Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/4379

4379 Avondmaal - Geestelijke betekenis - Vlees - Bloed

18 juli 1948: Boek 51

Het voortdurende verlangen naar de spijziging aan de tafel des Heren verzekert u van Zijn liefde.

En zo nodig Ik u steeds weer uit het avondmaal met Mij te gebruiken, zo vaak u dit maar wilt. Mijn tafel staat steeds gedekt voor allen, die hongeren en dorsten en gelaafd willen worden. En ze zullen zich kunnen verzadigen met het brood des levens, met het manna dat uit de hemel komt. En elke spijziging aan mijn tafel is communie. Het is de vereniging met Mij, zonder welke het aanbieden van mijn vlees en mijn bloed - mijn woord met zijn kracht - niet kan plaatsvinden.

Dus u, die mijn woord ontvangt - rechtstreeks of door mijn boden u toegestuurd - u communiceert als u dit woord van Mij, vanuit het verlangen ernaar, opneemt in uw hart. Dan verbindt mijn geest zich met de geestvonk in u. Dan vindt het huwelijk plaats, de aaneensluiting, de geestelijke communie. Dan deel Ik zelf het brood des hemels uit. Ik geef u spijs en drank, Ik houd met u het avondmaal, u maakt dezelfde gebeurtenis mee als mijn leerlingen, voor wie Ik het brood brak en die Ik de wijn aanreikte met de woorden: "Neem en eet hiervan, dit is mijn vlees. Neem en drink hiervan, dit is mijn bloed".

Begrijpt u nu, welke betekenis Ik in deze woorden heb gelegd? Hoe onuitsprekelijk belangrijk het is, dat u het avondmaal aan mijn tafel tot u zult nemen. Want mijn vlees en mijn bloed geven u de kracht, het eeuwige leven te bereiken. U zult moeten worden gespijzigd met voeding voor uw ziel, opdat uw ziel rijp wordt, opdat ze het eeuwige leven voor zich zeker stelt. Ze moet voortdurend kracht ontvangen, die ze alleen rechtstreeks van Mij kan betrekken en die Ik haar te allen tijde verschaf, als ze zich met Mij verbindt. Dan breek Ik het brood en reik het haar aan.

En als ze dus mijn vlees (mijn woord) eet, doorstroomt haar ook de kracht (het bloed), waarmee Ik mijn woord heb gezegend. Een mens die verlangt naar voeding voor de ziel, die mijn gast wil zijn, zal nooit honger of gebrek hoeven te lijden.

Ik kom zelf tot hem en nodig hem uit. Ik sta voor de deur en klop aan. En als hij voor Mij opendoet, ga Ik bij hem naar binnen en houd het avondmaal met hem.

Ik spijzig hem aan mijn tafel en hij zal waarlijk worden verzadigd en nooit gebrek hoeven te lijden.

En zo is alles geestelijk te begrijpen, wat Ik op aarde heb gesproken. Ik onderrichtte mijn discipelen en ze begrepen Mij en droegen mijn woord verder de wereld in. En omdat de mensen juist werden onderricht, begrepen ze mijn wil. En ze leefden volgens mijn wil, naar mijn woord, vanuit het volste inzicht. En zo was in het begin mijn kerk, de gemeente van gelovigen, helemaal naar mijn zin opgebouwd. Maar dit was dan niet meer toereikend voor de overijverige aanhangers van mijn woord. Ze wilden tegenover de wereld op de voorgrond treden. En zo werden gebeurtenissen, die alleen de ziel moesten betreffen, de medemens zichtbaar voorgesteld. Er werden uiterlijke handelingen aan vastgeknoopt, die in het begin niet waren te veroordelen, omdat ze door de geest werden gedragen, omdat de mensen mijn wil en zijn vervulling serieus namen. Maar de mensen veranderden en met hen ook het wezen van mijn kerk.

Wat ten diepste een innerlijk beleven moest zijn, werd tot een uiterlijkheid. De uiterlijke handelingen werden op de voorgrond geplaatst en de diepe geestelijke zin ging verloren, totdat de eenvoudige gebeurtenis van de geestelijke communie, de aaneensluiting met Mij en het rechtstreeks ontvangen van mijn woord niet meer door de mensen werd begrepen, zodat ze nu een rechtstreeks overbrengen van mijn woord niet meer voor mogelijk houden, hoewel Ik zelf hen duidelijk en begrijpelijk mijn rechtstreeks werkzaam zijn door de geest heb beloofd; ofschoon Ik zelf - het vlees geworden Woord - gewezen heb op de spijziging met het brood des levens, met het manna dat uit de hemel komt.

De mensen begrijpen de eenvoudige betekenis van mijn woord niet meer en willen ook in hun blindheid de eenvoudige verklaring niet aannemen. Maar wie horen en begrijpen wil, zal inzien. En de waarheid zal hem overtuigen. Hij zal ernaar streven, zelf de verbinding met Mij tot stand te brengen. Hij zal mijn gast zijn en Ik zal met hem het avondmaal houden en hij met Mij.

Amen

Vertaald door Gerard F. Kotte