Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/2565
2565 Gods liefde en goedheid duren eeuwig
28 november 1942: Boek 33
De goedheid van God is groot, want Hij veroordeelt niets, maar Hij wil bevrijden, wat door eigen schuld gebonden is. Hij wil voor Zich winnen, wat zich tegen Hem verzet. Hij wil vergeven, omdat zwakte de reden van de zonde is. Hij is vol barmhartigheid en eindeloze liefde en deze doet Hij Zijn schepselen toekomen. Niets van Zich afstotend en niets vernietigend, maar alles in enorme liefde tot Zich trekkend.
Maar Zijn schepselen herkennen Hem niet meer en daarom verwijderen ze zich steeds verder van Degene, Die in Zijn liefde niets onbeproefd laat om hen terug te winnen. Gods goedheid en liefde kunnen alleen maar werkzaam worden als Zijn schepselen Hem toe willen behoren. Hij tracht voortdurend de liefde van Zijn schepselen te winnen, maar Hij kan hen niet dwingen om Hem lief te hebben, want alle schepselen hebben een vrije wil, zodra ze richting hun uiteindelijke voltooiing gaan. Want het hoogste doel is de vereniging met God, die echter in volledig vrije wil nagestreefd moet worden.
Gods liefde trekt alles tot zich, zodra het zich zonder verzet aan Hem overgeeft. De goddelijke barmhartigheid helpt ook de zwakken, die zich aan de liefde van God willen onttrekken. Ze veroordeelt niets. Ze probeert hetgeen verloren is terug te leiden naar de juiste weg, want Gods goedheid duurt eeuwig. En ofschoon het wezenlijke ook weigert en verzet biedt tegen de eindeloze liefde van God, laat God dit wezenlijke nooit vallen, maar Hij probeert het te bevrijden. Hij wil het de vrijheid geven, omdat Zijn liefde en goedheid het wezenlijke niet eeuwig wil laten smachten in een gebonden toestand.
De liefde van God is zo groot, dat niets kan vergaan, omdat Gods liefde het niet laat vallen en deze liefde zal nooit verminderen, want hetgeen uit deze liefde ontstaan is, kan niet verloren gaan, maar het keert als liefde weer naar de eeuwige liefde terug. En ofschoon het gedurende eeuwigheden van God gescheiden is, blijft het eeuwig en altijd liefdeskracht uit God, van wie het de laatste bestemming is om tot haar oorsprong terug te keren.
Het wereldgebeuren heeft zijn grondslag in de eindeloze liefde van God, want alles wat er gebeurt, zijn liefdeswerken door Degene, waarvan het geloofde zich te kunnen scheiden, om het wezenlijke weer naar God terug te leiden. En wanneer de tijd op aarde niet voldoende is om het wezenlijke terug te leiden, dan zal de liefde en goedheid van God niet ophouden om met het zich verzettende geestelijke te worstelen, want God is eindeloos barmhartig en liefdevol.
Hij daalt af tot in de diepste diepten en probeert te verlossen. Hij strekt erbarmend de handen naar de gevallenen uit en trekt hen uit de afgrond omhoog. Hij hoort de roep om genade en laat geen wezen in de boeien van het kwaad. Want alles is uit Zijn liefde voortgekomen en deze liefde omvat alles, tot het uiteindelijk terugkeert naar Hem, Degene Die de liefde Zelf is.
Amen
Vertaald door Peter Schelling