B.D.-Nr. 2780
De rechtstreekse uitstraling van God op een mensenkind, die in het ontvangen van Zijn woord tot uiting komt, is er een zichtbaar teken van dat de schepselen in het nauwste verband met hun Schepper staan. Dat God dus dat, wat Hij geschapen heeft, eeuwig niet meer loslaat. Dat het wel schijnbaar geïsoleerd in de schepping staat, maar voortdurend door Zijn wil geleid, door Zijn zorg begeleid en door Zijn kracht gevoed wordt, dus onscheidbaar met Hem verbonden blijft.
De mens is niet eerder in staat de krachtschenking en de goddelijke zorg te beseffen, tot hij zich volledig bewust is van zijn toebehoren aan God. Maar dan geeft God Zich soms te kennen. Dat wil zeggen dat hij Zijn krachtuitstraling duidelijk zichtbaar laat worden door een buitengewone overdracht van geestelijke geschenken, die opheldering geven over Zijn liefde, wijsheid en almacht en Zijn goddelijk werkzaam zijn.
God uit Zich, doordat Hij Zijn woord naar een mensenkind laat stromen, dat zijn verbondenheid met God ten diepste beseft heeft en zich nu overgevend aan Hem ter beschikking stelt. En daaruit is op te maken welke grote waarde aan zulke bekendmakingen toe te kennen is, omdat deze getuigen van het rechtstreekse werkzaam zijn van God.
Weliswaar zullen die mensen, die de verbinding tussen de Schepper en Zijn schepselen willen ontkennen ook tegenover dit werkzaam zijn van God ongeloof zetten. Ze zullen nooit de krachtuitstroming uit het geestelijke rijk erkennen en bijgevolg zullen voor hen ook de geestelijke resultaten er geen bewijs voor zijn, dat God in de nauwste verbinding met Zijn schepselen staat. Maar hun kan ook geen dwingender bewijs geleverd worden. De mens moet zelf tot het besef komen, waartoe hem genoeg gelegenheden geboden worden, wanneer hij maar opmerkzaam om zich heen kijkt.
Maar openlijker kan Hij Zich niet uiten, dan dat Hij Zelf in het woord naar de aarde afdaalt. Dat wil zeggen Zijn goddelijke woord rechtstreeks aan een mensenkind geeft om hierdoor de mensheid te verlichten. Hij spreekt met de mensen als een vader met zijn kinderen. Hij onderwijst hen als een onderwijzer zijn leerlingen. Hij komt hen zo nabij, dat ze Hem moeten herkennen, als ze maar bereidwillig zijn. Maar Hij dringt Zich niet aan hen op. Want Zijn geschenk is buitengewoon waardevol en Hij wil dat ernaar verlangd wordt. En daarom kan Hij ook die mensen niet overtuigen, die dit buitengewoon werkzaam zijn niet willen erkennen.
Hij geeft onophoudelijk en Zijn geschenk is te herkennen, zodra de wil van de mens zich er niet tegen verzet, voordat hij het onderzocht heeft. Want het in ontvangstnemen van de geschenken van boven is een ongewone gebeurtenis, die een kracht voorop moet stellen, die aards nog niet doorgrond werd. De mens moet een geestelijke kracht erkennen, die de Schepper is van dat, wat als het woord van God aan de mensen gegeven werd.
En deze kracht is de rechtstreekse uitstraling van God, waardoor Hij Zichzelf te kennen geeft aan degenen, die Hem willen herkennen. Hij toont Zich duidelijk aan de mensen. Dat wil zeggen dat Zijn werkzaam zijn in elk geschenk, dat naar de aarde komt, te herkennen is, want elke bekendmaking ademt de diepste liefde van God, Die Zijn woord alleen maar daarom naar de aarde leidt om de mensen te helpen in de grootste nood. En waar de liefde herkenbaar is, daar is God Zelf ook en waar God Zelf is, daar is ook Zijn uitstraling van liefde te voelen. God openbaart Zich door Zijn woord.
Amen