Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/7826

7826 God is Liefde, Hij wil gelukkig maken

15. Feb. 1961: Boek 82

Geloof het, dat Ik u naar de gelukzaligheid wil leiden. Geloof het, dat een God van liefde u geschapen heeft om u Zijn eindeloze liefde te schenken, om u gelukkig te maken, om zichzelf te kunnen uitstralen in u. En geloof het, dat deze liefde nooit ophoudt, dat ze u toebehoort tot in alle eeuwigheid. Dan zult u ook weten dat alles wat u aangaat alleen ervoor dient, u naar de gelukzaligheid te voeren. Maar u zult het ook moeten weten en geloven, dat u als mens in een toestand verkeert waarin u een onbegrensde gelukzaligheid niet zou kunnen verdragen en ook mijn eindeloze liefde u niet in die mate gelukkig kan maken zoals Ik het zou willen. En u verkeert in deze toestand, omdat u zich eens in vrije wil van Mij afkeerde. U sloot zich af voor het toestromen van mijn liefde en uw wezen werd onvolmaakt. En om de volmaaktheid weer terug te krijgen, gaat u de gang als mens over deze aarde. Want mijn liefde is overgroot en ze tracht u weer in staat te stellen mijn straling op te nemen, omdat Ik u gelukkig wil maken.

Uw aards bestaan is dus niet doelloos. Integendeel, het moet u de hoogste gelukzaligheid opleveren wanneer uw ziel het lichaam verlaat en binnengaat in het geestelijke rijk. Het aardse rijk is slechts een overgang voor uw ziel naar het geestelijke rijk. Het aardse rijk is alleen het middel om uw ziel geheel rijp te laten worden, haar klaar te maken voor mijn liefdeskracht van eeuwigheid. Het aardse bestaan is voor u mensen een korte tijd van voorbereiding om weer in die staat te komen waarin u zich bevond toen Ik u had geschapen. Want u was uit mijn liefde voortgekomen. U was volmaakt en voortdurend met mijn liefde doorstraald, die u onbeschrijflijk gelukkig stemde. Dat u voor uzelf deze gelukzaligheid in vrije wil hebt verspeeld, zult u nu weer in vrije wil ongedaan moeten maken. Dat wil zeggen: u zult weer in vrije wil volmaakt moeten worden en terugkeren naar Mij. Want scheiding van Mij betekent ongelukkig zijn. Aaneensluiting met Mij betekent echter onbegrensde doorstraling van liefde en dus gelukzaligheid.

Wanneer u in het leven op aarde dit zult kunnen geloven, wanneer u het weten daarover zonder twijfel aanneemt, wanneer u naar Mij terugverlangt en Mij zelf vraagt om hulp, dan vervult u het doel van het aardse bestaan. Want dan pakt mijn liefde u vast en ze zal u eeuwig niet meer loslaten. Want dan heeft u zich in vrije wil voor Mij uitgesproken, Die u eens hebt afgewezen en daarom uw wezen veranderde. Dat u nog onvolmaakt bent is het gevolg van uw afval van Mij. Maar u bereikt weer de volmaaktheid wanneer u het zelf maar zult willen. Want mijn liefde die Ik u schenk, is de kracht om uit te kunnen voeren wat u wilt en u hoeft dus alleen maar mijn liefde aan te nemen. U hoeft zich alleen maar aan Mij over te geven, wat het geloof in Mij vraagt. Dan zal de liefde ook ontvlammen in u die nu op Mij aanstuurt en de vereniging zoekt met Mij. Geloof het toch, dat Ik een God van liefde ben en dat u uit deze God van liefde bent voortgekomen. En u zult er dan ook niet meer aan twijfelen dat Ik u graag gelukkig wil maken. U zult dan ook leren Mij zelf lief te hebben en uw weg over de aarde zal u naar het doel leiden. Want mijn liefde rust niet eerder dan tot ze u geheel kan vervullen. Mijn liefde wil gelukkig maken. Ze wil weten dat u gelukzalig bent tot in alle eeuwigheid.

Amen