B.D.-Nr. 2504
Het zijn de machten van de duisternis, die nu hun wezens voortstuwen. Hun macht is zo groot, omdat de mensen zichzelf in hun macht begeven. En daarom kunnen deze ook heersen. Ze vergiftigen het denken van de mensen, zodat deze zich van het goede en ware verwijderen en zodoende van deze machten afhankelijk zijn. Dit is een zich totaal van God afkeren, omdat God het ware, het goede is, waar de mensen geen aandacht aan schenken.
De krachten van de onderwereld leggen dus beslag op de mensen en daarom kan het handelen van dezen tegen elkaar niet anders dan slecht zijn. Deze duivelse invloed gaat zo ver, dat er volledig andere richtlijnen voor de levenswandel van de mensen opgesteld worden, die de mensen graag en zonder bezwaren erkennen. En er zal goed genoemd worden, wat onrechtvaardig is en er zal toegestaan worden, wat in strijd handelt met de goddelijke geboden en elk mens zal kunnen doen en laten wat hij wil, als het maar zijn eigen voordeel dient. En die liefdeloosheid zal steeds grotere vormen aannemen en hiermee ook de handelingen van de mensen, waarin de invloed van het kwaad zichtbaar tot uitdrukking komt.
En zodoende zal het goede geestelijke, de krachten die aan de wil van God onderworpen zijn, strijd moeten voeren in het geestelijke rijk tegen de krachten van de onderwereld. En op aarde zullen eveneens de door God gekozen mensen, de mensen die Zijn geboden trachten na te leven, omdat ze Hem erkennen en Hem liefhebben, de strijd met de vertegenwoordigers van de slechte macht aan moeten gaan. Tegen degenen, die God ontkennen en hun levenswandel in strijd met de goddelijke wil leiden.
En deze strijd zal een hevige zijn. Het zal van de kant van de laatste met alle meedogenloosheid gevoerd worden, omdat het het streven van het boze is om alles wat positief tegenover God staat te vernietigen. Het geloof in God geheel uit te roeien en op aarde een andere leer in te voeren, die beter overeenkomt met het denken van de liefdeloos geworden mensheid.
En de strijd zal zwaar zijn voor de gelovigen, maar God Zelf staat hen ter zijde, want deze strijd is sinds eeuwigheid voorzien. God vervult met Zijn geest degenen, die Hem toe willen behoren. Hij geeft hun buitengewone kracht, want Hijzelf is werkzaam door die mensen, die zich gewillig aan Hem aanbieden als Zijn gereedschap. En daarom zijn de gelovige mensen tot veel meer in staat dan hun tegenstander, ofschoon de aardse macht ook aan hun zijde staat. Want tegen God te strijden, moet onherroepelijk tot de nederlaag leiden.
Deze strijd moet er zijn, omdat er een scheiding plaats moet vinden onder de mensheid. Het moet iedereen duidelijk worden, dat hij een beslissing moet nemen. En daarom zal de mens dingen beleven, die hem tot nadenken aanzetten en tot een beslissing aansporen. En gezegend is degene, die de juiste weg gaat. Gezegend is degene, die in de buitengewone gebeurtenissen de kracht van God herkent en die opkomt voor degenen, die geloven. Hij geeft weliswaar de wereld en diens goederen op, omdat hij nu rechteloos geworden is, maar hij ruilt hier veel meer voor in: goederen, die tot in alle eeuwigheid voort zullen duren.
Amen