Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/8422

8422 Jezus is God

25. Feb. 1963: Boek 88

Er kunnen u diepste wijsheden worden ontsloten zodra u daarvoor ontvankelijk bent en u zult dan ook kunnen doordringen in een weten dat alleen een geest die gewekt is, ten diepste zal begrijpen. Maar steeds wil Ik u helpen te begrijpen, wanneer er een verlangen in u is naar de waarheid, wanneer u uitsluitsel begeert, indien uw denken nog niet helemaal helder is. En Ik wil zo tot u spreken dat u Mij zult kunnen begrijpen. Ik wil met de stem van de Vader mijn kinderen aanspreken overeenkomstig hun graad van inzicht. Weliswaar is mijn Wezen ondoorgrondelijk - en al wordt u steeds volmaakter, toch zal het voor u ondoorgrondelijk blijven tot in alle eeuwigheid - maar toch zult u de hoogste volmaaktheid moeten nastreven en daardoor uiteindelijk ook de vereniging vinden met Mij.

U zult volledig in mijn Wezen moeten opgaan. U zult, als eens uitgestraalde vonken van licht, weer moeten samensmelten met het eeuwige vuur van mijn liefde en toch wezens moeten blijven met een zelfbewustzijn. Dit zult u nooit kunnen begrijpen zolang u als mens op de aarde leeft, omdat zolang ook uw denken begrensd is. Maar dit proces van samensmelten met Mij is alleen zo te verklaren, dat al het volmaakte geen begrenzing kent, dat de vereniging met Mij wel een volledig doorstromen van de kracht van mijn liefde betekent, maar dat Ik zelf voor u eeuwig onbereikbaar zal zijn, dat Ik dus dicht bij u ben en u Mij toch nooit zult bereiken. Want u mag zich van Mij geen begrensde voorstelling van een wezen maken, daar Ik niet aan tijd en ruimte gebonden ben.

U zult eeuwig uw zelfbewustzijn niet meer verliezen, al bent u nog zo innig met Mij versmolten, omdat Ik u geheel en al doorstraal met mijn kracht. Maar u werkt in de oneindigheid als wezens met een zelfbewustzijn en dat is juist uw gelukzaligheid. U hebt dan dus uw vergoddelijking bereikt, het doel dat Ik Me stelde toen Ik u schiep. U bent geworden tot mijn evenbeelden, u bent hetzelfde als Ik in uw oer-substantie. En in het helderste licht van de wijsheid, in het bezit van onbeperkte kracht en volledig vrije wil, zult u scheppen en werken en u zult buiten u nieuw leven laten ontstaan. U bent miniaturen van Mij zelf, omdat u volmaakt bent geworden zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.

Ook de ziel van Jezus viel onder dezelfde wet, toen ze, als een door Mij uitgestraald wezen, haar wilsproef moest afleggen, die ze doorstond, dus bij Mij bleef, toen het leger van oer-geschapen geesten is afgevallen van Mij. Dit wezen was Mij zo in liefde toegedaan, dat het zich vrijwillig aanbood voor de missie op aarde, voor de gevallen broeders te lijden en te sterven als mens, om die te verlossen en Mij mijn kinderen weer terug te brengen. En de mens Jezus volbracht het werk dat zich maar eenmaal voordoet, dat nooit tevoren en ook nooit nadien een mens volbracht of zal volbrengen: al op aarde zich geheel met Mij te verenigen, de totale vergeestelijking van ziel en lichaam tot stand te brengen, zodat het gehele wezen volledig kan worden doorstraald, wat Zijn hemelvaart duidelijk tot uitdrukking bracht.

In Hem kon Ik zelf Mij kenbaar maken, dat wil zeggen: Ik zelf als de eeuwige Godheid, als de alles vervullende en doordringende Kracht, kon nooit als persoon worden voorgesteld. Maar Ik kon een vorm helemaal doorstralen en er bleef bij deze vorm niets menselijks meer achter, ook de uiterlijke vorm was geest van mijn geest: de ziel ging volledig in Mij op en "Jezus" werd in letterlijke zin "God". Zijn wil, Zijn denken, Zijn handelen was mijn wil, mijn denken en mijn handelen. Er kon niet meer van twee wezens gesproken worden. De vereniging met Mij was totaal. Jezus was, is en blijft voor alle door Mij geschapen wezens de zichtbare God.

De ziel van Jezus is met haar zelfbewustzijn in haar oorspronkelijke staat teruggekeerd, want ze was dezelfde uitgestraalde liefdeskracht, die zich enkel met de Oerkracht verenigde en zo volledig in Haar opging, dat nu alleen nog van de Oerkracht, van God zelf, de alles vervullende Oer-geest, gesproken kan worden wanneer over Jezus gesproken wordt.

Zijn Jezus ziel keerde niet als volmaakte geest van de aarde terug, maar ze gaf zich zelf, nog op aarde, geheel en al ten geschenke aan de eeuwige Godheid. Ze gaf zich zelf prijs ter wille van het grootste mysterie: de menswording van God en Zijn zichtbaar worden voor alle wezens die eens uit Hem waren voortgekomen.

God en Jezus zijn één. Jezus is geen tweede wezen met een zelfbewustzijn, integendeel, Zijn weg over de aarde heeft Hem het hoogste en laatste opgeleverd: de totale samensmelting met Mij, zodat mijn wil en mijn denken enkel en alleen nog dat Wezen beheerst, dat als zichtbare God heerst en regeert in het geestelijke rijk.

Maar dit te begrijpen zal voor u mensen pas mogelijk zijn, wanneer er voor u geen afgebakende voorstellingen meer bestaan. En ook dan nog zal mijn Wezen voor u ondoorgrondelijk zijn en blijven, maar u zult uw God en Schepper, het volmaakte Wezen in de oneindigheid, mogen zien van aangezicht tot aangezicht. En dan zult u ook weten, dat er buiten Hem, die voor u in Jezus zichtbaar werd, geen andere God meer bestaat. En u zult in liefde ontbranden en op Hem toesnellen voor altijd en eeuwig, en Hij zal uw liefde beantwoorden en u bovenmate gelukkig maken. Want mijn liefde kent geen grenzen en zo zal ook de gelukzaligheid niet begrensd zijn, maar eeuwig duren.

Amen