Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/2750

2750 Een werkzaam zijn in liefde en het gebed zijn genademiddelen

23 mei 1943: Boek 34/35/36

Het meeste effectieve genademiddel is dat de mens de liefde beoefent, want een werkzaam zijn in liefde levert hem onbeperkte kracht op en de kracht uit God is een genade, die onvermijdelijke tot de vervolmaking leidt. Als de mens de liefde beoefent, streeft hij ook de verbinding met God na, Die de liefde in Zichzelf is en alles, wat naar God verlangt, wordt door Hem gegrepen en met Zijn genade bedacht.

De mens moet iets geven, als hij wat wil ontvangen. Hij moet liefde geven, als hij van God weer liefde wil ontvangen. En de genade van God is een bewijs van Zijn liefde, die alle mensen ter beschikking staat, als ze maar ontvangen willen. En hun wil maken ze door een werkzaam zijn in liefde bekend, dat hen dan ook een overvloed aan genade oplevert. Een ander genademiddel is het gebed, dat weer de wil naar God tot uitdrukking brengt. Dat van zijn hulpeloosheid, van zijn zwakte getuigt, waarin de mens zich tot God wendt om Zijn hulp, om kracht of genade.

Degene die God innig aanroept om Zijn hulp voor zijn levenswandel op aarde, die zich in zijn totale zwakte aan Hem toevertrouwt, trekt de Vader in de hemel erbarmend en in volle liefde aan Zijn hart. Hij verzorgt hem, Hij schenkt hem kracht, zodat hij de wil van God kan vervullen. Hij blijft met Zijn genade voortdurend bij hem en zodoende zal ook diens leven een werkzaam zijn in liefde zijn, omdat de kracht uit God tot liefde aanspoort, omdat de kracht uit God Zijn uitstraling van liefde is, die weer tot liefde aanspoort.

De liefde en het gebed zijn de effectiefste genademiddelen, die de aardse levensweg makkelijker maken en hem het volledige succes garanderen voor zijn ziel. Want God Zelf is met degenen, die in de liefde leven en toevlucht nemen tot het gebed. Die dus in de innigste verbinding met Hem staan en die Hij daarom nooit zonder hulp zal laten, omdat ze Hem toebehoren. Omdat ze naar Hem verlangen en de weg weer gevonden hebben naar Hem, van Wie ze uitgegaan zijn.

Maar God bedenkt ook die mensen met Zijn genade, die nog ver van Hem af staan, doordat Hij hen voortdurend in situaties brengt, waar ze zich de genade kunnen verwerven, doordat Hij hun voortdurend mogelijkheden geeft om tot Hem hun toevlucht te nemen of in liefde werkzaam te zijn. Maar hij dwingt de mensen er niet toe en geeft hun de vrijheid om de hun toestromende genade te gebruiken of niet. Gods liefde en genade wil alle mensen grijpen, maar de menselijke wil moet zich bereid verklaren om deze te gebruiken, omdat anders de genade van God niet naar hen toe kan stromen, ofschoon deze hun onbeperkt ter beschikking staat.

Mensen, die geen verbinding hebben met God door een werkzaam zijn in liefde of door bewust gebed, voelen de genade van God ook niet zo merkbaar, want wat van God komt, is alleen maar voelbaar in het hart. De kracht uit God spoort altijd alleen maar het hart aan om actief in de liefde te worden. Pas dan komt de levenskracht in actie, zodat de mens uitvoert, waartoe zijn hart hem aanspoort. En zo is elke genade het middel tot geestelijke voleindiging. De genade is een hulpmiddel voor het opstijgen van de zielen en ze wordt daarom alleen maar door diegenen ontvangen, die naar de hoogte verlangen.

Maar de anderen slaan hier geen acht op. Ze negeren het, als de stem van het hart tot hen spreekt en hen aan zou willen sporen tot een werkzaam zijn in liefde. Als dus de genade van God naar hen toe zou willen stromen, sluiten ze zich hiervoor af en ze gebruiken deze niet. Bijgevolg kan deze niet effectief voor hen worden. Maar de mens kan niet tot voleindiging komen zonder de genade van God en daarom blijft de rijpheidsgraad van zijn ziel net zo lang laag, zolang hij geen beroep doet op de genade van God. Zolang hij niet vraagt om de schenking hiervan en de genade van God door een ijverig werkzaam zijn in liefde niet verwerft. Want dit zijn de effectiefste genademiddelen, die de mens onvermijdelijk naar de hoogte leiden. Die zijn voleindiging garanderen.

Amen

Vertaald door Peter Schelling