Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/8143

8143 De wil beslist vrij

5 april 1962: Boek 86

De eindeloos lange weg van uw positieve ontwikkeling door de scheppingen van de aarde loopt nu op z'n eind, wanneer u het laatste traject als mens de juiste richting geeft naar het doel - wanneer u op MIJ Zelf aanstuurt en dus bewust de terugkeer naar MIJ realiseert, wanneer u de laatste wilsproef op de aarde aflegt - wanneer u de juiste beslissing neemt, dus uw wil op MIJ richt van WIE u eens bent uitgegaan. Dan hebt u waarlijk het werk u om te vormen voltooid - u bent in vrije wil vanuit Mijn schepsel tot Mijn kind geworden. U hebt de diepste diepten overwonnen en bent weer opwaarts gestegen in de hoogste hoogten.

Doch de laatste korte etappe als mens legt u wel als ik-bewuste wezens af, maar u bezit geen herinnering aan vroeger, aan de eindeloos lange tijd van ontwikkeling daarvoor en aan de onuitsprekelijke kwellingen die deze gang voor het eens vrij geschapen geestelijke betekend heeft. Als mens leeft u net zolang in onwetendheid over uw eerdere leven en het eigenlijke doel van uw aardse leven, tot u zelf in vrije wil de verbinding met MIJ gezocht en gevonden hebt, die u nu een weten ontsluit dat u nu ook aanzet ernstig te streven naar de uiteindelijke voltooiing.

Dit weten kan ook wel aan uw medemensen worden doorgegeven, opdat ze bewuster van hun verantwoordelijkheid door het aardse leven gaan - maar het zal zelden geloof vinden, zolang de mens zich niet zelf met MIJ verbindt door gedachten, gebed of werken van liefde. Want bewijzen over zijn leven hiervoor kunnen hem niet geleverd worden en zo zal hij niet graag willen aannemen wat hem over de gang van zijn ziel door alle scheppingswerken - door de wereld van gesteenten, van de planten en van de dieren, wordt medegedeeld. En daarom heeft hij ook weinig verantwoordelijkheidsbesef voor zijn aardse leven als mens.

Daar het echter om het vrij beslissen van de wil gaat, moet hijzelf de weg naar MIJ vinden. Hij moet MIJ leren onderkennen, waartoe hem op elke manier hulp wordt verleend. Want hij kan denken - hij kan zijn verstand gebruiken - ook wanneer dit hem niet vast en zeker de waarheid onthult. Hij kan echter door zijn verstand ook aan zijn GOD en Schepper denken, aan WIE hij zijn bestaan dankt. En hij zal zich ook op een of andere manier op deze gedachte moeten instellen. Maar het is zijn vrije wil welke weg deze gedachten nemen. Doch zodra hij maar met de mogelijkheid van een eindeloos lange ontwikkeling tevoren rekening houdt, zal hij al winst voor zijn ziel kunnen boeken, want zulke gedachten zullen hem dan niet meer verlaten en dan kan hij er ook zeker van zijn dat er hem d.m.v. gedachten zo vele ophelderingen zullen toekomen, die hij aanneemt en die hem er ook bewust naar laten streven aan het doel van zijn aardse leven te beantwoorden.

De mens komt weliswaar zonder enig weten op aarde, maar IK zal er altijd zorg voor dragen, dat een zweempje inzicht hem verlicht, dat hij steeds een licht zal tegenkomen waaraan hij slechts zichzelf hoeft te ontsteken om dan ook de weg die hij gaan moet en die ten hogen voert, in te zien. Dat hij op geen enkele manier gedwongen wordt, schakelt niet uit dat hij vaak genoeg gelegenheid zal hebben vrij een beslissing te nemen en hij zal ook van de kant van de hem begeleidende lichtwezens d.m.v. het lot geholpen worden inzicht te verkrijgen, doch altijd zonder dwang.

Maar het leven op aarde als mens is van het grootste belang, want het kan de ziel toch een geheel en al beëindigen van de gang door de materie opleveren, zodat ze als vrije geest onbezorgd het rijk hierna kan binnengaan. Maar evenzo kan de mens in zijn laatste wilsproef falen en dan onverlost het rijk hierna ingaan, waarbij echter de ziel ook nog de mogelijkheid heeft de goddelijke Verlosser JEZUS CHRISTUS te vinden en aan te roepen om dan langzaam opwaarts te klimmen.

Ze kan echter ook geheel nog in de materie leven op aarde tot het einde toe en dan weer opnieuw verbannen worden in de vorm, d.w.z. nog eens dezelfde ontwikkelingsgang door de scheppingen van de aarde moeten gaan, wat zo ontzettend is en weer zo'n eindeloos lange tijd vergt, dat IK waarlijk de mensen op elke manier bijsta om hen voor dit vreselijke lot, opnieuw gekluisterd te worden, te behoeden.

Maar uiteindelijk beslist de wil van de mens zelf. En daarom probeer IK steeds weer zo op de wil in te werken dat hij zich vanzelf naar MIJ keert. Want dan is zijn ziel gered ofschoon ze nog niet helemaal voltooid haar leven op aarde als mens beëindigt. Maar haar wil heeft voor MIJ gekozen en dat betekent ook dat de beslissing juist was en ook de daarmee doorstane wilsproef.

Daarom moest ieder mens luisteren en nadenken, zodra hem over zijn ontplooiing en over zijn opgave op aarde verteld wordt. Hij zou toch met de mogelijkheid rekening moeten houden, en waarlijk, dit zal hem al winst opleveren, want waar het maar mogelijk is, komen de lichtwezens tussenbeide die hem in het aardse leven leiden - en ze proberen alles om hem te bewegen de juiste wilsbeslissing te nemen, opdat hij de weg door de materie kan beëindigen, opdat hij MIJ zoekt en vindt - en dan ook voor eeuwig gered is.

Amen

Vertaald door Gerard F. Kotte