Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/2537

2537 Gods goedheid en liefde duren eeuwig

4 november 1942: Boek 33

De mensen kunnen Gods grote liefde niet in zijn volle omvang beseffen. Alles wat er gebeurt, heeft zijn grondslag in Zijn liefde, want alles heeft de verlossing van het geestelijke tot doel. En deze verlossing betekent licht en heerlijkheid voor elk individueel wezen.

Gods liefde en goedheid betreffen elk schepsel en daarom wil Hij ook elk schepsel eens zalig weten. Hij wil het aan de eeuwige gelukzaligheid deel laten nemen en dit doel is de basis van elke gebeurtenis in het heelal. En als de mensen zich Gods grote liefde en goedheid als motief in zouden willen denken, zouden ze ook het leed berustender dragen. Ze zouden begrijpen dat niet God, maar zijzelf de veroorzaker van het leed zijn, dat hen bedrukt, zolang ze op aarde wandelen, want de levenswandel van de mens bepaalt ook de mate van leed en nood. Alleen wie van de liefde van God overtuigd is, neemt alle leed en beproevingen geduldig en berustend uit Zijn handen in ontvangst. En zodra de mens in de liefde leeft, is ook de liefde van God begrijpelijk voor hem.

Gods goedheid duurt eeuwig. En nooit laat Hij een wezen vallen, dat tegen Hem gezondigd heeft, maar Hij heeft medelijden met hen, als Hij ziet dat de mensheid zichzelf van het geluk en de vrede berooft. En daarom probeert Hij hen te veranderen, opdat ze de zegen van dat bereiken, wat Zijn liefde en goedheid geschapen heeft tot verlossing van het geestelijke.

En daarom is God onophoudelijk bereid om hulp te bieden. Hij wil het door eigen schuld zwak geworden geestelijke helpen, opdat het zich vrij maakt uit de banden, uit de gevangenschap van de geest, en Hij komt hem met Zijn genade tegemoet. En nooit zal deze genade opdrogen, omdat Zijn goedheid en liefde nooit een einde zullen hebben en ofschoon er ook eeuwigheden voorbijgaan, Hij zal geen van Zijn schepselen aan zichzelf overlaten, maar altijd en eeuwig ervoor zorgen dat het de weg naar het vaderhuis vindt en terugkeert tot de eeuwige liefde, waarvan het uitgegaan is.

Amen

Vertaald door Peter Schelling