Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/2552

2552 Werkzaamheid van de wezens in het hiernamaals – Het overdragen van kennis

15 november 1942: Boek 33

Het geestelijke oog herkent de gebeurtenissen in het geestelijke rijk en het kan dus ook de werkzaamheid van de wezens daaruit opmaken, dus een blik werpen op het werkzaam zijn van deze wezens, die zich zowel over de aarde, alsook over de scheppingen buiten de aarde uitstrekken. Maar slechts zelden heeft de mens op aarde de bekwaamheid om met geestelijke ogen te kunnen schouwen, omdat daarvoor een hogere graad van rijpheid vereist is. En daarom hebben de mensen meestal een geheel verkeerd idee van het hiernamaals. Van het rijk, dat buiten de aarde ligt en die de zielen opneemt, die het aardse leven beëindigd hebben.

En omdat hun kennis gebrekkig is, hebben ze een verkeerde voorstelling, want voor de wetende mens is het duidelijk, dat het geestelijke rijk eveneens eisen aan zijn bewoners stelt. Enkel de werkzaamheid is anders dan op aarde. En als hij in staat zou zijn om geestelijk te zien, zou hij ook de soort werkzaamheid zien en begrijpelijk aan de medemensen door kunnen geven, waarin het werkzaam zijn van de wezens in het hiernamaals bestaat. Maar de goddelijke liefde wil dit de mensen toch bekendmaken. Ze wil hun een kennis geven, die bij moet dragen aan een ijveriger werkzaamheid in liefde op aarde. Want dit werkzaam zijn in het hiernamaals is eveneens een buitengewone activiteit in liefde.

Het geestelijke rijk bevat meer of minder met God verbonden en ver van God afstaande wezens, die in de eeuwigheid een leven vol licht of een leven in de duisternis leiden. Het zijn wezens, die voortdurend gelukzaligheid genieten of in de meest kwellende gebrekkigheid een deerniswekkend leven leiden. En het lichtvolle geestelijke probeert deze laatste toestand te veranderen om de wezens van de duisternis eveneens naar een toestand van gelukzaligheid te leiden.

En dit voornemen vereist een zeer actieve werkzaamheid. Een voortdurend werkzaam zijn in liefde in onvermoeibaar geduld en met doorzettingsvermogen. Van een werkzaamheid zoals op aarde is hierbij geen sprake, want het geestelijke rijk is geen materiële wereld. Het is alleen maar een wereld van gedachten en wensen. Het is een geestelijke wereld, waar niets lichamelijks, zichtbaars of tastbaars bestaat, maar alles alleen maar in de gedachtewereld van de wezens aanwezig is en de gedachte weer de belichaming van de naar het wezen toestromende liefdeskracht uit God is.

Het is een rijke kennis, die de wezens bezitten, waarvan de volheid van licht getuigt van de vereniging met God. En deze kennis vormt ook de gelukstoestand van het wezen, want door de kennis is alles helder, licht en duidelijk. De duistere toestand is dus een toestand van onwetendheid, die het wezen onvoorstelbaar bedrukt, zodat het lichtvolle wezen medelijden heeft en het wezen in de duisternis zou willen helpen.

Op aarde vermindert de in liefde actieve mens de nood van de medemens met aardse geschenken. In het hiernamaals is dit niet meer mogelijk en zodoende kunnen het wezen dat in nood is, dat door een gebrek aan kennis lijdt, alleen maar geestelijke geschenken aangeboden worden. Zodoende kan er alleen maar een overdracht via de gedachten plaatsvinden en dit is de werkzaamheid van de wezens in het hiernamaals. Dat ze het gedachtengoed van de duistere wezens proberen uit te breiden en het in zulke banen leiden, dat dit gedachtengoed met de waarheid overeenkomt.

Dit kan alleen maar door voortdurend onderwijs geschieden. Door een overdracht van dat, wat het gevende wezen zelf vreugde schenkt. Door een doorgeven van goddelijke kracht op de volledig krachteloze wezens, die naar kracht verlangen.

Amen

Vertaald door Peter Schelling