B.D.-Nr. 2784
Het gebrek aan geestelijke kennis zal in de komende geloofsstrijd heel bijzonder aan het licht komen, omdat de mensen nu op zullen komen voor of aan zullen nemen waar ze overtuigd positief tegenover kunnen staan. En de onwetendheid op geestelijk gebied is de reden, waarom ze elk geloof verwerpen en hiertegen te velde trekken. Alleen de wetende mens kent het verband tussen alle dingen. Hij kent de zin en het doel van de schepping en de aardse opdracht van de mens.
En omdat hij nu diepgelovig is en overal overtuigd voor op kan komen, beseft hij nu ook de leiding van God en Zijn wil en zodoende is zijn aardse weg veel makkelijker, ondanks de vijandige houding van de wereld en hij zal de proeven van het geloof zegenrijk doorstaan. Want kennis is zijn wapen, zijn kracht en zijn sterkte. De wetende mens kan door niets gedeprimeerd raken, zodra hij zich met God verbonden voelt.
De wetende mens kent ook geen twijfels over de afloop van de geloofsstrijd, terwijl de mens zonder geestelijke kennis voortdurend aan twijfels en bedenkingen onderhevig is, omdat de overtuiging van de gelovigen hem aarzelend maakt en hijzelf wel vermoedt, maar geen garantie voor de juistheid van zijn vermoedens heeft.
Voor de gelovende mens is elke fase van de geloofsstrijd begrijpelijk. Hij wordt door niets verrast, want hij weet dat alles zo komen moet, zoals het door het woord van God bekendgemaakt werd. Want hijzelf is door het woord van God wetend geworden en zodoende kent hij ook de afloop van een strijd, die alleen maar het geestelijke licht betreft, omdat de duisternis te velde trekt tegen alles wat vol licht is.
En zo zal er aan de ene kant in blinde woede tegen elke vertegenwoordiger van de goddelijke waarheid gestreden worden. Er zal noch wijsheid, noch liefde te herkennen zijn in de maatregelen, waaraan de mens zich moet onderwerpen. Er zal geen opbouw nagestreefd worden, maar enkel en alleen zal zich een vernietigingswerk afspelen, dat alle geestelijke kennis betreft. Dat in het bijzonder die organisaties treft, waarvan de leringen tot het geloof in Jezus Christus als Verlosser van de wereld aansporen, want deze organisaties zal de meest meedogenloze strijd aangezegd worden. En de onwetende mens zal er geen verklaring voor hebben. De oppervlakkig gelovige in God zal er nog afstand van doen en gehoor schenken aan de uitvoering van degenen, die nog onwetend zijn. Maar het geringste deel zal bij de gelovigen om advies vragen, omdat alleen zij hun opheldering kunnen geven.
En toch kan alleen maar kennis het wereldgebeuren voor hen begrijpelijk maken. Alleen de wetende mens kan overeenkomstig de waarheid de medemensen de noodzaak en de doelmatigheid van de geloofsstrijd voorleggen. Enkel de wetende mens kan de medemensen troosten en hen op die Ene wijzen, Die hen helpen zal, als ze zich aan Hem toevertrouwen en tegen de vijanden standhouden. En deze wetende mensen zullen overtuigend kunnen spreken. God Zelf zal door hun mond spreken om de nog zwakke, besluiteloze mensen, van wie de wil nog niet geheel van God afgekeerd is en die Hem daarom ook niet kunnen loochenen, voor Zich te winnen,
En daarom stuurt God van tevoren deze kennis al naar de aarde. Hij leidt strijders voor Zich op, doordat Hij hen de waarheid binnenleidt en hun kennis geeft over de komende tijd, opdat ze sterker staan in de waarheid van Zijn woorden, als de tijd gekomen is waarin ze nodig zijn om voor Hem werkzaam te zijn.
Amen