B.D.-Nr. 2761

De juiste kennis betekent een opwaartse ontwikkeling

Het juiste inzicht te hebben betekent voor de mens het uitrijpen van zijn ziel, want inzicht is kennis van de zin en het doel van het aardse leven en zijn opdracht op aarde, van de juiste verhouding tot God, van de wijsheid, almacht en liefde van God en van het oorspronkelijke begin en het einddoel van elk schepsel. Hieruit blijkt dat de wetende mens zijn aardse leven geheel anders in zal richten, dan wanneer hij er zonder kennis op los leeft. Hij zal geestelijk streven om dichter bij het meest volmaakte Wezen, de Schepper van de hemel en de aarde, te komen. Hij zal proberen zich aan dit hoogste Wezen aan te passen en zodoende ook dienovereenkomstig te rijpen, dat wil zeggen zich opwaarts te ontwikkelen.

En daarom is het buitengewoon belangrijk om het juiste inzicht, de kennis, na te streven. Het is belangrijk om de waarheid binnen te dringen en deze dus af te smeken, omdat deze anders niet naar de mensen gestuurd kan worden. De menselijke wil moet er steeds op gericht zijn om de goddelijke wijsheid in ontvangst te nemen. Hij moet God als de oerbron van de wijsheid erkennen en er verlangen naar hebben om uit deze bron te mogen putten en hij moet, als hij zich voor Hem opent, het levende water in zich laten stromen.

Dan zal hij tot het volle besef komen en al op aarde buitengewoon gezegend zijn. Dan heeft hij de ban gebroken, die hem van het geestelijke rijk scheidt. Hij is al met het geestelijke rijk verbonden, want de kennis, die hij nu in ontvangst neemt, is geestelijk goed. Het hoort bij het geestelijke rijk en zodoende is de mens een kandidaat voor het geestelijke rijk, zodra hem van daar geestelijke goederen gegeven worden. Het aardse leven is voor hem nu alleen nog maar een overgang. Zijn gedachten verblijven meer boven de aarde en trekken hem met alle zinnen het rijk binnen, van waaruit de diepste kennis hem toestroomt.

En dit vurig verlangen naar het geestelijke rijk, laat hem ook steeds naar volmaaktheid streven. Hij leeft zijn leven bewust. Hij werkt aan zichzelf, omdat de kennis van het doel hem aanspoort tot een ijverig streven, omdat hij weet dat het aardse leven alleen maar een middel is tot het doel. Het voorbereidingsstadium voor het leven in het hiernamaals, dat hem geestelijke vrijheid, licht en gelukzaligheid moet brengen.

Die kennis is een grote vooruitgang op de aarde. Degene die kennis heeft, hoort niet meer uitsluitend bij de aarde, maar zijn ziel verblijft vaak daar, waar haar ware vaderland is. De gedachten van degene, die kennis heeft, zweven naar de hoogte. Ze ontvluchten de aardse zwaartekracht en dit is steeds tot voordeel voor de ziel, die geen aandacht aan het lichaam schenkt en zich door de geest in de mens daarheen laat leiden, waar geestelijke schatten op haar wachten. Waar geestelijke vrienden haar onderwijzen en haar de eeuwige waarheden aanbieden. De ziel voelt zich goed in dit rijk en keert nu met tegenzin naar de aarde terug, maar ze neemt geestelijke goederen mee naar beneden en zodoende rijpt ze voortdurend en ontwikkelt ze zich opwaarts.

Amen

Vertaald door: Peter Schelling

Deze openbaring is niet opgenomen in de themaboekjes.