Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/9012

9012 Het wondere werk van de goddelijke schepping

10 juli 1965: Boek 94

Alles wat zich door de schepping aan u openbaart, bewijst Mijn Macht, Mijn Wijsheid en Mijn Liefde. Maar pas wanneer u daarover nadenkt, wordt u zich ervan bewust, welke wonderen zich dagelijks om u heen afspelen. Anders gaat u er geheel onverschillig aan voorbij.

Maar talloze bewijzen stellen ieder nadenkend mens ervan in kennis, dat er een hoogst volmaakt Wezen bestaat, Dat in Liefde en Wijsheid alles leidt en regeert, Dat voor de instandhouding zorgt van datgene wat uit Zijn Hand is voortgekomen. En dus kan de mens Mij herkennen. En hij moet ook erkennen dat Ik besta, want hij kan het niet loochenen dat de schepping uit een Kracht moet zijn voortgekomen, Die in hoogste Wijsheid en diepste Liefde werkzaam is, Die alles wat Ze heeft geschapen een bestemming met een bepaald doel gaf.

Maar hij moet ook inzien, dat deze schepping alleen terwille van de mens is ontstaan en dus ook concluderen, dat de mens meer is dan alleen maar een wezen, dat slechts een zekere tijd bestaat en dan weer in het niets vergaat. Mijn gehele schepping zou hem dit inzicht moeten geven en hij zal het ook verkrijgen, zodra hij zich er maar eenmaal diepgaand mee bezighoudt.

Dan stuur Ik waarlijk zijn gedachten zodanig, dat ze dicht bij de waarheid komen. Want dat is het eigenlijke doel van de schepping: dat de mens, die met verstand en vrije wil is uitgerust, zich er grondig in gedachten mee bezighoudt, dat hem alles wat hij ziet te denken geeft. Want Ik heb hem niet voor niets het denkvermogen gegeven, omdat juist de richting van zijn gedachten hem ertoe kan bewegen ook zijn wil juist te richten, die alleen doorslaggevend is voor zowel zijn leven op aarde als ook voor zijn verdere lot.

Want dat de mens in feite onvergankelijk is, zal hij dan ook inzien, omdat hij naar zichzelf leert kijken als middelpunt van de gehele schepping die hem behulpzaam is volmaakt te worden. Want hij is het enige denkende wezen, dat een vrije wil heeft, terwijl alle scheppingen - ook de dierenwereld - denken noch willen kan, alleen als instinct daar een zwak vergelijk mee heeft, waarvan het schepsel zich niet bewust is.

En dit wezen, dat denken kan, moet nu ook zijn verstand gebruiken om erover na te denken en alles zal zich aan hem openbaren als het grootste bewijs van goddelijke Liefde en Wijsheid. Want Ik schiep de hele wereld met alle zichtbare en onzichtbare scheppingen alleen voor u mensen, opdat u weer de volmaaktheid zult kunnen bereiken.

Maar dat u vooreerst hiervan zult moeten weten, kan alleen uw wil tot stand brengen. Want zonder de wil denkt u er niet over na en het gehele scheppingswerk laat u koud. En toch bent u door zoveel wondere werken omgeven, door werken die u zelf niet tot stand kunt brengen, waarvan u zou moeten inzien dat het de werkzaamheid is van een denkende Macht, Die Zelf een Wil heeft Die getuigt van Liefde en Wijsheid.

En u vervolgt uw levensweg in onverschilligheid, ofschoon u steeds alleen de Schepper ervan zou moeten loven en prijzen, Die u naar deze wereld heeft overgeplaatst, alleen maar opdat u zich weer zult kunnen vervolmaken. Want dit ene zult u moeten inzien, dat u niet voor niets door deze wereld heengaat; dat u - net als de scheppingen rondom u - een doel zult moeten vervullen. Dat u ook terwille van een doel in deze schepping vertoeft en dat u dit doel van het aardse leven alleen te weten komt, wanneer uw wil ertoe bereid is het te weten te komen. Dan zal u ook opheldering toekomen en dan zal nog steeds alleen uw wil bepalend zijn of u het doel zult bereiken, dat zin en reden van uw leven op aarde is.

Maar aan degene die blind voortgaat, kan geen licht worden geschonken. Want ook dat heeft Mijn Wijsheid wel overwogen, dat geen mens gedwongen mag worden zijn wil te veranderen. Dat hij geheel vrij moeten beslissen, maar dat hem daarom het wonderwerk van Mijn schepping steeds voor ogen wordt gehouden. En zodra hij erover nadenkt, kan zijn wil vanzelf actief worden en dan zal hij ook zijn doel bereiken.

Amen

Vertaald door Gerard F. Kotte