Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/7625

7625 Gods gerechtigheid eist genoegdoening

18 juni 1960: Boek 80

Elk onrecht moet door de zondaar worden goedgemaakt. Dat eist mijn rechtvaardigheid. En deze zonde moet worden afgelost op aarde of in het hiernamaals en er kunnen eeuwige tijden voorbijgaan, wanneer een ziel met zulke zonden belast - zonden die ze op aarde heeft begaan - het rijk hierna binnengaat, tot ze deze zondenschuld heeft afgelost. Maar de oerzonde van de vroegere afval van Mij kan ze niet zelf goedmaken in het rijk hierna, omdat deze oerschuld te groot is om door het wezen zelf te kunnen worden afgelost, hetzij op aarde of in het geestelijke rijk. Toch wordt ook van een nog met de oerschuld belaste ziel de aflossing van haar op aarde begane zonden geƫist en voor deze kan ze al een onuitsprekelijk zwaar en kwellend lot moeten verduren, omdat mijn gerechtigheid een vereffening van elke schuld eist.

Maar mijn eindeloze liefde heeft zich ontfermd over alle zondaars. Ze heeft de zondenschuld teniet gedaan, ze heeft er genoegdoening voor verricht. Ze heeft het werk van verlossing volbracht voor de met zonden belaste mensheid en ze heeft ook de oerschuld gedelgd, zodat de zielen werkelijk verlost kunnen binnengaan in het geestelijke rijk wanneer ze het aardse lichaam moeten verlaten. Ik zelf heb in de mens Jezus de verzoening gebracht door mijn bitter lijden en sterven aan het kruis, door een werk van barmhartigheid dat alleen de liefde in staat was te volbrengen. En zo kan zelfs de grootste zondaar vrij worden van zijn schuld en het lichtrijk binnengaan, vooropgesteld dat hij de verlossing aanneemt, dat hij vrijwillig naar Mij in Jezus Christus komt en omwille van de kruisdood om vergeving vraagt. Maar de vrije wil moet deze gang naar het kruis gaan, daar anders de mens zich buiten het werk van verlossing plaatst, daar hij anders niet tot diegenen hoort voor wie mijn bloed gevloeid heeft als genoegdoening voor de zondenschuld der mensheid.

Nu pas zult u de grote betekenis van het verlossingswerk kunnen inzien, wanneer u eraan denkt dat het van uzelf afhangt hoe uw lot is waarin u zich eens in de eeuwigheid bevindt, wanneer u zich voorstelt dat u onmetelijke kwellingen wachten omdat u gezondigd hebt en de genade van Jezus Christus niet aanneemt die u wil bevrijden van uw zondenschuld, wanneer u eraan denkt dat u zelfs in eeuwigheid niet in staat bent uw grote schuld te delgen en daarom eeuwigheden zult moeten smachten in onuitsprekelijke kwelling en duisternis en wanneer u bedenkt dat u ook vrij zult kunnen worden van uw schuld wanneer u zich maar aan Mij in Jezus overgeeft, wanneer u met uw zondenschuld naar het kruis gaat en Mij in Jezus vraagt om vergeving. U zult u voor elke zonde moeten verantwoorden en boete doen en u hebt allen gezondigd in het leven op aarde.

Maar u kunt ook allen vergiffenis krijgen, u zult vrij kunnen worden van uw schuld en als verlost het rijk van gelukzaligheid kunnen binnengaan, wanneer u zich maar tot Jezus Christus wendt, tot de goddelijke Verlosser die Mij zelf als omhulling heeft gediend, omdat mijn liefde het werk van verlossing voor u mensen wilde volbrengen en dit alleen maar kon in de uiterlijke vorm van een mens die al het leed op Zijn schouders nam, die geleden heeft en gestorven is als mens en die Zijn bloed heeft vergoten uit liefde om Zijn medemensen te helpen en hen te bevrijden uit geestelijke nood. U zult alleen uw weg op Hem hoeven te richten, u zult u in uw geestelijke nood alleen aan Hem te hoeven toevertrouwen, Hem uw zonden bekennen en Hem vragen, dat Hij ook voor u Zijn bloed vergoten zou mogen hebben opdat u vrij zult worden van uw zondenschuld, opdat u, van zonde en schuld bevrijd, het geestelijke rijk binnen zult kunnen gaan wanneer de dag van het heengaan van deze aarde voor u is gekomen.

En Hij zal u aannemen, Hij zal uw zondenschuld teniet doen, want Hij heeft mijn gerechtigheid genoegdoening verschaft. Hij heeft al het lijden en de smarten verdragen, die u zou moeten hebben verdragen en die u ook niet bespaard kunnen blijven, wanneer u onverlost, zonder Jezus Christus de aarde verlaat. In het rijk hierna zult u Hem nog wel kunnen vinden en ook dan zal u verlossing ten deel vallen, maar lang en zwaar is de weg en vaak hebt u daar ook de wil niet toe. Maar zonder Jezus Christus blijft de poort naar het lichtrijk voor u gesloten, zonder Jezus Christus zult u nooit zalig kunnen worden.

Amen

Vertaald door Gerard F. Kotte