Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/5307

5307 Het Nieuwe Testament en toevoeging

31 januari 1952: Boek 59

In het Nieuwe Testament leest u Gods woord dat door de mens Jezus werd verkondigd en dat ook na Zijn dood aan het kruis door Zijn discipelen is gepredikt. De uitspraken van Jezus, evenals die van de eerste apostelen zijn tamelijk zuiver gebleven, ofschoon er kleine afwijkingen ingeslopen zijn, die echter de zuivere leer van Christus niet wezenlijk anders maken. Maar er zijn ook toevoegingen bij gemaakt die niet uit de mond van Jezus noch uit die van de apostelen afkomstig zijn, om welke reden in latere tijden twijfels opdoken over de echtheid van datgene wat het Nieuwe Testament als inhoud heeft. Er kunnen ook geen bewijzen worden geleverd over de echtheid van de aan de evangeliƫn toegevoegde brieven. Maar hun strekking stemt overeen met het goddelijk woord en daarom zijn ze niet te verwerpen. Evenals alles wat overeenstemt met de goddelijke leer van de liefde die de mens Jezus op aarde heeft gepredikt mag worden beschouwd en erkend als woord van God. Maar dat betekent niet dat er geen enkele dwaling in deze toevoeging te vinden is. Want zolang mensenhanden werkzaam zijn die niet toebehoren aan een door de geest gewekte mens, heeft ook de tegenstander van God de macht deze handen voor zich te laten werken, al is het niet op een duidelijke manier. En het zijn mensenhanden geweest die zowel de samenstelling alsook de vertalingen op zich namen, het zijn mensenhanden geweest die schriftelijk werk en drukwerk leverden en al zou de wil goed mogen zijn, wil dat niet zeggen dat steeds de geest Gods werkzaam was die kon uitfilteren en rechtzetten wat verkeerd was.

Maar Hij nam het goddelijk woord in bescherming om dit zoveel mogelijk onvervalst te behouden. En waar de aan God tegengestelde bedoelingen niet in het spel waren, is dit woord ook zuiver bewaard gebleven in boek en geschrift. Ook konden de eerstgenoemde afwijkingen de zuivere zin van het goddelijk woord niet veranderen, ze konden zijn waarde niet afzwakken. Maar tevens zal het een in de geest gewekte mens steeds mogelijk zijn te herkennen wat goddelijk is en wat van menselijke zijde is toegevoegd. En deze zal om opheldering vragen en die ook verkrijgen, want wie de waarheid zoekt zal ze vinden, wie ze begeert wordt ze ook overgebracht.

Amen

Vertaald door Gerard F. Kotte