Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/2411

2411 De onvergankelijkheid van de leer van Christus – De goddelijke leer van de liefde

16 juli 1942: Boek 32

De kern van de leer van Christus is de goddelijke leer van de liefde. Het geestelijke is gebonden, omdat het zich van de eeuwige liefde verwijderd heeft en dus liefdeloos geworden was. Het is zijn aardse weg volgens de goddelijke wil gegaan. Dat wil zeggen dat het diende, zij het ook in een gedwongen staat. Want dienen is een gevolg van liefde, zodra het vrijwillig gebeurt.

Zodoende moest het geestelijke, dat God weer wilde naderen, ook de gelegenheid gegeven worden om vrijwillig dienend bezig te zijn. Dat wil zeggen de liefde tot ontplooiing te brengen, wat in het stadium als mens mogelijk is. Dit dienen in liefde moet zonder enige dwang uitgevoerd worden, om welke reden het dit wezen ook de kennis van de voormalige gebonden toestand ontbreekt, om niet door deze kennis beïnvloed te worden.

Maar in het stadium als mens moet hem toch kennis van zijn taak toegestuurd worden en wel op een manier, die zijn wil om te geloven de vrijheid laat. Zodoende kan hem deze kennis, die dus niet bewezen, maar enkel geloofd kan worden, alleen maar in de vorm van leringen bezorgd worden, die hij nu al naar gelang zijn wil aannemen of ook verwerpen kan.

Het belangrijkste wat hij herkennen moet, is de liefde, haar effecten en haar zegeningen, opdat hij deze zelf beoefent en de effecten in zichzelf kan voelen. Zijn verdere geestelijke ontwikkeling is alleen van de liefde afhankelijk en daarom moet voor de mensen de kennis daarvan ontsloten worden. Hun moet de liefde onderwezen worden, wat Jezus Christus gedaan heeft, doordat Hij hun met woord en daad de liefde predikte en hen het leven in liefde voorgeleefd heeft.

Enkel de liefde kan het wezen uit de gebondenheid verlossen en het kan de mensen niet voldoende voorgehouden worden. Ze kunnen niet voldoende gemaand worden om een leven in liefde te leiden en daarom heeft Jezus Christus zijn discipelen de opdracht gegeven om de wereld in te gaan en de volkeren de leer van de liefde te brengen. Ze moeten de mensen de juiste weg wijzen, de weg van de liefde, die allen moeten gaan, als het aardse leven hen het geestelijke succes op moet leveren, dat het doel van al het geestelijke is: het volledige vrij komen uit de vorm.

De leer nu, die de liefde predikt, is van goddelijke oorsprong. Het is de leer, die Jezus Christus Zelf aan de mensen op aarde verkondigd heeft. Die God dus door Jezus Christus aan Zijn schepselen gegeven heeft. En deze leer kan nooit en te nimmer totaal vernietigd worden. Alleen wordt het opvolgen van de leer van Christus door de mensen uit het oog verloren en daarom hebben ze er ook geen moeite mee, dat de leer van de liefde geheel vernietigd moet worden, omdat de eisen en geboden hiervan lastig en voor de aardse verlangens hinderlijk zijn. De goddelijke leer van de liefde predikt het losmaken van de materie. De mens moet bereidwillig zijn om van zijn bezit aan de naaste af te staan. Hij moet dus het eigen verlangen overwinnen en er ten gunste van de naaste afstand van doen. Dit vereist ware liefde voor de naasten en de mens moet zich tot deze liefde opvoeden.

Maar de mensheid streeft het vermeerderen van aardse goederen na en in zekere zin handelt ze nu tegen de wet van de liefde, doordat ze aardse goederen aan de naasten onttrekt en het zichzelf toe-eigenen wil. Dit is wettelijk toegestaan. Dat wil zeggen dat de mens niet altijd een onrechtvaardigheid begaat, als hij zijn bezit vergroot. Maar het gevoel van de liefde in hem wordt daardoor gedood, de eigenliefde daarentegen versterkt en dus de geestelijke ontwikkeling onmogelijk gemaakt.

Maar de liefde voor de medemensen zou het streven naar aardse goederen verminderen. En omdat de mensheid een groter bezit en lichamelijk welbehagen als het enige nastrevenswaardige beschouwt en alleen dit vooruitgang voor haar betekent, wil ze de goddelijke leer van de liefde verdringen. Ze wil niet, dat de mensen in hun wereldse streven geremd worden. Ze ziet in deze goddelijke leer van de liefde een beperking van de aardse levenskracht en strijdt nu met alle middelen tegen de zogenaamde vermindering van de levenskracht, die de goddelijke leer van de liefde voor haar betekent.

En zo verkeert de mensheid in het enorme geestelijk gevaar om zich steeds meer aan een leven in liefde te onttrekken en in des te hardere geestelijke boeien terecht te komen, waaruit ze zich niet meer losmaken kan, want het middel om hiervan vrij te komen is alleen de liefde. Waar deze verdrongen wordt, is een vrij komen geheel onmogelijk.

De wereld zal tegen de goddelijke leer van de liefde strijden en de grootste geestelijke schade aanrichten onder degenen, die tot de wereld behoren. Maar ze zal de leer van Christus nooit en te nimmer verdringen, want alles, wat mensenwerk is, zal vergaan, maar de goddelijke leer van de liefde, het woord van God, dat Christus Zelf naar de aarde gebracht heeft en het door Zijn discipelen onder alle volken uit liet dragen, zal blijven bestaan, want het is van God gekomen, door God in Jezus Christus op aarde onderwezen en geleefd en het zal steeds weer door God in alle zuiverheid naar de aarde geleid worden. En wat van God komt, is onvergankelijk. Zodoende zal ook de goddelijke leer van de liefde tot in alle eeuwigheid niet kunnen vergaan.

Amen

Vertaald door Peter Schelling