Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/2549
2549 Verlossende werkzaamheid op aarde – Belangrijke opdracht
14 november 1942: Boek 33
Gezegend zijn degenen, die zich in vol geloof aan Mij toevertrouwen. Ik wil hun de taak toewijzen om al op aarde verlossend werkzaam te zijn. Ik wil hen in de waarheid binnenleiden en hun Mijn geest sturen. Ik wil hen tot uiterste liefdadigheid aansporen, opdat Mijn geest voortdurend in hen kan werken. Ik wil hen met kennis uitrusten en hun tot echte vertegenwoordigers van Mijn woord opleiden. Om te strijden voor Mijn naam en een wijze leraar te zijn voor hun medemensen. Ik zal hen voorzien van alle gaven, opdat ze voor Mij en Mijn woord op kunnen komen en Ik wil hun kracht geven om ook in Mijn plaats werkzaam te zijn.
Maar daarvoor heb Ik het diepste geloof in Mij nodig, in Mijn liefde, wijsheid en almacht. Alleen maar die mens, die een volledig geloof heeft, kan deze kracht van Mij in die mate in ontvangst nemen, zoals het nodig is om dingen te verrichten, die de kracht van een mens te boven gaan. De kracht van het geloof brengt alles tot stand en daarom moet het geloof zo sterk zijn, dat Mijn kracht in de voor Mij opkomende mens overgaat en hij nu in Mijn plaats werkzaam is.
Het zijn de gaven van de geest, die de mens volledig gelovig maken. Het is Mijn woord, dat de mens tot toenemende werkzaamheid in liefde aanspoort en daarom is alleen Mijn woord in staat om het geloof op zo’n sterkte te brengen, dat Ik Zelf door die mens werkzaam kan zijn, want degene die Mijn woord heeft en daarnaar leeft, die naar Mij luistert en zijn best doet om een leven in liefde te leiden, die zal door Mijn geest verlicht worden en nu zal hij Mij ook herkennen als het machtigste, wijste en liefdevolste Wezen.
En herkennen betekent geloven. Wie Mij herkend heeft, die gelooft in Mij en zijn geloof zal nooit aan het wankelen gebracht worden. En Ik heb zo’n geloof nodig, als Ik de mens op aarde voor Mij werkzaam laat zijn en die de zielen van zijn medemensen wil helpen verlossen. Het is een taak, die liefde en uithoudingsvermogen vereist, maar wie Mij toegenegen is, omdat hij in Mij gelooft, die zal niet moe worden om voor Mij werkzaam te zijn en de liefde spoort hem aan om te helpen, waar hulp nodig is.
En de nood op aarde is groot, want de mensen herkennen Mij niet meer. Ze geloven niet meer in Mij. Als het geloof weer dichter bij hen gebracht moet worden, dan moeten ze onderwezen worden. Hun moet een kennis aangeboden worden, die hen langzaam naar het geloof terugleidt. Hun moet de waarheid onderwezen worden, omdat alleen de waarheid de mensen tot inzicht kan brengen en de waarheid moet hun in liefde aangeboden worden, opdat hun wil om af te wijzen niet aangespoord wordt. De mensen moeten tot denken aangespoord worden en tot een werkzaam zijn in liefde gemaand worden en degene die deze waarschuwingen in acht neemt, die zal nu ook leren herkennen, wat hij eerder afgewezen had. Hij zal leren geloven in een Schepper, Die in Zijn liefde de mensen naderbij komt om hen te helpen.
Deze taak is van zo’n groot belang, dat Ik iedereen zegen, die deze op zich neemt en bereid is om als plaatsvervanger voor Mij op aarde werkzaam te zijn. Talloze zielen verkeren in nood en kunnen door de liefde van een medemens, die werkzaam voor Mij is en zich in vol geloof aan Mijn leiding overgeeft, goed geleid worden, want Ik leid en stuur hem, zodat hij zijn missie op aarde uit kan voeren, zoals het Mijn wil is.
Amen
Vertaald door Peter Schelling