B.D.-Nr. 2499

Het streven naar licht uit vrije wil – De voortgaande ontwikkeling

Alles wat met de aarde verbonden is, stroomt net zo lang het licht tegemoet, als dit zich nog niet in het stadium van de vrije wil bevindt. Bijgevolg bevindt het zich in een voortschrijdende opwaartse ontwikkeling, want het geestelijke, dat de scheppingswerken in zich bevatten, zal voor steeds grotere taken gesteld worden, die het vervullen moet en zo wordt daardoor ook voortdurend de goddelijke wil vervuld.

Maar in het laatste stadium van de belichaming van het geestelijke trekt God in zoverre Zijn wil terug, dat Hij nu de mens zelf laat bepalen of hij wel of niet dienend actief wil zijn. Indirect bepaalt Zijn wil wel de levensloop van de laatste uiterlijke vorm, de mens, maar schept daardoor alleen maar toegenomen mogelijkheden, die de mens tot dienende activiteiten aan moeten sporen.

Toch staat het de mens vrij om deze activiteiten uit te voeren, want hij kan de drang tot activiteit ook op een andere manier ontplooien, doordat hij een werk verricht, dat nooit van dienende liefde getuigt, maar de medemens schade berokkent of alleen zichzelf maar voordeel oplevert. Dan handelt de mens dus tegenovergesteld aan de goddelijke wil. Maar hij wordt niet gehinderd, omdat juist deze vrije wilsbeslissing het doel van de laatste belichaming op aarde is. Maar dan streeft de mens ook niet naar het licht, maar blijft hij in dezelfde ontwikkelingsfase als hij had bij het begin van de belichaming of hij ontwikkelt zich negatief. Al naar gelang zijn handelen de liefde ontbeert of geheel zonder liefde is.

Terwijl dus in het voorstadium de opwaartse ontwikkeling gegarandeerd is, omdat het wezen in elk scheppingswerk dient, ofschoon ook in een zekere toestand van moeten, wordt dit in het laatste stadium in twijfel getrokken, want het hangt van de vrije wil van de mens af. Van zijn verlangen naar licht, dat door zijn doen en denken tot uitdrukking komt. Als de mens tot liefde in staat is, dan streeft hij onvermijdelijk naar het licht en ontwikkelt hij zich positief. De liefdeloze mens daarentegen gebruikt zijn levensweg op aarde niet voor de voorwaartse ontwikkeling van de ziel en deze laatste weg is voor hem dus volledig nutteloos.

Maar gedwongen kan hij niet worden, omdat de vrij keuze voor goed of kwaad de zin en het doel van het aardse leven is en daarom moet hij zijn wil zelf actief laten worden zonder enige dwang of beïnvloeding. Maar de goddelijke wil leidt zijn levensweg zo, dat hem steeds weer gelegenheden geboden worden om dienend werkzaam te zijn. Maar zijn vrije wil wordt niet beknot, om welke reden hij zich eens moet verantwoorden voor zijn daden op aarde, net als voor zijn verzuim.

Amen

Vertaald door: Peter Schelling

Deze openbaring is niet opgenomen in de themaboekjes.