Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/7809

7809 Arbeid in de wijngaard in onbaatzuchtigheid

27. Jan. 1961: Boek 82

En u is de taak ten deel gevallen mijn woord te verbreiden dat u van boven door Mij zelf wordt toegestuurd. En Ik wil waarlijk de wegen voor u effenen. Ik wil u helpen opdat mijn woord daar terecht komt waar honger en dorst ernaar aanwezig is. Want Ik ken de harten van diegenen die zich niet afsluiten voor mijn woord wanneer het hun wordt aangeboden. En verricht zo maar steeds de arbeid waartoe u in staat bent en weet, dat Ik zelf voor al het verdere zorg wat ertoe dient mijn woord te verbreiden. Want één ding is zeker, dat Ik mijn woord niet nutteloos naar de aarde stuur, al zou het u vaak kunnen voorkomen alsof het geestelijk goed geen juist doel vervult.

U moet alleen in geduld en volharding meewerken en de arbeid verrichten die van mensenzijde moet worden verricht, omdat Ik niet bij alle mensen rechtstreeks kan werken en daarom u gebruik, dat u Mij dient als tussenpersoon, want niet alle mensen zouden mijn rechtstreeks werkzaam zijn bij hen toelaten en toch moeten ook zij in het bezit van mijn woord komen om hun ziel rijp te laten worden. En er zullen zich steeds weer gelegenheden voordoen waarbij van mijn ongewoon werkzaam zijn bij u melding kan worden gemaakt. Er zullen geopende harten te vinden zijn die inzien dat het een ongewone gave van genade is, die met een dankbaar hart zich bereid verklaren mee te helpen in mijn wijngaard en wier gedienstigheid Ik graag aanneem. Want een geestelijk succes wordt alleen door de liefde tot stand gebracht. Geloof daarom niet zoiets te kunnen constateren, waar deze liefde niet aanwezig is. Geloof niet, dat Ik mijn zegen geef aan een voornemen dat duidelijk de wereldgeest verraadt.

Mijn woord moet de harten aanspreken en Ik vind waarlijk andere wegen dan de weg die díe mensen willen gaan, die nog midden in de wereld staan. Want dezen hebben niets met mijn woord van doen, hun gedachten zijn nog werelds gericht en daarom zullen ze ook niet bijdragen aan de verbreiding van mijn woord, waarvan de uitwerking een zich bevrijden van de wereld moet zijn. Waar mijn woord veld moet winnen in de mensenharten, daar moet de wereld ook al overwonnen zijn en evenzo moeten mijn medewerkers op aarde de wereld hebben overwonnen om tot zegen voor de medemensen werkzaam te kunnen zijn. Dus zullen er geen werelds ingestelde mensen als knecht in mijn wijngaard worden aangenomen, want nooit zullen dezen in mijn wil werkzaam zijn, veeleer eigen belangen najagen, omdat de heer van de wereld die zij nog toebehoren, hen daartoe aanzet. Maar Ik heb middelen en wegen genoeg om ook zonder zulke "hulpkrachten" mijn doel te bereiken. De liefde moet er altijd deel aan hebben, wanneer resultaten moeten worden behaald en de liefde herkent ook mijn woord als een geschenk van genade van buitengewone waarde en spant zich er daarom ook voor in.

En zo zult u ook uw juiste medewerkers herkennen die u in liefde hun hulp aanbieden. En u zult niet aarzelen hun hulp aan te nemen en u zult ook weten dat pas dan mijn zegen op uw arbeid rust, wanneer u allen dit in liefde verricht en u er geen wereldse successen van verwacht. Want zoals Ik het u geef, zo zult u het ook moeten doorgeven. Zoals mijn liefde bij u werkzaam wordt, zo moet ook uw liefde tegenover de medemensen werkzaam worden. En dat gebeurt in de onzelfzuchtige verbreiding van mijn woord dat van boven tot u komt en dat als meest waardevolle gave van genade in de eindtijd de mensen hulp moet bieden en kracht bemiddelen in hun geestelijke nood, opdat ze volhouden tot aan het einde.

Amen