Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/8838

8838 Zijn de scheppingen van geestelijke of van materiële aard? - Onderscheid tussen de hemellichamen

08. Aug. 1964: Boek 93

U verlangt opheldering over de scheppingen in het heelal en Ik wil die u ook geven voor zover u in staat bent deze op te nemen. Er zijn scheppingen die deels van geestelijke en deels van materiële aard zijn. Deze kunnen echter niet als aards-materieel beschouwd worden, want mijn wil om te scheppen is van een grote veelzijdigheid, en u zult nooit dezelfde gesteldheid op andere hemellichamen mogen veronderstellen zoals de aarde deze kan vertonen. U moet echter bedenken dat niet alleen de aarde het geestelijke in zich bergt dat geconsolideerd is als materie, dat de talloze hemellichamen die voor uw ogen zichtbaar zijn door Mij in het leven geroepen werden, dat ze alle helpen om mensenzielen opwaarts te laten gaan die nog niet de graad van rijpheid bereikt hebben om zich in de scheppingen in het hiernamaals verder te ontwikkelen.

De gehele schepping is uit Mij uitgestraalde kracht en de aarde is de armzaligste schepping omdat ze uit grof stoffelijke materie bestaat. Wie dus de gang door haar scheppingen aflegt, kan het tot volledige vergeestelijking brengen van dat wat als ziel de mens het leven geeft. Maar de graden van rijpheid waarin de ziel bij de dood van haar lichaam de aarde verlaat, zijn heel verschillend. En zo wordt ze door andere scheppingen opgenomen, die zich volgens haar begrippen dus wel in het hiernamaals bevinden, maar die volstrekt niet alleen maar geestelijke scheppingen genoemd kunnen worden, daar ook de substanties ervan bestaan uit het geestelijke dat geconsolideerd is. Kracht, uit Mij eens voortgekomen als wezen, die niet volgens mijn wil actief werd. Deze materie is echter veel soepeler en meegaander, zodat de zielen die zich daarin bevinden, aangezet worden tot ijverig bezig zijn en elkaar dienen, dus steeds verder rijpen. Er kan dus van een materie gesproken worden die gemakkelijk oplosbaar is, maar toch ook het geestelijke in zich bergt dat Mij eens ontrouw werd, maar dat niet in zo'n mate lijdt als dat op de aarde het geval is - dat het graag dienstbaar is om voor de zielen de verdere ontwikkeling mogelijk te maken. Deze materie vergaat zodra ze deze taak vervuld heeft.

De scheppingen op deze hemellichamen worden bewoond door wezens - die dus ook als mensen zijn te bestempelen - die eveneens de taak hebben die zielen te helpen zich verder te ontwikkelen en daarom moeten er ook materiële scheppingen bestaan, maar deze kan men zich niet zo voorstellen als op de aarde. De wezens (zielen) bevinden zich te midden van een wereld die hun iets ongelooflijks biedt en die toch een reële wereld is, omdat de kracht van mijn geest alles doorstraalt en deze wereld zolang een werkelijkheid zal blijven tot de algehele vergeestelijking van alle wezens bewerkstelligd is, die dan een materiële wereld niet meer nodig heeft.

Daar dit echter nog eeuwigheden zal vergen en voor u mensen de hemellichamen dus aan het firmament zichtbaar zijn, wordt u dienaangaande onderwezen dat al deze werelden mijn wil zijn die tot vorm is geworden, dat Ik kracht heb uitgestraald die het meer of minder diep gevallen geestelijke was, dat deze kracht zich heeft gemanifesteerd, dus zichtbaar is en blijft voor de bewoners van deze hemellichamen, die nu op een verschillend hoog niveau van inzicht staan en dus ook bewoners van de aarde kunnen opnemen om deze te helpen zich verder te ontwikkelen. U mensen bevindt u dan "aan gene zijde" van de aarde en toch in mijn rijk, en al naar gelang uw rijpheid zult u van verblijfplaats wisselen om binnen te gaan in scheppingen die steeds meer vergeestelijkt zijn.

Maar wat uw ogen zien als hemellichamen aan het firmament, zijn allemaal scheppingen die mijn wil liet ontstaan, en deze scheppingen zijn de oergeesten die Mij afvallig zijn geworden, aan wie Ik opgaven gesteld heb die ze nu ook vervullen, die meer of minder Mij ook weer erkennen, die dus niet zo diep gezonken zijn, maar toch materiële scheppingen nodig hebben om daarin hun taak te vervullen. Maar er kan niet van aardse materie gesproken worden, daar deze het in de diepste diepten gezonken geestelijke is die door de mens op aarde in eindeloos lange tijd overwonnen moet worden, terwijl de eerst genoemde materiële scheppingen aan de mens ter beschikking werden gesteld om hen gelukkig te maken zodat ze ervan genieten kunnen. Want een zichtbaar hemellichaam moet ook zichtbare scheppingen bezitten, die de al rijpere geesten de grootte en macht van hun Schepper aanschouwelijk moeten maken en tevens aan hen die zich nog ontwikkelen moeten de gelegenheid geven om te dienen. Dit vraagstuk is voor u niet zo gemakkelijk op te lossen, want u begrijpt alleen wat er op uw aarde is en ook daarover is uw kennis begrensd. Hoe echter de uitwerking van andere hemellichamen op uw gedachten is, blijft voor u verborgen zolang u niet in staat bent geestelijk te schouwen. Dan is echter ook dat rijk voor u ontsloten en u zult van de ene verbazing in de andere vallen over wat elk hemellichaam afzonderlijk voor scheppingen bevat. Maar al mijn werken hebben hun motivering en ze bewijzen mijn liefde en wijsheid en macht. En wat u ondoorgrondelijk voorkomt, zult u te weten komen hoe meer uw zielerijpheid vooruitgaat, dan zullen er voor u geen vragen meer zijn die u niet beantwoord worden. En u zult verrukt zijn wegens dit rijke weten, ook wanneer het thans nog voor u verborgen is.

Amen