Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/2301
2301 Strijd om de geestelijke opperheerschappij
13 april 1942: Boek 32
De strijd om de geestelijke opperheerschappij, die in een omvang ontbranden zal, zoals de wereld nog niet meegemaakt heeft, zal verstrekkende gevolgen hebben. Het slechte geestelijke wil door dwangmaatregelen het goede verdringen en dit is waarlijk een onderneming, waarbij de goddelijke liefde niet meer werkeloos toe zal kijken en Zelf de strijd tot een beslissing zal brengen.
Al het streven beoogt om de geestelijk zoekenden zo te in het nauw te brengen, dat ze hun streven opgeven, opdat ze zich naar de wereld toekeren en de wereld in zekere zin hier de zegen behaalt. Als het de wereld lukt om het geloof in een wezenlijke Godheid en in de goddelijke Verlosser Jezus Christus totaal te vernietigen, dan zou ze de zege op de andere gelovigen behalen en het effect van zo’n zegen zou niet te overzien zijn, want de totale mensheid zou rijp zijn voor de ondergang, omdat elke geestelijke opwaartse ontwikkeling uitgesloten zou zijn.
Deze strijd werd al vaker gevoerd, maar nooit in deze meedogenloze vorm, zoals het nu voorbereid wordt. Want de tegenstander werkt nu zelf. Dat wil zeggen dat hij voor niets terugdeinst om de heerschappij over de mensheid te krijgen en hij vindt bereidwillige vertegenwoordigers, dat wil zeggen mensen, die bereid zijn om alles uit te voeren en zo zal de nood, waarin de gelovigen geraken, groot zijn. Men zal zonder reden en oorzaak de ergste maatregelen nemen en degenen, die nog het geloof in God en de goddelijke Verlosser in het hart dragen, het leven proberen ondraaglijk te maken.
Want deze zijn superieur aan de ongelovigen en spotters en kunnen elke tegenwerping weerleggen. En omdat God Zich in de komende tijd van bereidwillige aardse mensen bedienen wil, die aan de vijandelijkheden van de wereldse macht blootgesteld zijn, zal Hij het niet toelaten, dat deze mensen die hem willen dienen, zo in het nauw gebracht worden, dat ze hun geloof opgeven. Integendeel, Hij zal hun grote kracht schenken en hun geloof sterker maken en nu zullen ze van hun kant ten strijde trekken. Ze zullen strijden voor de naam van God en beide partijen zullen hun aanhangers vinden.
En nu ontbrandt de strijd in alle felheid. De goede geestelijke wereld strijdt met de slechte elementen om de opperheerschappij en schijnbaar behoudt de wereldse macht het overwicht, want het zal hen lukken om de mensen zo bang te maken, dat ze alleen maar om die reden bereid zijn te verklaren hun geloof op te geven, omdat ze geloven de maatregelen niet te kunnen verdragen. En in deze nood is de liefde van God onophoudelijk bezorgd om de mensheid. Hij zal Zijn kleine kudde trouw beschermen en niet toelaten, dat deze ten offer valt aan deze krachten, die nu duidelijk de strijd tegen God voeren.
Amen
Vertaald door Peter Schelling