barmhartigheid waardig te maken, opdat hij gedurende zijn aardse leven rijkelijk bedacht kan worden. En omdat de wil van de mens zelf actief moet worden, komen maar zo weinig mensen in het bezit van de kostelijke geschenken. Ze blijven arm, waar ze onmetelijk rijk zouden kunnen worden. Ze blijven krachteloos, waar ongekende krachten hen ter beschikking staan en ze blijven onwetend, waar de diepste wijsheid hun toegestuurd zou kunnen worden, als ze deze zouden begeren.
De ontbrekende wil bepaalt hun geestelijke ontwikkeling, dus hun rijpheidsgraad, omdat dit hinderlijk is voor de mens om wetend te worden, want alleen maar uit de bron, waaruit het levende water stroomt, kan de diepste wijsheid geput worden. Maar kennis is nodig om tot boven te geraken. Kennis kan wel door een werkzaam zijn in liefde verworven worden, maar als de mens de kracht uit God niet in ontvangst neemt, als hij deze niet uit Zijn goddelijke genadebron haalt, is hij niet in staat om in liefde werkzaam te zijn. En de kracht wordt hem toegestuurd, als hij bereidwillig is, dus God geen verzet meer biedt.
Maar het is verzet, wanneer er geen aandacht geschonken wordt aan Zijn genadegeschenk of dit openlijk afgewezen wordt. Het is verzet, wanneer de mens zich niet opent, wanneer hij zijn hart afsluit als het goddelijke woord, dat hem in hoge mate kracht geeft, hem nabij gebracht wordt. Maar de mens kan niet gedwongen de kennis binnengeleid worden. Zodoende kan hem ook de genade niet toegestuurd worden, als hij deze niet verlangt of deze afweert. En de mens zal de aardse weg krachteloos afleggen en zijn ziel zal gebrek lijden, omdat haar de verkwikking aan de bron van de waarheid onthouden wordt, omdat haar het juiste voedsel en de juiste drank niet gegeven wordt, waar de mens de oorzaak van is.
Er is geen vervanging voor de toevoer van genade door het goddelijke woord. Er bestaat geen bron, waaruit hetzelfde water stroomt, dat hem tot leven opwekt. En zodoende bestaat er ook geen weg, die naar de hoogte leidt, als deze niet langs de bron van het levende water gaat. En de vermoeide wandelaar op aarde moet de bron op waarde schatten. Hij moet pauzeren en zich voor zijn verdere reis versterken. Hij moet nieuwe kracht verzamelen en naar zijn ziel leiden, die deze nodig heeft.
Want niet het lichaam is belangrijk op aarde, enkel de ziel en als haar kracht ontnomen wordt, is haar aardse weg veel moeilijker en leidt meestal tot dwaling. Maar uit de bron van de goddelijke liefde put ze nieuwe kracht. Ze neemt de wijsheid van God Zelf in ontvangst. Ze komt tot kennis en haar toestand wordt vol licht, zodat ze nu haar aardse weg duidelijk herkent. Zodat ze het doel voor ogen krijgt en deze hoopvol na kan volgen. En het opstijgen van de ziel van degene, die uit de bron van het leven put, is verzekerd, want het is God Zelf, Die hem opvoedt en op juiste wegen het vaderland tegemoet leidt. En daarom zal de goddelijke genadebron nooit opdrogen. Eeuwig en altijd zullen de kostbare genadegeschenken, die onvermijdelijk nodig zijn om tot het eeuwige leven te geraken, uit hem stromen.
Amen