Comparar anuncio con traducción

Otras traducciones:

Comunicación con los habitantes de las estrellas.... “En la casa de Mi Padre”

Innumerables estrellas giran en el Universo y cada una tiene su función: ayudar a los seres espirituales inmaduros a madurar. Así, ahora comprendéis las Palabras: “En la casa de Mi Padre hay muchas moradas....” Cada estrella recibe las almas cuyo estado de madurez se adapta a las condiciones de esa estrella; o mejor dicho, las posibilidades de maduración son diferentes en cada estrella y, en consecuencia, las almas destinadas a madurar serán puestas allí. Sin embargo, las condiciones de vida también son siempre diferentes, pues todas las estrellas se difieren en su naturaleza y características, y no se puede ofrecer una descripción más detallada a los seres humanos en la Tierra, ya que muchas cosas les resultarían incomprensibles y requería un conocimiento espiritual para ser entendido.

Pero también existen cuerpos celestes aptos para la maduración para todas las almas de cualquier grado de maduración, donde pueden ascender si tienen buena voluntad. Allí también se respeta el libre albedrío del ser espiritual; allí también se elimina la coerción espiritual, aunque las condiciones de vida correspondientes obligan a los seres a someterse a ellas, pues de otro modo no sería posible permanecer en un cuerpo celeste así. Y en todas partes, se les da luz acerca de su propósito en la vida.... Si ahora acepten e interpreten esta luz depende de ellos, pero es decisiva para su desarrollo ascendente.

Pero todas estas obras de creación de Dios son “moradas en la casa del Padre”.... Y así, un día, todo lo espiritual alcanzará una vez este grado de madurez en la que podrá intercambiar creaciones terrenales-materiales con creaciones puramente espirituales.... que vosotros, los seres humanos, no sois capaces de mirar con vuestros ojos terrenales, pues todo lo que es visible para vosotros son todavía creaciones que albergan seres, que aún tendrán que perfeccionarse porque los seres perfeccionados entonces también están activos en el reino de la luz y ya no necesitan creaciones “visibles” como lugar de morada.

Pero todas creaciones están infinitamente alejados entre sí y son inaccesibles unas para otras. Los habitantes de todos estos mundos están atados a su mundo, y al cuerpo estelar que los alberga.... Solo pueden cambiar su estancia tras haber alcanzado un cierto grado de madurez, pero no arbitrariamente, sino correspondiente a la Ley fundamental de Dios, a la que tienen que subordinarse todas Sus creaciones, así como todos los seres asignados a ellas. Por lo tanto, es absurdo suponer que los habitantes de esos mundos pudieran arbitrariamente y esforzarse por alcanzar otros cuerpos celestes, sin que tener que temer su propia aniquilación.

Porque las condiciones de vida son diferentes en todos los cuerpos celestes y estas no pueden eliminarse arbitrariamente. Pero tales planes también se usarán para manipular en los últimos tiempos. (17.05.1960) El adversario de Dios explotará la credulidad de los seres humanos engañándolos para que crean que pueden tener contacto con habitantes de otros mundos y que estos habitantes, por razones aparentemente válidas, también desean establecer contacto con los habitantes de la Tierra. Porque el adversario busca lograr una sola cosa: socavar la creencia en el fin de la vieja Tierra y así impedir que los seres humanos se preparen para ese fin....

Los seres humanos tienen que ser informados que la Tierra es un cuerpo celeste por derecho propio, sin conexión con otros mundos, y que cualquier vínculo con sus habitantes solo puede establecerse espiritualmente. Por lo tanto, los humanos pueden conectar con los habitantes de mundos superiores, el reino de la luz, a través de buenos pensamientos de ayuda en momentos de angustia espiritual, los cuales probablemente les serán concedidos espiritualmente. Sin embargo, no es aconsejable invocar a seres de cuerpos celestes cuyo grado de madurez espiritual se desconoce, ni que estos pueden ofrecer asistencia espiritual. La ayuda terrenal está descartada en cualquier caso, contrariamente a lo que el adversario pretende hacer creer: que estos seres podrían ejercer su influencia sobre los habitantes de la Tierra antes de su destrucción final.

