Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/6850

6850 Jezus Christus opent de poort naar de eeuwigheid

12. Jun. 1957: Boek 73

De poort naar het leven in licht en heerlijkheid staat open voor u allen die de weg naar Jezus Christus hebt gevonden, doch ze blijft gesloten voor diegenen die nog ver staan van Hem en Zijn verlossingswerk. En daarom zult u zich allen ernstig moeten afvragen of u al de weg naar Hem, naar het kruis genomen hebt. Want Zijn weg op aarde eindigde met Zijn dood aan het kruis, en daar zult u Hem dus moeten zoeken en vinden, daarheen zult u moeten gaan als u wilt delen in Zijn verlossingswerk. Het kruis was het doel van Zijn weg over de aarde, omdat de kruisdood u mensen verlossing moest brengen. Dus onder het kruis vindt u de goddelijke Verlosser, wat zoveel wil zeggen als, dat u uw zondeschuld, waarvoor de mens Jezus aan het kruis is gestorven, naar Hem toe draagt onder Zijn kruis, dat u daardoor blijk geeft van uw geloof in Zijn goddelijke missie en dat u daardoor ook uw wil te kennen geeft, vrij te worden van de schuld die u scheidt van Mij, uw God en Vader van eeuwigheid. Want dan erkent u Mij zelf, die in de mens Jezus het verlossingswerk heeft volbracht.

Uw weg moet gaan naar het kruis van Golgotha, wanneer u de poort naar het eeuwige leven zult willen bereiken, want er gaat geen andere weg naar deze poort. Deze ernstige vraag, hoe u tegenover Jezus Christus staat, zou u zich allen moeten stellen. Maar u doet het niet, op slechts enkele uitzonderingen na, al wordt u mensen ook steeds weer Zijn evangelie verkondigd, al wordt Zijn liefdesleer u ook steeds weer voorgehouden en hoort u ook steeds weer de naam van Hem als die van de goddelijke Verlosser. U houdt uw oren gesloten en als een holle klank gaan alle woorden aan u voorbij. Wat u hoort over Jezus Christus, en Zijn werk van liefde raakt u nauwelijks. Het dringt niet door tot in uw hart. Het is nog niet levend geworden in u en uw gedachten hebben zich nog niet ernstig bezig gehouden met dat wat uw oren tot nu toe hebben opgenomen. En eens zult u voor de poort naar de gelukzaligheid moeten blijven staan. U zult niet worden toegelaten, want u vond nog geen verlossing, omdat u de weg naar het kruis niet hebt genomen. Omdat Zijn bloed u niet schoon kon wassen en u daardoor beladen met schuld bij de poort naar de eeuwigheid aankomt.

Het uitspreken van de naam Jezus met de mond is niet voldoende dat u vrij wordt van uw schuld, u zult zelf naar Hem toe moeten gaan. U zult u aan Hem in kinderlijk vertrouwen en in het bewustzijn van uw schuld moeten overgeven en Hem innig vragen dat Hij u bij zich zou willen opnemen, dat Hij ook voor u Zijn bloed vergoten mocht hebben en u zult gelovig verlangend Zijn vergeving tegemoet moeten zien. En uw schuldenlast zal van u afvallen en nu is voor u de weg vrij naar het licht, nu gaat voor u de poort naar de eeuwige gelukzaligheid open. Jezus Christus zelf leidt u in Zijn rijk, maar zonder Hem zal niemand door deze poort kunnen binnengaan. Als u het maar zou willen geloven dat Zijn naam alles is, dat een aanroepen van Zijn naam in diep geloof u ontlast van alle nood, die het gevolg is van de zonde die nog op u drukt.

Daarom ben Ik in de mens Jezus naar de aarde afgedaald om deze grote zondenlast van u af te nemen en daarom ben Ik aan het kruis gestorven, om daardoor de grote schuld teniet te doen, waaronder u allen die over de aarde gaat, zucht. Ik stierf voor u, maar u zult het moeten willen, te behoren bij diegenen voor wie Ik gestorven ben. En daarom zult u ook de weg moeten nemen naar het kruis. U zult in verbinding moeten treden met Jezus Christus, die Zijn weg over de aarde voltooide aan het kruis. Dan zal Hij samen met u verder gaan, en Hij zal u geleiden in Zijn rijk, dat Hij heeft beloofd aan al diegenen die in Hem geloven.

Amen