0627 Gebed - Roep Mij aan in de nood

18 oktober 1938: Boek 13

Het vertrouwen op de hulp van de Vader zal u alles in het leven gemakkelijk doen verdragen. Want alle leed stuurt de Heer en Heiland u, opdat u de weg naar Hem zult vinden. Komt u echter verblind, alleen verhard en verbitterd uit het leed tevoorschijn, dan berooft u zichzelf van alle hulp van boven. U zult te allen tijde uw toevlucht mogen nemen tot het gebed en u mag zodoende het grootste vertrouwen hebben verhoord te worden. Want wat u ook beschoren is, er is niets zo erg, dat de hemelse Vader het niet tot een zegen zou kunnen veranderen.

Ieder kind heeft het recht zich vragend naar de Vader toe te keren. Die zich in deemoed tot de hemelse Vader wenden, zullen nooit een vergeefs verzoek doen. Maar u allen benut de kracht van het gebed te weinig. U moet u eerst in grote nood bevinden, voordat u de Heer om hulp vraagt. En toch moet elke dag, elk uur, u zegen brengen. U moet niets ondernemen zonder de Zegen van God te hebben afgesmeekt. U moet u in leed en vreugde naar boven keren. U moet de kracht van het gebed altijd benutten, want uw ziel heeft onophoudelijk hulp nodig, opdat ze het doel al in het leven op aarde zal bereiken.

En ook verder ontbreekt het u aan kracht. Alleen, zonder het gebed, bent u maar tot weinig in staat. Maar daar u recht hebt op de genade van het gebed, benut deze dan zoveel mogelijk. Smeek om bijstand in de nood, om reinheid van het hart. Vraag om genade, om standvastigheid van het geloof, om daadkracht in de naastenliefde. Vraag met geheel uw hart, dat de Heer u Zijn liefde wil schenken en altijd voor u zal zorgen.

U mag vragen zonder ophouden. Als u om uw zielenheil bidt, zult u worden verhoord. Want als u inziet wat u mankeert, wordt elke ondersteuning waarom u hebt gebeden verleend. “Vraag en u zal gegeven worden” zegt de Heer. Hij maant u aan u tot Hem te wenden in de nood. Geef dus gevolg aan deze oproep en neem de schatten die de Heer u belooft. Doch val niet ten offer aan alleen maar de vorm. Want de Vader verhoort nooit die alleen met de lippen Hem dringend om hulp verzoeken en wier harten ver weg zijn.

En wanneer uw gebed niet wordt verhoord, onderzoek dan wat u niet goed hebt gedaan. Of het gebed wel uit de diepte van het hart omhoog werd gezonden, of alleen van de lippen kwam en daarom niet tot het oor van de Vader is doorgedrongen. Onderzoek of u om iets aards hebt gebeden, wat de Vader u onthoudt vanuit Vaderlijk inzicht en wijsheid. En let er steeds op in elk gebed de wil van de Heer boven uw wil te stellen.

Want de Vader weet wat goed voor u is en wat nodig is voor uw zielenheil. Hij zal u bedenken op de juiste wijze. Maar nooit zal Hij u iets verlenen uit verkeerde vaderliefde, wat alleen tot nadeel is voor de ziel. Onderwerp u daarom aan Zijn wil en geloof dat Hij u steeds alleen zo bedenkt, zoals het voor de ziel dienstig en bevorderlijk is. En roept u Hem gelovig aan in aardse nood, dan zal Zijn hulp niet uitblijven, opdat Zijn Woord vervuld zal worden: “Roep Mij aan in de nood en Ik wil u verhoren.”

Amen

Vertaald door: Gerard F. Kotte

Deze openbaring is opgenomen in het volgende themaboekje:
Themaboekje Titel Downloaden
89 Jezus zegt... Deel 4 „Komt tot Mij!“ ePub   PDF   Kindle  

Downloads

Download-aanbod voor boek _book
 ePub  
 Kindle  
  Meer downloads

Deze openbaring

 als MP3 downloaden  
Afdrukvoorbeeld
 Kladschriften