Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/2405a
2405a Inzicht – Waarheid – Schoolse kennis
11 juli 1942: Boek 32
Inzicht is kennis van het verband tussen al dat, wat uit God voortgekomen is, van de oertoestand en het doel van al het wezenlijke, van het werkzaam zijn van God in het universum en van de werkzaamheid van het wezenlijke in het geestelijke rijk. Zodra de kennis met de waarheid overeenkomt, staat de mens in het licht, omdat dit er de voorwaarde voor is, dat de mens tot het besef komt. Slechts de kennis van de zuivere waarheid kan de lichtvolle toestand tot resultaat hebben, maar elke dwaling is schaduw en duisternis.
God, als de eeuwige waarheid en als de eeuwige liefde, wil het wezenlijke, dat uit Hem voortgekomen is, naar het licht en dus naar de waarheid leiden, wat hetzelfde betekent als het terugbrengen van al de eens van Hem uitgegane kracht naar Zichzelf, als de oorspronkelijke kracht, het begin van al het zijn. Hij wil dat dit wezenlijke zich weer bij Hem aansluit om het daardoor in een onvoorstelbaar gelukzalige toestand te brengen.
Maar de vereniging kan alleen maar dan plaatsvinden, als het wezen hetzelfde geworden is: waarheid en liefde, omdat dit de toestand van de volmaaktheid vormt en iets onvolmaakts zich niet met God kan verenigen. Liefde en waarheid. Het één is niet zonder het ander in te denken, zoals God zonder de liefde of zonder de waarheid ook niet in te denken zou zijn.
Als God nu de mensen op aarde tot liefde op wil voeden, dan moet Hij hen ook in ieder geval naar de waarheid leiden. Hij moet de kennis voor hen ontsluiten en deze kennis vrijhouden van elke dwaling. Hij moet dat, wat de mensen zich aan kennis eigen gemaakt hebben, van onware afvalstoffen ontdoen, omdat anders ook de liefde niet tot in het menselijke hart door kan dringen, omdat elke dwaling een hindernis is voor de goddelijke uitstraling van liefde, die het hart van de mens op moet nemen, om de liefdesvonk groter te maken.
De mens kan voortdurend kennis in ontvangst nemen, want zulks kan hem ook van menselijke zijde aangeboden worden. Maar de eeuwige waarheid kan enkel door God naar de mensen geleid worden om nu ook wel weer van mens tot mens doorgegeven te worden. De oorsprong zal echter nooit ontkend kunnen worden en de kennis zelf zal voor zichzelf spreken, want het zijn wijsheden, die zich anders aan de menselijke kennis onttrekken en als waarheid ervaren worden door elk mens, die zich tot liefde probeert te vormen en die naar de zuivere waarheid verlangt.
Amen
Vertaald door Peter Schelling