Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/8332

8332 Wilsbeslissing - Denkvermogen - Stem van het geweten

19 november 1962: Boek 88

Het stadium van het zelfbewustzijn is voor u het laatste stuk op de weg naar de voltooiing die u, die de vrije wil bezit, zult kunnen bereiken, maar die u ook weer voor lange tijd zou kunnen verspelen wanneer u uw wil opnieuw verkeerd gebruikt. In dit stadium van het zelfbewustzijn waarin u als mens over de aarde gaat, ben u begiftigd met het verstand, dat wil zeggen uw denkvermogen staat het u toe u grondig bezig te houden met alles wat u beleeft. En u stelt u door uw denken nu met geestelijke krachten in verbinding die trachten uw ziel ertoe te brengen in dezelfde richting te willen en te denken als zij zelf. En daar er negatieve en positieve krachten om uw ziel strijden, zullen dus ook die beide krachten het bij u proberen. Ze zullen proberen hun wil op u over te dragen, dat wil zeggen zich in uw denken te mengen en uw wil trachten te winnen. En dus zult u moeten weten dat u voor uw leven op aarde een verantwoordelijkheid draagt, want voor dit doel is u het bestaan als mens gegeven, dat u uw gedachten zich laat ophouden in God gewilde ordening, en u zult dit ook kunnen, want u wordt van binnenuit tot juist denken en willen aangezet door de stem van het geweten.

Een kleine aanmanende en waarschuwende is er in u, die u goed en kwaad laat inzien en die u altijd tot het goede tracht te bewegen. Het geringste toekeren naar het goede heeft ook het inschakelen van de goede krachten tot gevolg, zodat ook uw gedachten worden aangespoord in de juiste richting te gaan. Bovendien wordt er ook van de kant van God voor gezorgd dat u met Zijn woord vertrouwd wordt gemaakt, dat u de geboden van de liefde voor God en de naaste leert kennen, dat u een weten over uw God en Schepper wordt overgebracht, al is het vooreerst maar gering. En het ligt nu aan uzelf dat u tegenover Hem de juiste instelling vindt, dat u aan de invloed van de positieve krachten toegeeft die uw gedachten steeds op God en het geestelijke rijk zullen richten. Tegelijkertijd zal weliswaar ook de tegenstander Gods invloed op u trachten te verkrijgen door het toesturen van negatieve gedachten en u zelf, dat wil zeggen uw wil, beslist nu naar wie u luistert.

Er is u echter van God uit het denkvermogen gegeven, omdat u zelf zult moeten beslissen en omdat u door uw wilsbeslissing voor uzelf het lot schept voor de eeuwigheid. Uw "ik" zal zich eens moeten verantwoorden, want dit "ik" is de ziel, de eens gevallen oergeest die als mens wel het vermogen heeft juist te beslissen, daar er anders geen verantwoording van hem zou kunnen worden gevraagd. Maar daar deze ziel aanvankelijk als een goddelijk schepsel uit de liefde van God was voortgekomen, is ze ook zo geaard dat ze de terugkeer naar God kan volbrengen omdat haar in elk opzicht hulp wordt geboden. Maar of ze het wil, dat bepaalt ze zelf en daar moet ze zich ook voor verantwoorden. Want al strijdt de vijandige geest net zo om haar wil, toch kan hij haar niet dwingen.

Maar van God uit is de mens zo uitgerust dat hij liefde kan beoefenen. En de liefde garandeert hem ook een juiste wilsbeslissing en dat hij daarvan op de hoogte is, daar dragen de goede krachten in het geestelijke rijk voortdurend toe bij en ze doen de mens een weten toekomen dat hem de uitwerking van een leven in liefde bewijst (onthult) en de wil van de mens alleen maar hoeft te beslissen, die echter vrij is en noch van God uit noch door Zijn tegenstander gedwongen wordt. En daarom is het stadium als mens uitermate belangrijk voor het lot van de ziel in het geestelijke rijk dat ze na de dood van het lichaam zal binnengaan. Want zoals de mens op aarde heeft beslist, zo zal zijn ziel geaard zijn: naar God toegekeerd of toebehorend aan Zijn tegenstander. En zo zal ze ook worden bedacht door God of door Zijn tegenstander.

Het aards bestaan zal haar steeds weer gelegenheid bieden haar wil in deze of gene richting te sturen. Luistert ze naar de innerlijke stem, dan zal haar willen en denken juist zijn, want door deze innerlijke stem geeft God zich zelf aan ieder mens te kennen en wie op deze stem acht slaat zal ook zijn doel bereiken. Hij zal zich spoedig met God zelf verbinden en Hem nu bewust om Zijn leiding vragen en dan kan hij ook zeker zijn van zijn doel, dan zullen de positieve krachten steeds het overwicht hebben en alles wegdringen wat ongunstig op de ziel zou willen inwerken. Het zelfbewuste, de mens, moet van zich uit tot de conclusie komen dat het door een zelfbewust Wezen is voortgebracht Dat de hoogste volmaaktheid heeft, en zich met dit Wezen trachten te verbinden door middel van gedachten of door werkzaam te zijn in liefde. Dan zal het gegarandeerd zijn doel bereiken, de voortdurende aaneensluiting met God tot in alle eeuwigheid.

Amen

Vertaald door Gerard F. Kotte