Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/2408a

2408a Sterkere of zwakkere wil om te ontvangen – De liefde voor God

13 juli 1942: Boek 32

Een zich bewust verdiepen in een geestelijke toestand vereist een toegenomen wilskracht en moet daarom voortdurend beoefend worden, om welke reden de mens er niet mee op mag houden om niet slap en ongeschikt te worden voor een taak, waar zo’n zich verdiepen voor nodig is.

De mens moet zich oefenen in het uitschakelen van elke gedachte, als hij de zachte stem in zich wil horen. En verder moet hij aandachtig naar zijn innerlijk luisteren. De geest uit God staat steeds klaar om de goddelijke geschenken aan te bieden, maar de ziel is niet altijd in staat om hetgeen aangeboden wordt, op te nemen. En als de ziel zich niet volledig opent, kan de geest haar het goddelijke geschenk niet geven, of de ziel hoort enkel onduidelijk en voor haar niet goed te begrijpen, wat de geest uit God haar mee wil delen.

Maar de geest is bereidwillig om te geven en heeft kostelijke goederen om uit te delen, om welke reden de ziel elke mogelijkheid moet benutten om het kostelijke geschenk te ontvangen. Want dit betekent geestelijke rijkdom voor de ziel, die onvergankelijk is. Er zijn voor het ontvangende mensenkind geen grenzen gesteld, als de wil van de mens maar zo sterk is, dat hij zich gewillig van de aardse wereld losmaakt. Zodra hem dit lukt, kan de geest uit God zich al uiten en de mens nu onderwijzen.

Het naar het innerlijk luisteren vereist de grootste zelfoverwinning, want al het denken moet uitgeschakeld worden, opdat alleen maar geestelijke goederen van het hart naar de hersenen geleid kunnen worden. En deze genade is het gevolg van een juiste levenswandel voor God en door een toegenomen werkzaam zijn in liefde en daarom zal de mens des te gemakkelijker zijn gedachten uit kunnen schakelen, des te actiever hij de naastenliefde beoefent. Des te helderder en begrijpelijker zullen de gedachten hem toestromen, tot de mens zonder inspanning de toestand bereikt, waar de gedachten hem onstuitbaar en zonder pauze toestromen en net zo weergegeven kunnen worden, want dan is het geestelijke werkzaam zijn zo sterk, dat het de mens onvermijdelijk een rijke kennis op moet leveren.

Maar eerst moet de mens nog erg strijden en bidden en wel des te meer, naarmate het hem zwaarder valt om in nauw contact te komen met God en Zijn wezens in het hiernamaals. Hij kan door een vurig gebed om de kracht uit God verzoeken, die hij nodig heeft voor zijn ziel, opdat ze de stem van de geest in zich hoort en dus het goddelijke geschenk in ontvangst kan nemen.

Amen

Vertaald door Peter Schelling