Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/6813

6813 Het vervullen van door mensen uitgevaardigde geboden vervangt geen werkzaam zijn in liefde

23. Apr. 1957: Boek 73

Voor u mensen zal het helemaal duidelijk moeten zijn, dat er geen vervanging is voor het werkzaam zijn in liefde; dat u door niets anders de eeuwige gelukzaligheid zult kunnen verwerven, zolang u het vervullen van Mijn geboden van liefde buiten beschouwing laat, zolang u niet in onbaatzuchtige naastenliefde werkzaam bent. Alles wat u buiten dit werkzaam zijn in liefde als heilzaam of gelukzaligheid belovend wordt aanbevolen, is van geen waarde en het brengt u geen stap verder in uw vervolmaking. En er wordt u veel als zegen brengend voorgesteld en daarom let u niet vaak op datgene, wat alleen u gelukzaligheid bezorgt. Ik heb van u mensen niets anders gevraagd, dan aandacht te schenken aan Mijn geboden van liefde. Ik heb u geen verdere geboden gegeven, dan alleen die, die steeds uw liefde voor de naaste vereisen. Ik heb u alleen zulke leren gepredikt, die een betere verstandhouding beogen tussen u en uw medemensen, want Ik wilde alleen maar in u de liefde ontsteken, die u mensen mankeerde, wat dus uw ongelukkige toestand veroorzaakte. En zo geldt ook voortdurend Mijn zorg alleen uw bereidheid tot liefde te verhogen, omdat het vermogen tot liefde in u allen aanwezig is, maar de wil liefde te beoefenen onder u mensen buitengewoon zwak is. Daarom kan ook alleen maar hij een ware vertegenwoordiger van Mij op aarde zijn, die - evenals Ik - alleen de liefde predikt, want deze alleen toont de mensen de juiste weg, die naar Mij, naar de gelukzaligheid voert.

Maar u zult niet mogen geloven, het werkzaam zijn in liefde te kunnen vervangen door andere handelingen of gebruiken. U zult niet mogen geloven, dat Ik genoegen neem met het opvolgen van wetten, die Ik niet heb uitgevaardigd en waarvan het naleven zonder liefde volkomen zonder waarde is. U verwerft u daarmee helemaal geen "genaden", want Ik kijk niet naar zulke handelingen en gebruiken. En geen ziel wordt daardoor ook gered, want dit zijn alleen maar menselijke beloftes, die Ik nooit kan goedkeuren. Alleen de liefde redt u van de terugval in de diepte. Alleen de liefde voert u naar de voltooiing en de liefde zal zich steeds uiten in werkzaamheden, omdat de liefde de mensen innerlijk aanspoort, werkzaam te zijn in goddelijke ordening.

Maar er heeft zich van u mensen een zekere onverschilligheid tegenover Mijn geboden van liefde meester gemaakt, omdat u in een verkeerd denken bent geleid. Want u werd aangemaand de kerkelijke geboden te vervullen, die als mensenwerk aan Mijn geboden zijn toegevoegd. U doet nu angstvallig moeite deze kerkelijke geboden na te komen, maar wat Ik van u verlang, daar schenkt u weinig of helemaal geen aandacht aan en toch leeft u in het geloof, uw leven juist en christelijk te leiden. Wat een dwaling, die óók door Mijn tegenstander in de wereld werd gebracht. Want de liefde te doen ontbranden en tot de helderste gloed te laten oplaaien is het enige doel van uw leven op aarde, omdat dit de vereniging betekent met Mij, van Wie u zich eens hebt losgemaakt. Deze vereniging kan echter alleen de liefde tot stand brengen, maar niet die middelen, die u, als geboden werden gegeven om het eeuwige leven te bereiken, zoals daar zijn: vormgebeden, aflaten, als sacramenten bestempelde handelingen en zegeningen, die alleen maar als ceremoniën en uiterlijkheden moeten worden beschouwd en die u geen enkel geestelijk resultaat opleveren, noch op aarde, noch in het rijk hierna.

Wat het naleven van Mijn geboden van de liefde tot stand brengt, probeerde Mijn tegenstander de mensen te ontnemen, doordat hij door uiterlijkheden en verkeerde leren hun blik van deze geboden van Mij probeerde af te leiden en hun zijn maaksel als heel dringend voorstelde. Want hij wist, dat hij veel slachtoffers zou aantreffen, omdat de liefde overwinning van de mensen eiste en dezen niet erg offerbereid zijn. Steeds weer moest daarom de liefde als eerste en belangrijkste naar voren worden gebracht. Steeds weer moest Ik de mensen Mijn geboden van de liefde tot God en de naaste in herinnering brengen. Steeds weer moest Ik hen onderrichten, dat al het andere geen nut heeft, wanneer de liefde ontbreekt, en dat een werkzaam zijn in liefde door niets anders kan worden vervangen. Maar deze leer wordt niet ernstig genomen en men komt die door mensen toegevoegde geboden bereidwilliger na, omdat Mijn tegenstander nog grote invloed heeft op die mensen en hij een terugkeer naar Mij met alle middelen tracht te dwarsbomen. Toch is ook alle mensen Mijn leer van de Liefde bekend, die Ik op aarde heb gepredikt. En ieder, wiens streven serieus is, zal ze ook als heel dringend inzien en zich niet tevreden stellen met nutteloze uiterlijkheden, met alles wat niet van Mij is uitgegaan.

Amen