Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/1402

1402 Droefheid om de overledenen

30. Apr. 1940: Boek 23

U moet bezorgd zijn om de levenden, maar niet treuren om diegenen die de Heer tot zich roept als de tijd is gekomen. En dus zult u zich moeten voegen naar de goddelijke wil en troost zoeken bij de Heer. Want God is liefde.

Hij zendt u geen kommer en droefheid, opdat u zult lijden, maar omwille van uw ziel die door het leed rijp moet worden. En als u een mens verliest die u lief en dierbaar is, zal uw smart worden verminderd als u denkt aan het lijden en sterven van Jezus aan het kruis. Ook u neemt het leed op uw schouders als u het draagt voor de Heer.

En omwille van de mensheid verdroeg de Heer het leed, maar u draagt het voor diegene naar wie uw liefde uitgaat als u het berustend en ter wille van de Heer draagt. Klaag daarom niet en roep de ziel niet terug naar de aarde, als ze het aardse dal heeft verlaten, want voor haar heeft het uur van de vrijheid geslagen en alle last van het aardse bestaan is van haar afgevallen. En dit moet u tot troost zijn, dat de liefde Gods oneindig is, dat deze liefde van Hem het leven beÃĢindigt als de tijd is gekomen, daar Hij haar tot zich roept in Zijn rijk.

De weg op aarde was niet gemakkelijk en nu de ziel zich losmaakt van de aarde, zou u niet droevig moeten zijn, want ze verwisselt het aardse leven voor een leven vol van vrede in de eeuwigheid.

Amen