Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/2747
2747 Aansporing tot liefde – De nood van de tijd
20 mei 1943: Boek 34/35/36
Het is het gebod van dit moment, dat u elkaar liefde geeft, want het lijden op aarde zal zo groot zijn, dat jullie het alleen hierdoor maar kunnen verminderen als de één de ander behulpzaam ter zijde staat. Als u zich de liefde tot richtsnoer van het leven maakt. Hoe minder u aan uzelf denkt, hoe meer u uw eigenliefde opzijzet, des te eerder zult u in staat zijn het lijden uit te bannen, want als u in de liefde staat, heeft u dit lijden niet meer voor uw ontwikkeling nodig en God kan het van u afnemen.
De harten van de mensen zijn verhard. Ze nemen geen deel meer aan het lot van de medemensen. Ze gaan er onaangedaan aan voorbij en hun zielen zijn ziek door de grote eigenliefde, wat echter een geestelijke achteruitgang is. Zolang de ziel nog een gebonden wil had, moest deze dienen en ze kon zich daardoor opwaarts ontwikkelen, zodat haar nu de vrije wil gegeven werd in de laatste belichaming op aarde. Deze vrije wil moet ze weer gebruiken om te dienen. Ze moet uit liefde dienen en zich daardoor verlossen.
Want de voorafgaande toestand van moeten kon haar het definitieve vrij worden niet opleveren, ofschoon deze toestand haar ook aanzienlijk dichter bij het doel bracht. Maar nu heeft ze de mogelijkheid om zich van haar boeien te ontdoen, als ze zichzelf tot liefde vormt. Als ze uit eigen beweging dient. Als de liefde voor de medemensen de drijfveer is.
Maar de liefde onder de mensen is bekoeld. En daarom is een voortdurende strijd hun lot. Een strijd, zowel in het groot, als in het klein. Een strijd van liefdeloosheid tegen elkaar. Iedereen zoekt alleen maar zijn eigen voordeel. Iedereen probeert alleen maar zijn ik te bevredigen en dit heeft ook een volledige onwetendheid tot gevolg. Een ongeloof, omdat de mens alleen maar beseffen kan, als hij in de liefde staat. Hij bevindt zich in een chaos van gedachten en vindt hieruit geen uitweg. Hij weet niet wat hij geloven moet en kan. Hij heeft geen beoordelingsvermogen en daarom verwerpt hij alles, wat van hem geëist wordt om te geloven, omdat de eigenliefde hem onbekwaam maakt om de waarheid te herkennen.
En dit is een uiterst gevaarlijke toestand, die onnoemelijk lijden en ellende tot gevolg heeft, omdat alleen zulks de mens maar veranderen kan, omdat het hem tot liefde op kan voeden, als hij niet heel koppig is en hij zich alleen nog maar meer laat verbitteren. Het verlangen naar de wereld en haar goederen is de oorzaak van de verkeerde liefde in de mens, van de eigenliefde, die geen aandacht schenkt aan het welzijn van de medemensen. Waar dit verlangen overwonnen wordt, daar neemt ook de eigenliefde af. De mens geeft zijn aardse goederen weg om deze de medemensen te schenken en zijn toestand wordt vrijer en lichter. Want het valt hem ook niet zwaar om te geloven, zodra hij maar de liefde beoefent.
En de grote ellende op aarde is alleen nog maar uit te bannen door de liefde. Het kan ook voor het individu verminderd worden, als hij in liefde actief is, omdat God alleen door Zijn wil bepaalt, wat het individu ten deel zal vallen. De mens, die onbewust in contact met God treedt door een werkzaam zijn in liefde, wordt niet meer hulpeloos aan diegenen prijsgegeven, die het lijden indirect veroorzaakt hebben. God Zelf ontfermt Zich over hem en Hij draait het lijden om tot het goede, als het zijn doel vervuld heeft. Dat het tot een werkzaam zijn in liefde opgevoed heeft en de verkeerde levenswandel van de mens veranderd heeft tot een ijverig onbaatzuchtig werkzaam zijn in liefde.
Keer in uzelf en herken de nood van de tijd. Weet dat alleen maar de liefdeloosheid de oorzaak van elk lijden is en dat dit laatste alleen maar opgeheven kan worden, als u zelf verandert. Want zonder de liefde kunt u zich niet verlossen. Zonder liefde kunt u niet zalig worden. God als de eeuwige liefde kan u alleen dan maar nabij zijn, als u zelf liefde wordt en de eeuwige gelukzaligheid is alleen maar denkbaar in de nabijheid van God. Als Zijn liefde u grijpt en u gelukkig kan maken.
Amen
Vertaald door Peter Schelling