Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/2493
2493 Genadebron – Hulp voor de aardse wandelaar
3 oktober 1942: Boek 33
Het is onuitsprekelijk waardevol, wanneer God Zijn woord tot sterking van de mensen naar de aarde leidt en hen daardoor de verantwoordelijkheid van hun aardse bestaan tot het bewustzijn probeert te brengen. Deze genade wordt eeuwig en altijd aan het geestelijke aangeboden, dat zich in het stadium van de laatste belichaming op aarde bevindt.
God brengt Zelf de verbinding met de mensen tot stand en Hij onderwijst hen. Wat dat betekent, kan de mens als zodanig niet in zijn volle omvang beseffen. Dat de eeuwige Godheid, het hoogste, liefdevolste en volmaaktste wezen, Zich aan Zijn schepselen openbaart om hen de weg naar Hem te wijzen en daarmee eeuwig zalig te worden. Dit is een genade van een ongehoorde omvang, maar de mens waardeert deze niet overeenkomstig hiermee en daarom gebruikt hij de goddelijke genade ook niet goed. Zijn woord, dat Hij de mensen in Zijn liefde aanbiedt, is dus de bron van het eeuwige leven. De genadebron, waarin het zuivere water lichaam en ziel gezond kan maken en deze zich kunnen ontwikkelen voor het eeuwige rijk.
Maar het staat de mens vrij om gebruik te maken van de genaden of er geen acht op te slaan. Want God haalt geen mens over, maar Hij probeert slechts in liefde diens wil te sturen. Hij geeft, maar waar aan Zijn geschenk geen aandacht geschonken wordt, daar laat Hij de mens ook de vrijheid van de wil en het goddelijke geschenk kan dus enkel daar werkzaam worden, waar de mens uit vrije beweging de ogen niet sluit voor deze genade. Waar hij om hulp van boven vraagt en deze hem nu volop verleend wordt door de overdracht van het goddelijke woord, dat voor de mens kracht en kennis betekent en zonder dat kan de ziel zich niet opwaarts ontwikkelen.
Amen
Vertaald door Peter Schelling