Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/3615

3615 Voorwaarden voor het werkzaam zijn van de Geest

28 november 1945: Boek 46

Uw weten is fragmentarisch zolang de Geest in u, u niet onderricht. En uw piekeren en onderzoeken volstaat niet als u zich niet tevoren met Mij in verbinding stelt, vragend om Mijn Geest, om verlichting van uw denken. En wie derhalve zijn weten heeft verkregen zonder tevoren om Mijn hulp te hebben gebeden, die kan wel van menselijke wijsheid spreken, maar nooit goddelijke wijsheid de zijne noemen. Een weten dat het geestelijke rijk betreft en overeenstemt met de waarheid.

Want alleen Ik deel dit weten uit. Weliswaar aan ieder die het begeert, maar met de eis dat wordt voldaan aan de voorwaarden die Ik stel, opdat Mijn Geest in de mens kan werken. Dus is het weten, de zuivere geestelijke waarheid, altijd alleen dan gegarandeerd, wanneer degene die vraagt zich geheel onderwerpt aan Mijn wil. Wanneer hij leeft volgens Mijn leer, in liefde voor Mij en voor de naaste. Aan deze eis moet de mens als eerste voldoen, wil hij waardig worden bevonden voor Mijn genadegave, het overbrengen van de zuivere waarheid door Mijn Geest.

Verder moet hij een diep waarheidsverlangen hebben. Deze voorwaarde stel Ik eveneens. Doch hier wordt weinig aandacht aan geschonken. Want om het weten te ontvangen dat overeenstemt met de waarheid, moet de mens zich eerst ontdoen van zijn van mensen ontvangen weten. Dat wil zeggen: hij mag niet van zichzelf aannemen reeds wetend te zijn, daar hij zich anders moeilijk opent voor het toestromen van de zuivere waarheid, als deze niet overeenstemt met zijn oude weten.

Voor de overdracht van de zuivere waarheid moet hij bereid zijn afstand te doen van het weten dat hij bezit. En deze wil brengt alleen de mens op, die nog niet overtuigd is van de waarheid van zijn weten. Gelooft hij echter de waarheid te bezitten, dan zal hij daar waarschijnlijk niet om vragen. En bijgevolg kan ze hem ook niet worden overgebracht. De dwaling van zijn weten kan niet worden blootgelegd en uitgeroeid. Het zich volledig vrijwillig aan Mij overgeven en luisteren naar wat Ik hem dan bekend maak door Mijn Geest, is de enige manier om tot de zuivere waarheid te komen.

En dus moet de mens een diep geloof hebben. Hij moet er vast van overtuigd zijn, dat Ik hem de waarheid kan en wil overbrengen. Hij moet overtuigd zijn van het werkzaam zijn van de Geest in hem, van Mijn rechtstreeks werken in de mens, daar hij anders niet in de stilte gaat en luistert naar wat Mijn Geest hem verkondigt.

Het bewust aandachtig luisteren naar binnen is dus eveneens een voorwaarde die moet worden vervuld, om Mij te horen. Want de stem van de Geest is zacht en teder en weerklinkt alleen in degene die zich geheel van de wereld afsluit. Die in zijn binnenste luistert, dus de verbinding met het geestelijke rijk tot stand brengt. Met Mij, als gever van de waarheid, als de Vadergeest, wiens deel als Geestvonk in zijn ziel rust. Hij moet de Geest in zich laten spreken en zijn ziel tevoren zo vormen, dat die in staat is het uitgieten van de Geest op te nemen. En het overvloedigste weten zal het aandeel zijn van een mens die deze voorwaarden vervult, die ernstig naar de waarheid streeft en Mij, als de eeuwige waarheid, daarom vraagt.

Want Ik wil de mensen de waarheid doen toekomen. Ik wil niet dat ze in duisternis van geest voortgaan. Ik wil ze naar Me toe trekken, in het geestelijke rijk. En dit is alleen maar mogelijk door het overbrengen en het ontvangen van de zuivere waarheid die alleen naar Mij leidt omdat ze van Mij uitgaat. En wie dus zoekt zal juiste gedachten hebben. Hij zal binnendringen in het diepste weten, in het geestelijke gebied dat gesloten blijft voor al diegenen die het op een andere wijze te weten trachten te komen. Want dit is Mijn wil.

Het gebed om verlichting van geest door de Geest alleen garandeert nog niet zijn werkzaam zijn als niet ook de andere vereisten in acht worden genomen. Ik zie daar echter niet van af, omdat het één het andere bepaalt. Want een geestelijke gave kan alleen worden aangeboden, wanneer Mijn wet wordt nagekomen, die van eeuwigheid vastligt.

Amen

Vertaald door Gerard F. Kotte