B.D.-Nr. 2736

Overdracht van gedachten van het lichtrijk naar de aarde

Door de overdracht van gedachten van het lichtrijk naar de aarde kan de mens op zo’n manier een buitengewone kennis gegeven worden, dat die absoluut niet onnatuurlijk lijkt. En de mensen nemen er ook geen aanstoot aan, omdat ze het gedachtengoed als zelf verworven beschouwen. En toch zijn de wezens in het geestelijke rijk actief, omdat de mens anders volledig zonder gedachten zou zijn, de puur aardse gedachten, die enkel en alleen functies van de lichamelijke organen zijn, niet meegerekend.

De mens weet niet wat de gedachte is. Hij ziet zichzelf als de schepper van elke gedachte en is toch alleen maar een opnamestation van de uitstraling van de wezens in het hiernamaals. De gedachte is dus de altijddurende krachtstroom, die evenwel enkel van goede of ook van slechte uitwerking kan zijn, al naar gelang de wil van de mens als de bron van deze krachstroom. Zodra de mensen op aarde wederzijds hun gedachten uitwisselen, proberen de wezens in het hiernamaals zich ook te uiten en ze kunnen dit alleen maar via de gedachten, omdat de werkzaamheid van de gedachten hun eigenlijke leven is.

De oorspronkelijke gedachte van mens tot mens wordt ook eerst in het hart geboren, voordat de mens deze uitspreekt. En deze moet eerst door deze krachten in het hart gelegd worden. Het wezen in het hiernamaals spreekt in zekere zin van tevoren met de mens, echter niet hoorbaar, maar enkel via de gedachten en al naar gelang de wil van de mens gebruikt hij deze gedachten. De inhoud van de gedachten, die de mens gegeven worden, zijn overeenkomstig de rijpheidsgraad van de gever.

De lichtwezens dragen diep geestelijke kennis op de mens over en ze geven bij alle vragen en twijfels, die God en de eeuwigheid betreffen, opheldering. Ze geven hem opheldering over zijn eigenlijke opdracht op aarde. Ze delen enkel de zuiverste, meest lichtvolle waarheid uit, omdat ze een rechtstreekse verbinding hebben met God.

Maar wezens, die deze graad nog niet bereikt hebben, die zelf nog onwetend zijn, omdat ze onvolmaakt zijn, proberen hun gedachten eveneens op die mensen over te dragen, omdat in hen allen een mededelingsdrang aanwezig is. Maar deze gedachten komen niet met de waarheid overeen, omdat ze de waarheid zelf niet kennen en ze vanwege een aan God vijandige inwerking verkeerd denken. En bijgevolg proberen ze ook de gedachten van een mens in een richting te duwen, die meer met de wil van de tegenstander van God overeenkomt. Ze leiden deze naar aardse zaken, omdat deze dichter bij hun kennis liggen.

Zodoende worden ook de aardse gedachten op een bepaalde manier door de wezens in het hiernamaals beïnvloed. Ze worden direct door de denkorganen opgenomen en verwerkt, terwijl de geestelijke gedachten in het hart geboren worden, omdat dan lichtgeest tot lichtgeest spreekt. Omdat de geest in de mens, de goddelijke vonk, de uiting van de lichtwezens in ontvangst neemt en deze nu vanuit het hart naar de hersenen geleid wordt, waar de wil van de mens deze in zijn gedachtengoed opneemt.

Het is altijd een uitwisseling van gedachten van het hiernamaals naar de aarde, maar welke wezens zich uiten, dat bepaalt de mens zelf door zijn wil. In zijn verlangen naar de wereld is hij voor de invloed van deze wezens toegankelijk, die nog aardsgezind zijn en die daarom weinig geestelijke kennis hebben en als ze zich daarover uiten, alleen maar verkeerde gedachten naar de mens leiden.

Daarentegen zal de naar waarheid verlangende mens, wiens streven geestelijke kennis betreft, alleen maar door waarheidsdragers bedacht worden. Deze kracht van hen wordt in de vorm van gedachten op de mens overgedragen en de mens moet wetend worden, als hij aan deze gedachten aandacht schenkt. Want deze zijn niet van hemzelf uitgegaan.

De gedachte is een geestelijk goed, dus iets onvergankelijks, wat niet bij de dood van de mens ophoudt, maar in het geestelijke rijk blijft bestaan, enkel waarheid of dwaling overeenkomstig de wil en de levenswandel van de mens bevattend. En de wezens in het hiernamaals trachten beiden naar de aarde over te brengen, doordat ze proberen het denken van de mensen te beïnvloeden.

Amen

Vertaald door: Peter Schelling

Deze openbaring is niet opgenomen in de themaboekjes.