Solo Dios puede brindar verdadera ayuda cuando llegue el momento que vosotros, los humanos, temáis, si creéis en eso.... Pero Él también la concede a cada uno que se la pide. Y verdaderamente dispone de suficientes ángeles que obedecen únicamente Su voluntad para llevarla a cabo, y estos también se cuidarán de los seres humanos cuando llegue la hora.... Pero el adversario de Dios también ha encontrado un terreno fértil en la credulidad de los seres humanos en la cual puede sembrar mucha mala semilla. Y los seres humanos aceptan todas estas enseñanzas erróneas de él en lugar de la verdad pura, lo cual también es indicativo del valor de su siembra.

Porque el error siempre se prefiere a la verdad; el ser humano siempre busca una ventaja en el error y rechaza la verdad que no le promete tal ventaja. El fin está cerca, y llegará irrevocablemente.... y toda doctrina es falsa si cuestiona un fin u ofrece al ser humano una salida que no se corresponde con la voluntad de Dios.... Porque Dios Mismo libra de todo peligro a todo aquel que se encomienda a Él, que acude a Él, que pertenece a los Suyos, que no tiene por qué temer un fin....

amén

Traductor
Traducido por: Hans-Dieter Heise

Omgang met bewoners van andere hemellichamen? "In het huis van Mijn VADER zijn vele woningen !"

Door het heelal trekken ontelbare hemellichamen hun baan en alle hebben hun taak - te helpen bij de voltooiing van het onvolkomen geestelijke. En zo begrijpt u nu ook de Woorden: "In het huis van Mijn VADER zijn vele woningen!". En elk hemellichaam neemt die zielen op van wie de toestand van rijpheid aan de omstandigheden op dat hemellichaam is aangepast - of anders gezegd - de mogelijkheden zich te voltooien zijn op elk hemellichaam andere en naargelang hiervan worden ook de zielen die tot voltooiing moeten komen, daarheen overgeplaatst. Maar steeds zijn ook de levensvoorwaarden anders, omdat alle hemellichamen naar hun aard en hoedanigheid verschillend zijn van elkaar, en er kan aan de mensen op aarde geen nadere beschrijving worden gegeven, omdat veel er van voor hen onbegrijpelijk zou zijn en een geestelijk inzicht voorop stelt om begrepen te kunnen worden.

Maar er zijn voor alle zielen, voor zielen in elke graad van rijpheid ook de geëigende hemellichamen om tot voltooiing te komen, waar die zielen zich positief kunnen ontwikkelen als zij van goede wil zijn. Want ook daar wordt met de vrije wil van het geestelijke wezen rekening gehouden, ook daar is geestelijke dwang uitgeschakeld, ofschoon de desbetreffende levensvoorwaarden het wezen in een zekere dwangpositie plaatsen, zich daarin te voegen, omdat anders een bestaan op zo'n hemellichaam niet mogelijk zou zijn. En overal wordt de wezens opheldering geschonken over het doel van hun bestaan. Of zij nu dat licht aannemen en benutten staat hun vrij, is echter beslissend voor hun opwaartse ontwikkeling. Maar al deze scheppingswerken van GOD zijn "woningen in het huis van de VADER". En bijgevolg zal eenmaal al het geestelijke toch die graad van voltooiing bereiken, waarin het aards- materiële scheppingen kan verruilen voor zuiver geestelijke scheppingen, die u mensen met uw aardse ogen niet vermag te aanschouwen. Want alles wat voor u zichtbaar is,zijn steeds nog scheppingen, die wezens herbergen die zich nog moeten voltooien. Daarentegen zijn de reeds volmaakte wezens dan ook in het Lichtrijk werkzaam en hebben geen zichtbare scheppingen als verblijfplaats meer nodig.

