B.D.-Nr. 2407
Elke zendeling van God, dat wil zeggen elk mens, die zich voor werk aan Hem aanbiedt en nu door God met een taak belast wordt, moet zich eerst ook door een actief zijn in liefde waardig maken voor de schenking van genade, die deze taak vereist. Dus moet de wil om God te dienen ook in zoverre in de daad worden omgezet, dat de mens zelf zijn leven op een God welgevallige manier leeft. Hij moet dan in liefde leven en daardoor nadert hij God, wat hij nu voelbaar gewaarwordt als toegenomen kracht om voor Hem werkzaam te zijn.
Om zijn taak om het woord van God onder de mensen te verspreiden te kunnen vervullen, moet hij onbevreesd en moedig tegen zijn vijanden optreden. Hij moet onbevreesd voor de goddelijke zending opkomen. Dat wil zeggen dat hij zich niet gehinderd mag voelen door menselijke bepalingen, maar hij moet de eisen van God als eerste vervullen, zodra deze in strijd zijn met de menselijke bepalingen. De kracht hiertoe wordt hem rechtstreeks toegestuurd. Want de geloofsstrijd vereist actie. Een opkomen voor het geloof en een standhouden tegen de verplichtingen van degene, die het geloof uit de wereld wil werken, wat zonder de kracht van God nooit mogelijk zal zijn.
Maar degenen die God als Zijn strijders kiest, zal het nooit aan kracht ontbreken. Ze zullen de wereld niet vrezen en daarom aan het goddelijke verzoek voldoen. Ze zullen spreken waar dat nodig is en proberen de mensen hun dwaling duidelijk te maken. Ze zullen met volle overtuiging opkomen voor het geloof en deze ook aan de medemensen over willen dragen, omdat ze voortdurend willen geven. Omdat ze de nood van de zielen van degenen, die zonder geloof leven, herkennen en hen redding zouden willen brengen. Wereldse maatregelen vrezen ze niet, omdat ze een andere, machtigere Heer boven zich erkennen, aan Wie alles onderworpen is. Omdat ze Diens taak proberen te vervullen en daarom ook zeker zijn van Diens bescherming, omdat ze zich geborgen voelen in Zijn bescherming.
Ze dienen God en niet de wereld en zodoende zal ook God hun geven, wat ze nodig hebben en wat de wereld hun niet geven kan: de kracht van de geest. Hij laat hun Zijn woord toekomen, dat tegen alle aardse schatten opweegt. Zijn woord, dat Zijn rechtstreekse uitstraling is en daarom onvergankelijk is.
En uit dit woord kan nu de zendeling van God onophoudelijk kracht putten. Hij zal nooit de moed hoeven te verliezen, als hij de kracht uit God rechtstreeks in ontvangst neemt, als het goddelijke woord hem dit geeft en hem tot een krachtige strijder van God vormt. God heeft zulke strijders nodig, opdat Hij door hen met de mensen kan spreken. Hij heeft mensen nodig, door wie Hij Zelf werkzaam kan zijn. Die dus enkel God vrezen en niet de mensen, die tegenover God machteloos zijn.
Amen