Bron: https://www.bertha-dudde.org/nl/proclamation/1368

1368 En leid ons uit de bekoring - Het “Onze Vader”

02. Apr. 1940: Boek 23

En leid ons niet in verzoeking. U hebt de zonde altijd te vrezen, want ze ligt voortdurend op de loer. En daarom moet u waakzaam zijn en niet vergeten te bidden. U moet God herhaaldelijk aanroepen, opdat Hij u beschermt tegen elk gevaar voor de ziel. De listen en het bedrog van de vijand moet men vrezen. Hij kronkelt zich in elke vorm dichter om het mensenkind heen om zijn invloed te laten gelden. En steeds zal hij de zonde zodanig vorm geven, dat het de mens lokt en hij alle goede voornemens vergeet.

En daarom moet u waken en bidden. Waakzaam zijn, opdat hij u niet te slim af is en bidden om kracht, om hem te kunnen weerstaan. En als u tot God Zelf uw toevlucht neemt, dan zal Hij uw vertrouwen belonen en Zichzelf bereid verklaren u te beschermen. En Hij zal verhinderen dat de tegenstander verder zijn intriges tegenover u realiseert. En als de wil van de mens sterk is, dan zal de tegenstander verliezen. En dit brengt hem ertoe om het opnieuw te proberen onder een andere vlag.

En daarom spreekt de Heer: "Vraag Mij om hulp, Ik wil ze u geven." Alleen al de gedachte, die u vragend omhoog zendt, zal een muur rondom u oprichten, die de vijand niet kan afbreken. Want God laat wel de tegenstander de vrijheid zijn macht te gebruiken om daardoor ook de wil van de mens op te wekken weerstand te bieden, maar als de goddelijke Heiland eveneens wordt aangeroepen om een mensenkind te redden en als u dus in geest en in waarheid uw handen opheft, dan zult u altijd op Zijn hulp kunnen rekenen, want Hij Zelf heeft u gezegd hoe u bidden moet.

Hij zal u sterken en kracht geven om weerstand te bieden, maar Hij zal ook de verzoekingen van de vijand van u afwenden. Want dat is de wil van de Vader, dat u het gebed gebruikt dat Hij u Zelf heeft geleerd. Het omvat alle vragen die bijna uitsluitend het zielenheil gelden. Als u deze vragen innig aan de Vader in de hemel voorlegt, zal Hij u bedenken overeenkomstig uw waardigheid. En streef er dus naar de goddelijke genade waard te worden, opdat ze in u overvloeit en u dus de kracht uit God in ontvangst kunt nemen.

En de Heer belooft u Zijn hulp. Benut deze daarom en dank de Schepper van hemel en aarde voor Zijn oneindige liefde en goedheid, die zorg draagt voor ieder mens. En de invloed van de tegenstander wordt steeds geringer. Hij zal het voortdurend strijden moe worden en u opgeven als hij geen resultaat merkt. Dus zult u "verlost zijn van alle kwaad."

Amen