Maar al deze scheppingen zijn eindeloos ver van elkaar verwijderd en ook niet voor elkaar bereikbaar. De bewoners van al deze hemellichamen zijn aan hun eigen wereld gebonden - aan het hemellichaam dat hen draagt. Alleen na het bereiken van een bepaalde graad van rijpheid kunnen zij van verblijfplaats wisselen, maar niet willekeurig, maar altijd volgens de grondwet van GOD, waar al Zijn scheppingen zich naar moeten voegen - zoals ook al de wezens die aan deze scheppingen zijn toebedeeld. Daarom is het onzinnig aan te nemen dat zich bewoners van deze hemellichamen willekeurig verwijderen en naar andere hemellichamen zouden kunnen gaan, zonder bevreesd te moeten zijn voor hun eigen vernietiging. Want de levensomstandigheden zijn op alle hemellichamen anders en die kunnen niet eigenmachtig terzijde worden geschoven.

In de eindtijd zal echter ook met zulke plannen gemanipuleerd worden. De tegenstander van GOD zal de lichtgelovigheid van de mensen gebruiken, doordat hij hen voorspiegelt, dat zij verbindingen kunnen hebben met bewoners van andere werelden - en dat dezen uit schijnbaar goede motieven eveneens contact willen opnemen met de mensen op aarde. Want de tegenstander probeert daarmee een ding te bereiken: het geloof aan een einde van de oude aarde te ondermijnen, om zo de mensen te verhinderen zich op dat einde voor te bereiden.

De mensen moeten echter daarover worden ingelicht, dat de aarde een hemellichaam op zichzelf is, dat geen verbinding heeft met andere werelden en dat elke verbinding met de bewoners ervan alleen geestelijk tot stand kan komen. Dat de mens zich dus wel met bewoners van hogere werelden van het Lichtrijk kan verbinden door goede gedachten - vragend om hulp in geestelijke nood - die hem geestelijk ook wel gegeven wordt - maar dat het voor hem niet raadzaam is wezens aan te roepen van hemellichamen, van wie hij niet weet in welke graad van geestelijke rijpheid zij zich bevinden en of zij hem geestelijke hulp verlenen kunnen. In elk geval komt aardse hulp niet in aanmerking, zoals GOD's tegenstander de mensen zou willen doen geloven - dat die wezens vóór een vernietiging van de aarde hun invloed op de bewoners van de aarde zouden kunnen doen gelden. Echte hulp kan alleen GOD verlenen, als de tijd die u, mensen vreest, is gekomen, als u daaraan gelooft, maar HIJ verleent ze ook aan ieder die HEM er om bidt. En HIJ heeft waarlijk engelen genoeg die alleen op Zijn Wil acht slaan om die uit te voeren - en dezen zullen zich ook om de mensen bekommeren, als het uur gekomen is.

Maar GOD's tegenstander heeft in de lichtgelovigheid van de mensen een goede bodem gevonden, waarin hij waarlijk veel slecht zaad kan zaaien. En de mensen nemen al deze onderrichtingen van zijn kant eerder aan dan de zuivere waarheid, wat ook kenmerkend is voor de waarde van zijn zaaigoed. Want steeds probeert de mens een voordeel voor zichzelf uit de dwaling te behalen, en wijst hij de waarheid af, die hem dit voordeel niet belooft.

Het einde is dichtbij en komt onherroepelijk - en elke leer is vals die het einde in twijfel trekt, of aan de mensen een uitweg verkondigt die niet volgens de Wil van GOD is. Want GOD voert Zelf ieder mens uit elk gevaar - die tot HEM vlucht - die tot de zijnen behoort, die een einde niet hoeven te vrezen.

Amen

Traductor
Traducido por: Gerard F. Kotte