Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/2526
2526 Catastrofe – Goddelijke ingreep
29 oktober 1942: Boek 33
Al binnen weinig maanden bevindt de wereld zich in de grootste opwinding. De negatieve geestelijke ontwikkeling krijgt in zoverre gevolgen, dat er een gebeurtenis plaatsvindt, die deze ontwikkeling moet doen ophouden en omkeren.
Er bestaat geen ander middel, want de mensen werden door zwaar leed getroffen en ook dit was niet in staat om het denken van de mensen naar het geestelijke te leiden, wat echter absoluut noodzakelijk is voor de geestelijke ontwikkeling. Want de wereld houdt hen nog als met ketenen gevangen en elke gebeurtenis bekijken ze met een puur wereldse instelling. Pas wanneer de mensen zullen begrijpen dat alles in de wereld vergankelijk is, pas wanneer ze weinig aandacht aan de wereld schenken, zullen ze hun aandacht op de vorming van de ziel richten. En pas dan schrijdt de ontwikkeling van de geest voorwaarts.
Maar nu is er een stilstand opgetreden, als er al geen achteruitgang van de ontwikkeling te noteren valt. En steeds eenzelfde gebeurtenis zou geen verandering bewerkstellingen en zodoende moet er iets gebeuren, wat een verandering van het denken tot stand kan brengen.
Niets in de wereld blijft op dezelfde trede van ontwikkeling staan. Alles ontwikkelt zich langzaam opwaarts en enkel de mens stelt door zijn wil grenzen aan zijn ontwikkeling. En toch heeft hij de taak om deze ontwikkeling op aarde tot de hoogste graad te verhogen. En hij kan dit ook door het juiste gebruik van zijn wil.
Maar de wil gebruikt hij om een stilstand te veroorzaken, doordat hij geen aandacht aan zijn opdracht schenkt. Zijn wil faalt en de aarde vervult niet meer het doel voor het in het laatste stadium van ontwikkeling staand geestelijke. Ze is op geen enkele manier meer nodig, want er wordt geen acht geslagen op haar eigenlijke doel. Bijgevolg wordt het aardse leven onrechtmatig door de mensen opgeëist en dit moet een goddelijke ingreep tot gevolg hebben. God moet hen daardoor te verstaan geven, dat ze niet overeenkomstig Zijn wil leven. Hij moet hun gedachten naar het einde leiden, opdat ze rekenschap afleggen over hun leven en aan het naderen van de dood denken.
En het is het doel van deze laatste waarschuwing van boven, dat een ontzetting zich van de mensen meester maakt en ze hierdoor tot een andere manier van leven gedrongen worden, die in hen een geestelijk streven op kan wekken, als ze aan deze innerlijke drang toegeven en hun wil goed gebruiken.
Maar altijd moet de mens deze ingreep als een goddelijke zending herkennen, als dit hem succes voor zijn ziel op moet leveren. Hij moet geloven dat de Schepper van de hemel en de aarde Zelf werkzaam is. Dat Hij als Heer over de natuurkrachten elk element gebiedt en het dus Zijn wil is, als de aarde door een natuurramp overvallen wordt, die zo groot is, dat het de gehele wereld in opwinding brengt. De gehele wereld moet er in gedachten stelling over nemen. Alle mensen moeten zich de vraag voorleggen, waarom de Schepper de aarde zo’n teistering laat overkomen en de opwaartse ontwikkeling van degene, die daardoor het juiste inzicht krijgt, zal geen gevaar meer lopen.
Amen
Vertaald door Peter Schelling