Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/2437

2437 Voorteken voor 'n natuurverschijnsel - Vermelding door Jezus op aarde

5 augustus 1942: Boek 33

Het is geen toevalligheid dat de voortekenen in de natuur toenemen, die tot een uitbarsting van de elementen doen concluderen, want God zendt al deze voortekenen vooraf om de mensen voor te bereiden op een buitengewoon gebeuren in de natuur dat plotseling en onverwacht de mensen zal verrassen en 'n onvoorstelbare ellende ten gevolge heeft. De mensen moeten deze voortekenen in verband brengen met Zijn woord, want Jezus Christus heeft reeds van deze tijd melding gemaakt toen Hij op aarde leefde, omdat Hij de mensen erop wilde wijzen, welke gevolgen hun levenswandel eens zou opleveren. En nu is de tijd dichtbij, nu moeten de mensen aandacht schenken aan de tekenen die het gebeuren aankondigen.

Ze moeten niets onopgemerkt laten wat buiten de grenzen van het natuurlijke valt. God kondigt zich zelf, dat wil zeggen: Zijn ingrijpen in de bestaande wereldorde, aan. Hij wil de mensen niets onvoorbereid laten beleven, wat hun geestelijk resultaat moet en kan opleveren, als hun de samenhang van al het gebeuren duidelijk wordt gemaakt. En daarom wijst God onophoudelijk op de komende tijd en Hij stelt de mensen ervan in kennis, dat de tijd is gekomen die het goddelijke ingrijpen vereist. En nu rust het op ieder mens, hoe hij zich tegenover deze aankondiging opstelt.

Als hij gelooft, zal hij daaraan beantwoordend zijn leven instellen, hij zal zich met God verbinden en zijn lot berustend aan Hem overlaten.

Die zijn niet in zo groot gevaar als de mensen bij wie elk geloof aan een ingrijpen ontbreekt. Dezen zullen zich ook niet voorbereiden, veeleer zullen alle aanwijzingen en aanmaningen ongehoord aan hun oren wegsterven. En voor hen zal het natuurverschijnsel vreselijk zijn. Want een diep geloof geeft de mens het vaste vertrouwen dat God hem beschermt in elk gevaar, maar de ongelovige zal zonder enige houvast zijn als hij niet te elfder ure een Heer boven zich onderkent en zich in diens genade aanbeveelt. God zendt lange tijd tevoren al voortekenen om de mensheid tot denken aan te zetten en deze voortekenen zijn door ieder mens te herkennen die ze wil zien. Ze zullen tot denken aansporen, omdat ze niet slechts één keer zichtbaar worden, maar zich nog vaak en regelmatig herhalen, zodat ze ieder mens moeten opvallen. Maar de mens vormt zich meestal zijn uitleg zelf, en deze steeds naar zijn instelling tot God. Zodra hij al deze verschijnselen met de wil van God in verband brengt, schenkt hij er aandacht aan en doet er daardoor zelf zijn voordeel mee, omdat hij zich voorbereidt op de komende tijd en dit erg succesvol is voor zijn ziel. Wat God heeft verkondigd in woord en geschrift, wordt onherroepelijk vervuld en alleen het tijdstip is voor de mensen nog onzeker.

En daarom moeten ze op de tekenen letten waarvan God melding heeft gemaakt. En dus zullen ze weten dat de aarde spoedig grote schokken zal ondergaan en dat de mensheid daardoor onnoemelijk leed is beschoren.

En nu ligt het aan hem zich zo te vormen, dat hij de komende tijd voorbereid kan afwachten.

Hij moet worstelen en vragen om een sterk geloof, opdat hij niet zwak wordt ten aanzien van het werk van vernietiging dat de mensheid nu te wachten staat. En God zal zich om ieder bekommeren die aandacht schenkt aan Zijn woorden en bewust het goddelijke ingrijpen verwacht.

Amen

Vertaald door Gerard F. Kotte