Confronta annuncio con traduzione

Altre traduzioni:

La possessione – La colpa di peccato dei padri

Ogni uomo è stato provvisto da Me con i Doni che gli garantiscono la maturazione verso l’Alto della sua anima, anche se sembra deformato corporalmente o spiritualmente per natura. L’anima in ogni uomo è nel grado di maturità, che permette una incorporazione sulla Terra. Ma ora possono prendere possesso del corpo di un uomo quelli che provengono dall’abisso, il che è anche riconoscibile esteriormente, quando un uomo compie delle cose che sono totalmente contro il Mio Ordine, in cui però la vera anima dell’uomo non è partecipe, soltanto che non può difendersi contro queste forze, che respingono lei stessa e che commettono il loro abominio nell’involucro umano.

E che Io ammetta questo, ha anche un suo saggio motivo, ma non deve far giungere voi uomini alla conclusione, che tali uomini vanno perduti per tempi eterni, perché Io assisto l’anima affinché tali forze non possano prendere possesso di lei, e la sua silenziosa sofferenza che gliene proviene, contribuisce alla sua propria purificazione, benché gli uomini credano di aver a che fare con una creatura la più abietta, che è matura per l’inferno.

Ora nell’ultimo tempo l’inferno sputa fuori tutti gli spiriti maligni, e questi ora si cerano il loro soggiorno, mentre non si lasciano procreare, ma prendono in possesso dei corpi deboli, sovente in un modo che all’uomo colpito vengono interdetti il chiaro intelletto ed ogni facoltà di responsabilità, che l’uomo non è consapevole di sé stesso e che viene designato come disturbato spiritualmente. Ciononostante in lui è incorporata un’anima consapevole di sé stessa, che però viene ostacolata da tali spiriti immondi nel vero compito della sua vita terrena, che infuriano su incarico del loro signore. Le anime di questi uomini assolvono un cammino terreno di una particolare durezza, alla base della quale ci possono essere i motivi più diversi; ma non sono nemmeno senza protezione spirituale, e la loro inerzia di fronte ai loro oppressori, le loro paure tormentose, contribuiscono sovente di più alla loro purificazione che un cammino terreno normale.

Ma che tali forze si possano servire impunite di un corpo umano, è sovente da incolpare agli uomini stessi, i cui peccati hanno l’effetto sui loro figli, uomini che nella loro vita terrena si sono lasciati troppo volonterosi influenzare dal Mio avversario, uomini che hanno compiuto delle azioni che richiedono una grande espiazione ed i cui peccati non hanno ancora trovato nessun Perdono tramite Gesù Cristo, perché non Lo hanno ancora riconosciuto e non hanno ancora chiesto il Perdono.

I discendenti di tali uomini portano ancora il peso del peccato, ma le anime di costoro non devono necessariamente avere gli stessi cattivi istinti, il corpo indebolito dai peccati degli avi non può difendersi contro gli spiriti immondi, che vorrebbero possedere anche la sua anima. Ma ne vengono ostacolati perché Io concedo bensì delle sofferenze corporee come espiazione per la colpa dei padri, ma non lascio mai subire danno ad una anima tramite quegli spiriti immondi. Perché lei si sacrifica volontariamente e tramite un tale sacrificio libera sé stessa, ed aiuta anche le anime non liberate nell’aldilà, che riconoscano la loro ingiustizia e che prendano la via verso di Me in Gesù Cristo.

Amen

Traduttore
Tradotto da: Ingrid Wunderlich

Bezetenheid - Zondenschuld der vaderen

Ieder mens is door MIJ met gaven begiftigd die hem het rijp worden van zijn ziel waarborgen; en of hij ook schijnbaar van nature lichamelijk of geestelijk misvormd is, in ieder mens is de ziel in die staat van rijpheid die eerst een belichaming op aarde toelaat.

Nu kunnen er echter krachten bezit nemen van het lichaam van een mens, die uit de diepte komen, wat ook uiterlijk te zien is, wanneer een mens dingen volbrengt die helemaal tegen Mijn ordening zijn, waaraan echter de eigenlijke ziel van de mens geen deel heeft, maar zich alleen niet kan verweren tegen deze krachten, die haar zelf verdringen en in de menselijke omhulling hun kwaad bedrijven.

En dat IK zoiets toelaat heeft ook z'n wijze reden, maar moet u, mensen echter niet laten besluiten dat zulke mensen voor eeuwige tijden verloren gaan, want IK sta de ziel bij dat zulke krachten geen bezit van haar kunnen nemen en het stille leed dat voor haar daardoor ontstaat, draagt bij tot haar eigen loutering, zodat ook haar gang over de aarde niet zonder resultaat blijft, ofschoon zijn medemensen menen het met een meest verdorven schepsel te doen te hebben, dat rijp is voor de hel.

In de laatste tijd echter spuwt de hel alle slechte geesten uit en dezen nu zoeken een onderkomen voor zich, doordat ze zich niet laten belichamen bij 'n verwekking, maar zwakke lichamen in bezit nemen, vaak op een manier dat de betreffende mens het heldere verstand en het vermogen tot elke verantwoordelijkheid wordt ontzegd, dat de mens zich niet van zichzelf bewust is en als geestelijk gestoord wordt bestempeld.

Toch is in hem een zichzelf bewuste ziel belichaamd die echter bij haar eigenlijke taak op aarde gehinderd wordt door zulke lage geesten, die zich uitleven in opdracht van hun heer. De zielen van deze mensen maken een gang over de aarde door van heel bijzondere hardheid, waaraan de meest verschillende aanleidingen ten grondslag liggen; maar ze zijn ook niet zonder geestelijke bescherming en hun hulpeloosheid tegenover hun plaaggeesten, hun kwellende angsten, dragen vaak veel meer bij tot hun loutering dan een normale gang over de aarde.

Dat echter zulke krachten zich ongestraft van een menselijk lichaam mogen bedienen, is vaak de schuld van mensen zelf wier zonden hun uitwerking doen gevoelen op hun kinderen. Mensen die zich tijdens hun aardse leven al te gewillig lieten beïnvloeden door Mijn tegenstander, mensen die daden verricht hebben die veel genoegdoening vereisen en wier zonden nog geen vergeving vonden door JEZUS CHRISTUS, omdat ze nog niet inzagen wie HIJ was en de vergeving nog niet afgesmeekt hebben.

De nakomelingen van zulke mensen gaan nog gebukt onder deze last van de zonde, maar de zielen van hen hoeven niet dezelfde slechte aandriften in zich te hebben, maar het lichaam dat door de zonde van de voorouders verzwakt is, kan zich niet tegen de kwade geesten verweren, die ook zijn ziel zouden willen bezitten. Maar dit wordt hun belet, want IK laat wel als verzoening voor de schuld der vaderen lichamelijk lijden toe, maar nooit dat een ziel schade lijdt door die lage geesten, want ze offert zich vrijwillig op en door zon offer verlost ze zichzelf en helpt ze ook de onverloste zielen in het hiernamaals, dat die het door hun aangedane onrecht inzien - en de weg nemen naar MIJ in JEZUS CHRISTUS.

Amen

Traduttore
Tradotto da: Gerard F. Kotte