Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/2543

2543 De gave van het vooruitzien – Ingreep van God

9 november 1942: Boek 33

De levende verbinding met God zal de mens nooit onwaarheid opleveren en daarom kan aan elke uiting van de goddelijke geest geloof geschonken worden. De gave van het vooruitzien is nu eveneens een uiting van de goddelijke geest, dus ook deze moet als waarheid beschouwd worden. Hoe inniger de verbinding met God tot stand gebracht wordt, des te helderder zal de mens de gebeurtenissen van de toekomst kunnen voorspellen en in hemzelf zal geen twijfel zijn, dat deze voorspellingen vervuld zullen worden.

Gods plan ligt sinds eeuwigheid vast en elke gebeurtenis is het effect van de goed of verkeerd gebruikte wil van de mens. En daarom zijn de dingen van de toekomst ook voor de geest in de mens helder zichtbaar en die is in staat om het door de ziel aan de mens bekend te maken, als hij daar van God de opdracht voor heeft. Zowel de droom alsook de innerlijke stem dringt het bewustzijn van de mens binnen, zodat hij de gebeurtenis aan de medemensen door kan geven. Maar slechts weinig mensen zien daarin de aankondiging van het komende gebeuren. En de vooruitziende mens wordt zelden erkend, dus aan zijn aankondigingen wordt zelden geloof geschonken.

De mensen moeten erop gewezen worden, zodat ze zich voor kunnen bereiden, ze dus niet verrast worden door de gebeurtenissen. Hij wil hun de mogelijkheid bieden om hun leven daarnaar in te richten, zodat ze het altijd op kunnen geven, wanneer het Gods wil is. En zodoende houdt Hij hen de mogelijkheid van een einde voor ogen, opdat ze het werk aan hun ziel serieus aan zullen pakken. Dat is het doel van de aankondigingen, dus enkel de liefde voor de mensen brengt God ertoe om door een bereidwillig mens dat bekend te maken, wat Zijn wijsheid sinds eeuwigheid besloten heeft.

En zodoende maakt Hij hun bekend dat Hij op korte termijn in de chaos van de verwoesting in zal grijpen. Dat Hij Zich over die mensen ontfermen zal, die kort voor de vernietiging staan, die de menselijke wil in zware benauwdheid laat komen en die hun einde als gekomen beschouwen. En God zal de wereld bewijzen dat Zijn wil sterker is. Dat Hij de wil van de mens nietig kan maken en dat Hij ingrijpt, als de mensheid dreigt het geheel en al af te moeten leggen tegen de demonische invloed. Hij zal Zich openbaren, omdat de mensheid geen aandacht meer aan Hem schenkt en daarom maakt Hij Zich al van tevoren aan de mensheid bekend, opdat ze Hem herkennen.

En deze tijd is niet ver meer weg. Een strijd tussen volken loopt ten einde, maar anders dan de mensen verwachten. Want Gods wil is doorslaggevend en Zijn ingreep beëindigt de strijd, die steeds vernietigender vormen aanneemt en daarom een ingreep van God eist.

Amen

Vertaald door Peter Schelling