B.D.-Nr. 2794

Het verlangen naar de waarheid garandeert de zuivere waarheid en een juist denken

Wie zich met alle geweld vrij probeert te maken van verkeerde opvattingen, dat wil zeggen in het verlangen naar de waarheid bereid is zijn huidige gedachtengoed op te geven als dat tegen de zuivere waarheid indruist, die zal ook duidelijk herkennen, wat dwaling en wat waarheid is. De mens hoeft dan niet meer te vrezen opnieuw in verkeerd denken terecht te komen. Hij hoeft ook niet te twijfelen aan dat, wat hem als waarheid aangeboden wordt, want zijn verlangen naar de zuivere waarheid stelt hem zowel in staat om deze te ontvangen, alsook deze als waarheid te herkennen.

De naar waarheid verlangende mens streeft tegelijkertijd ook naar God en hij vervult ook de voorwaarde, die God aan het ontvangen van de waarheid gesteld heeft: hij leeft in liefde. Het verlangen naar de zuivere waarheid heeft zijn oorsprong niet in zijn verstandsmatige denken, maar het is in het hart geboren, juist als gevolg van zijn werkzaamheid in liefde.

Maar nooit zal een mens, die er zonder liefde op los leeft, een verlangen hebben naar de zuivere waarheid. Integendeel, hij schuwt deze, zoals hij trouwens elke gelegenheid mijdt, waar hem de waarheid gegeven zou kunnen worden. Voor hem is de gedachte om over alles opheldering te krijgen eerder onbehaaglijk, om welke reden hij de voorkeur geeft aan de toestand van onwetendheid. Zo’n mens tot helderheid van de geest te brengen is alleen maar mogelijk als hij dit zelf nastreeft.

Daarentegen is de bereidwillige God en de waarheid nastrevende mens binnen de kortste tijd de waarheid binnengedrongen en er ook vast van overtuigd in de waarheid te staan. En dat is het kenmerk van degenen die in de waarheid staan. Dat ze niet meer piekeren en twijfelen, maar het vaste geloof hebben op het juiste spoor te zitten. Dat ze zich niet van de wijs laten brengen als hun andere leringen aangeboden worden, die hun eigen denken weerspreken. God Zelf leidt hun gedachten en daarom kunnen zij zich alleen maar in de waarheid bewegen, omdat Hij Zelf de waarheid is.

Wie naar de waarheid verlangt, die streeft zodoende ook naar God en deze wil tot Hem wordt met Zijn liefde goedgemaakt. En Zijn liefde laat de naar Hem strevende mens niet in dwaling wandelen. God wil dat de mensen in de waarheid staan. Hij wil dat ze wetend worden, dus onderwijst Hij hen Zelf, als ze zich aan Hem toevertrouwen, Hem dus om verlichting vragen en zichzelf als onwetend belijden voor God.

De van mensen overgenomen kennis biedt hun geen zekerheid over de zuivere waarheid en daarom nemen ze de rechtstreekse weg naar God, die de waarheid Zelf is. En God zal hun geloof niet tot schande laten worden. Hij zal hun geest verlichten. Hij zal hen juist leren denken en hun de gave van het inzicht geven, zodat ze in volle overtuiging dat als waarheid aannemen, wat hun door Gods genade en liefde via de gedachten of door het innerlijke woord gegeven werd. God eist enkel het verlangen naar de waarheid en dit verlangen naar de zuivere waarheid levert de mens ook de meest volledige kennis op, die hem gelukkig maakt, omdat hij het als de zuivere waarheid herkent.

Amen

Vertaald door: Peter Schelling

Deze openbaring is niet opgenomen in de themaboekjes.