B.D.-Nr. 2424
De krachten, die vijandig tegenover God staan, zijn buitengewoon actief om het denken van de mensen te vergiftigen en hen van God, van het herkennen van de waarheid, af te leiden. En dit is de oorzaak van de vernietigende strijd, die ze tegen elkaar voeren. Ze schrikken voor niets terug en hebben geen bezwaren, zodat ze zich aan deze krachten uitleveren door hun medewerking aan of ook goedkeuring van deze vernietigingsstrijd en ze worden geheel door deze krachten in beslag genomen en wat ze de mensen gelasten, voeren deze bereidwillig uit.
En zodoende werkt de boze macht zelf door die mensen, die zich aan hem uitleveren door hun levenswandel, door hun karakter en hun handelingen. Dit betekent hetzelfde als geestelijke achteruitgang, als nutteloosheid van het aardse leven, als de dood van de ziel. En de tegenstander wint ziel na ziel, zodra hij de mensen voor zijn schandalige plannen wint en hij gebruikt hun hang naar materie, de begerigheid naar aardse bezit op zo’n manier, dat ze geheel aan hem ten prooi vallen. Dat ze alleen nog maar aardse goederen nastreven en ter wille daarvan hun zielen verliezen. Dat ze hun ziel verkopen om zich te verrijken aan vergankelijke, waardeloze goederen.
En dat is de tijd, dat God het werkzaam zijn van de tegenstander een halt toeroept. Waar de mensen niet voor terugschrikken, dat houdt Hij hen indringend voor ogen, doordat Hij hun nu Zelf schade toebrengt, doordat Hij schijnbaar het werkzaam zijn van diegene steunt, die de vernietiging nastreeft. Maar Hij neemt Zijn tegenstander de macht uit handen. Het wordt niet meer, zoals voorheen, aan de mensen overgelaten om het vernietigingswerk uit te voeren, maar God grijpt Zelf vernietigend in op grond van Zijn wil en Zijn macht.
En de mensen kunnen zich niet tegen Zijn wil verzetten. Ze kunnen Hem niet hinderen en moeten zich machteloos schikken, omdat God Zelf de teugels in de hand neemt en het wereldgebeuren nu overeenkomstig Zijn goddelijke wil zijn wending neemt. Wat de mensen eerst zelf deden, dat zal nu zonder hun medewerking gebeuren en ook niet beëindigd kunnen worden door de menselijke wil, maar net zo lang door hen verdragen moeten worden, tot God het Zelf beëindigt. En nu zal het werkzaam zijn van de tegenstander en de goddelijke macht zichtbaar worden.
Wie dit laatste in het gebeuren herkent, die is nog niet geheel verloren, ofschoon hij gevoelig getroffen wordt, want wie de verklaring van elke gebeurtenis in God en Zijn wil probeert te vinden, die zal ook zijn aardse leven nu overeenkomstig leven en gebruiken tot welzijn van zijn ziel. Maar wie de arm van God daar niet in herkent, die zal nu het aardse verval zien. Hij zal de aardse vernietiging enkel met wereldse ogen bekijken en hem kan geen redding van de ziel meer geboden worden. Hij zit nog helemaal gevangen in de materie en hij beschouwt elke wereldse gebeurtenis alleen maar vanuit het standpunt van verliezers of winnaars. Hij is aan de boze macht ten prooi gevallen en de duivel heeft bezitgenomen van hem en zijn ziel.
Amen