Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/8825

8825 Vervollediging van de “yogi-kennisgeving”

4. Jul 1964: Boek 93

Wat u onbegrijpelijk schijnt, is, dat een lichtwezen, dat zich op de aarde belichaamt, zijn missie, ten behoeve waarvan het op aarde verblijft, ook níet kan vervullen. Ieder wezen heeft zijn vrije wil, die Ik geenszins onder druk zet. En zo kan ook dit lichtwezen zich bezighouden met de leerstellingen van zijn religie en kunnen deze in grote tegenspraak zijn met de waarheid, die het wel eens wordt aangeboden door eigen verlichting, maar het wordt geenszins gedwongen, zich die inzichten eigen te maken. Het lichtwezen is als mens naar de aarde gekomen en het moet ook als mens worstelen met de bestaande dwaalleren, die het wel als zodanig kán inzien, maar toch moet het de vrije wil worden gelaten, wanneer het deze niet wil inzien. Want juist omdat deze mensen een ver gevorderd weten hebben, dat ze ook de scheppingsgeheimen kennen, maar dat ze denken hun weten zelf te hebben verworven, geeft hen naar hun overtuiging het recht, een erkenning, waaraan niet mag worden getwijfeld, te eisen van diegenen, die door hen willen worden onderwezen.

Daar ze nu een totaal andere geestesrichting verdedigen, die het geloof in Jezus Christus afwijst, is het ook voor die lichtwezens niet zeldzaam, dat ze juist op dit ene punt falen; dat ze weliswaar hun leerlingen in alles kunnen inwijden waar ze zelf mee instemmen, maar dat ze niet de taak vervullen het verlossingswerk van Jezus Christus te verkondigen. Tot op enkelen na, die zich geheel vrij maakten van hun geestesrichting en nu de genade hebben, door innerlijk beleven van de Godheid van Jezus overtuigd te zijn. De gang over de aarde van die eerstgenoemde lichtwezens heeft hen niet de laatste voleinding opgeleverd, echter terug zinken kan een lichtwezen niet meer. Maar het kan zich steeds weer aanbieden, de weg over de aarde nogmaals te gaan. De op de aarde belichaamde lichtwezens zijn bovendien zonder herinnering aan vroeger. Ze geloven dus de eerste keer op aarde te zijn, of ze nemen een meermalige verwekking aan als gevolg van hun religie, die dan ook wel haar gegrondheid kan hebben, doch ze wijzen met standvastigheid de verlossingsgedachten af. Ze geloven in een zelfverlossing door eigen wil en uit eigen kracht. En deze instelling maakt hen onbekwaam, zich voor Jezus Christus en Mijn Menswording in Hem in te zetten. Maar hun wil is vrij en zodoende ook de leerstof, die dezen weer doorgeven, en - daar dit de mensen onderricht zelf te streven en evenzo tot zelfverloochening - tot een strijden tegen zichzelf, wat zegenrijk kan zijn, maar het voornaamste probleem onaangeroerd laat: de verlossing door Jezus Christus.

Maar er bestaat een gevaar, dat mensen, die op de hoogte zijn van Jezus Christus, zich hún opvattingen eigen maken, dat ze dus hun eigen inzichten opofferen ten gunste van de wijzen uit andere landen, dat ze iets bezaten en weggaven, dat ze zich ook laten onderrichten door leiders uit het hiernamaals, die in deze onwetendheid (van het verlossingswerk) hier naar de aarde zijn gekomen. Want ook daar boven blijft hun wil vrij, zolang ze zich innerlijk verweren tegen de gedachte, dat Jezus een belangrijke positie had, dat Hij Mij Zelf in Zich sloot. Maar dit is slechts hoogst zelden het geval, daar de lichtwezens ook spoedig tot het juiste inzicht komen.

Maar wie zich nu als “opgeklommen meester” manifesteert, gebruikt deze naam alleen om u op dwaalwegen te leiden. Want van Mij uit wordt u alleen onderricht door de Geest, Die u de zuiverste waarheid overbrengt. De leerkrachten, die u in Mijn opdracht onderwijzen, hebben van Mij uit niet de opdracht, u hun naam bekend te maken, maar die anderen geven hun kennis alleen in willoze toestand aan de mensen door, in een toestand als medium, die er geen garantie voor is, dat u door goede krachten wordt beïnvloed. Steeds weer wordt u er opmerkzaam op gemaakt, dat alleen de Geest uit Mij u juist onderricht en dat Deze u niet de verkeerde weg zal laten inslaan. En het teken daarvoor is het verlossingswerk van Jezus en Mijn Menswording in Hem. En dat alleen garandeert u de waarheid.

Daarom waarschuw Ik u ervoor, u de kennis van diegenen eigen te maken, die wel de hoogste verstandelijke kennis hebben en u over scheppingsgeheimen opheldering kunnen geven, wanneer ze niets weten over Jezus en Zijn verlossingswerk. Dan gaat u, die het weten bezat en nu terwille van hen er afstand van doet, weer achteruit. Ze zijn met hun religie te zeer verbonden, maar hun wil is vrij en dwang gebruik Ik bij hen ook niet, ofschoon ze met het doel van een missie naar de aarde zijn afgedaald: de waarheid te verbreiden, maar die ze bij het heengaan van deze aarde meestal zeer spoedig te weten komen en dan ook van boven zuivere waarheid kunnen uitdelen.

Amen

Vertaald door Gerard F. Kotte