Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/2773
2773 Het effect van de levenswandel op het gehele volk
14 juni 1943: Boek 34/35/36
Het juiste geloof en de juiste godsdienst brengen de mens dichter bij God, want de mens erkent God en hij probeert Diens wil te vervullen. Hij leeft in de liefde en dat laatste heeft alle zegeningen tot gevolg. De voormalige verre verwijdering van God wordt verminderd en het doel van het aardse leven wordt door de mens bereikt. Hij heeft uit vrije wil de weg naar God teruggevonden. En er wordt werkelijk niets buitengewoons van de mensen verlangd, want ze hoeven niets uit eigen kracht te doen, maar de kracht uit God staat hun onbeperkt ter beschikking en ze hoeven alleen maar de wil op te brengen om deze kracht te gebruiken.
Maar hoe vaak faalt de wil van de mens en bereikt hij het doel niet? Maar ook dan is de erbarmende liefde van God nog bereid om de nog ver van Hem afstaande ziel de weg te wijzen, die naar Hem leidt. Ook dan ontfermt God Zich nog over haar, ofschoon ook in een vorm, die vaak niet als liefde van God herkenbaar is.
Maar de ziel moet het duidelijke verzet opgeven, omdat de liefde van God zich anders terugtrekt en dit betekent een achteruitgang. Een verharden van de geestelijke substantie, wat een buitengewoon kwellende toestand tot gevolg heeft. Het wezen moet net zo lang lijden, als het niet uit vrije wil God belijdt en zijn liefde voor Hem door liefde voor de naasten bewijst. Hoe bereidwilliger het wezen is om de aansluiting bij God tot stand te brengen, des te minder lijden heeft hij nodig voor zijn ontwikkeling en zijn bestaan op aarde zal vredig zijn.
En evenzo zal een geslacht, dat elkaar in liefde dient, dus eveneens de aansluiting bij God zoekt, in rust en vrede op aarde leven en weinig aards leed nodig hebben, want het vervult zijn eigenlijke doel op aarde. Het streeft naar de hoogte, zoals omgekeerd onnoemelijk lijden het volk, dat er zonder liefde op los leeft en het verwijderd zijn van God niet door een overeenkomstige levenswandel in liefde en het juiste geloof probeert te overbruggen, zal bedrukken. Want zo’n volk moet gekweld worden, opdat het tot besef komt.
Alleen de liefdeloosheid en het ongeloof trekken een lot vol lijden tot zich, dat de individuen meer of minder treft, want God geeft deze mensen niet op, maar Hij probeert hen daardoor te veranderen. Maar als de mens zich door liefdeloosheid van Hem probeert te verwijderen, dan gebruikt God zwaardere middelen, maar Hij laat hem toch de vrije wil.
De nabijheid van God moet hij door een juiste levenswandel zelf voor zich verwerven, want deze is pas het gevolg van een leven in liefde, dat de mens uit vrije wil moet leiden. Maar onophoudelijk worden hem gelegenheden geboden om de liefde te beoefenen en hij kan uitrijpen, als hij zich niet verzet. Dat wil zeggen dat hij zijn wil op de verkeerde manier gebruikt: voor liefdeloosheid. Dan verhardt zijn ziel zich steeds meer en verwijdert deze zich van God en ze gebruikt haar aardse leven, dat wil zeggen haar laatste belichaming als mens, niet, zodat ze het proces tot haar verlossing opnieuw door moet maken, wat weer eindeloze tijden vergt.
En daarom probeert God alle middelen om deze tweede verbanning onnodig te maken, omdat deze onvoorstelbaar kwellend is. Maar de vrije wil van de mens geeft de doorslag. En zo is al het aardse lijden alleen maar een middel om deze vrije wil te veranderen, zodat de naar God strevende mens zich door een levenswandel in liefde uit de gebonden toestand verlost, zolang hij nog op aarde wandelt.
Amen
Vertaald door Peter Schelling