Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/8890

8890 Hoe lang is de leer van Christus zuiver gebleven?

5 december 1964: Boek 93

Ik neig mijzelf tot u die door Mij wil worden aangesproken, die vragen overdenkt die alleen Ik u kan beantwoorden. De vraag is al vaak naar voren gebracht hoe lang de leer van Christus zuiver is gebleven en door welke oorzaken ze verontreinigd is. En Ik heb u steeds zo onderricht, dat ze zuiver is gebleven zolang van mijn kant een directe inwerking op de geest mogelijk was.

Zij moest begrijpelijkerwijs veranderen toen mensen met een onverlichte geest de leiding overnamen.

Mensen die niet rechtstreeks door Mij onderricht konden worden, in wie mijn geest eenvoudig niet meer kon werken.

De eerste discipelen en ook hun opvolgers waren innig met Mij verbonden, zij waren dus nog onder de indruk van mijn kruisdood. Want, al verliep er daarna ook langere tijd, mijn kruisdood was een geweldig gebeuren waarvan de eerste discipelen getuigden, zodat zij daardoor ook veel aanhangers vonden die de leer van de goddelijke liefde aannamen en zich inspanden evenzo in de liefde te leven. Zij namen daardoor ook het geloof in de goddelijke Verlosser aan en bereikten evenzo de opwekking van hun geest.

En zolang bleef ook mijn leer zuiver. Zolang was hun geloof levend en konden mijn eerste discipelen ook steeds weer apostelen opleiden en hen de wereld inzenden met de opdracht, het evangelie van de liefde te verkondigen. En ieder van deze afgezanten stond onder mijn directe invloed. Hij gaf steeds alleen maar door wat hij door de stem van de geest in zich hoorde, wat hij moest zeggen omdat hij van de geest Gods vervuld was. De verwatering van mijn leer heeft zich ook niet plotseling afgespeeld, het ene kwam uit het andere voort toen de een of ander niet geschikt was voor dat ambt, maar zichzelf daartoe verhief of daarvoor gekozen werd door diegenen die evenzo onverlicht van geest waren. Want mettertijd ontstonden uit die aanvankelijke gemeenten grotere organisaties, die steeds weer ondergeschikt waren aan een machtig iemand, die zich vaak daartoe zelf aanstelde, omdat hij over kennis beschikte die de andere broeders ontbrak, maar waarbij geen sprake kon zijn van een geestelijk weten. En zo werd een gebouw opgericht dat aanvankelijk nog door goede mensen werd geleid, maar steeds meer wereldse vormen aannam, daar deze mensen hun opdracht wel zagen in het verbreiden van het evangelie, maar deze ook wereldse doeleinden nastreefden. Zij bezaten niet meer het kenmerk van mijn kerk, namelijk de innerlijke verlichting door de geest, zodat ze tenslotte alleen nog maar de dode letter in acht namen, maar niet meer op een levend geloof konden bogen. De kerk die Ik zelf op aarde gesticht heb is niet veranderd. Zij bestaat ook vandaag nog uit hen die een levend geloof in Mij hebben en in wie mijn geest werkzaam kan zijn. Van wie Ik dus hun gedachten kan richten, die juist denken omdat zij een levende band met Mij hebben. En deze kerk heeft zich door alle tijden heen staande gehouden. Zij is te midden van grote organisaties blijven bestaan omdat zij leden van alle confessies omvat die levend zijn in hun denken, willen en handelen. Dus kan er niet een bepaald tijdsbestek worden aangegeven, hoelang ze zuiver is gebleven.

Want steeds weer zeg Ik het u dat Ik alleen die mensen behorend tot mijn kerk beschouw, die zich met Mij verbonden weten en in voortdurende gemeenschap met Mij leven. Die in Mij geloven en met wie Ik dus ook kan spreken door de geest.

En overal en in alle confessies waren er mensen met wie Ik in innige verbinding stond, overal kon Ik Mij openbaren en hen binnen voeren in een diep weten.

Maar of zij erkend werden als ware opnamevaten voor goddelijke openbaringen, dat bepaalde de geestestoestand van de mensen die zich op de eerste plaats staande waanden, maar al heel ver van de waarheid verwijderd waren. Het aantal van mijn ware discipelen is ook al bedenkelijk klein geworden. En ook nu nog zend Ik hen uit om de volkeren het evangelie te verkondigen, het evangelie van de liefde, omdat alleen door liefde de mensen Mij bewijzen kunnen dat zij tot mijn kerk behoren, omdat dan ook mijn geest in de mens kan werken en dit het zekerste teken hiervan is. Maar ook alleen dezen zullen het hemelrijk verwerven. Alleen aan hen kan Ik de waarheid doen toekomen en alleen dezen kan Ik inwijden in mijn plan van eeuwigheid.

Want het gaat om veel gewichtiger zaken dan alleen om het in acht nemen van kerkelijke gebruiken en handelingen die de menselijke ziel geen enkele vooruitgang opleveren.

Het gaat om het leven van de ziel, dat zij alleen door werken van liefde en een levend geloof bereiken kan.

En dat alleen heb Ik mijn eerste apostelen opgedragen om aan hun medemensen te verkondigen. En Ik heb een ieder in mijn kerk opgenomen die zich aan deze geboden gehouden heeft. En ook heden nog geldt datzelfde gebod: "Heb God lief boven alles en uw naasten als uzelf".

Amen

Vertaald door Gerard F. Kotte